Terug naar zoekresultaten

Jouw praktijktoolbox voor Verandergedrag

JOUW PRAKTIJKTOOLBOX VOOR VERANDERGEDRAG

ONZE WERKRELATIES

 

1. LEER DE BEHOEFTEN VAN DE ANDER KENNEN.

Stellingen vanuit jou als manager/veranderaar:

image

 

Stellingen vanuit de ander:

image

 

2. KEN EN COMMUNICEER JOUW EIGEN BEHOEFTEN.

Dat start bij zelfonderzoek. Ga voor jezelf eens na:

  • Wat zijn je eigen behoeften?
  • Wat is belangrijk voor je in jullie werkrelatie?
  • Welke criteria gebruik je om de effectiviteit van de ander te beoordelen?

 

3. WERK AAN INTERACTIEVE UITWISSELING.

Challenge: een goed gesprek

Ik wil je uitnodigen om met jouw medewerker in gesprek te komen. Plan hiervoor ongeveer een uur de tijd in. Spreek bij voorkeur af in een informele setting. Ga bijvoorbeeld samen een rondje wandelen, spreek af in een café of ga thuis in een comfortabele stoel zitten om het gesprek online te voeren. Neem in dit gesprek de tijd om samen stil te staan bij de vragen, zorgen en verwachtingen die jullie beiden hebben.

Bijvoorbeeld door stil te staan bij de volgende vragen:

  • Waar zet jij je voor in, wat hoop je te geven aan de ander?
  • Waar zet de ander zich voor in, wat hoopt hij/zij te geven aan jou?
  • Welke verwachtingen hebben jullie rondom jullie werkrelatie?
  • Welke eerste stap zou jij kunnen zetten om aan de behoefte van de ander tegemoet te komen?

Doe je best om actief te luisteren. Let specifiek op de exacte formulering van uitdagingen die de ander ter sprake brengt. Probeer hierbij niet je eigen ideeën of de ideeën van het management in te brengen, maar wees nieuwsgierig en vraag door.

 

ONZE VERBINDING

 

1. NEEM EEN PASSENDE GRONDHOUDING AAN, TOETS JE EIGEN OVERTUIGINGEN.

Toets hoe jouw overtuigingen tot stand zijn gekomen met de ladder of inference. Neem een overtuiging die je hebt ontwikkeld over de ander en loop deze stap voor stap door. Start onderaan bij de gegevens en ervaringen die je observeerde, om vervolgens omhoog te lopen naar jouw overtuigingen.

image

 

2. VOORKOM DAT JE UIT VERBINDING RAAKT: CONFRONTEER EN PONEER NIET.

Checklist van gedragingen waarmee je uit verbinding raakt:

  • Confronteren: het hanteren van een confronterende stijl, waarbij je weinig openstaat voor de gedachten en ideeën van de ander.
  • Negatieve opmerkingen: de ander vijandig, kritisch, afwijzend of beschuldigend benaderen.
  • Aannames doen: voor de ander invullen wat hij/zij denkt, doet of ervaart.
  • Poneren: een stevig standpunt innemen en jezelf rigide opstellen.

 

3. STIMULEER VERBINDING: DEEL POSITIEVE FEEDBACK, BEMOEDIG DE ANDER EN WEES TRANSPARANT.

Ik wil je uitnodigen om concreet met dit gedrag te gaan oefenen. Neem bij jouw volgende verandergesprek eens de tijd om tien minuten voor het gesprek te reflecteren op de volgende gedragingen:

  • Begroet de ander met een glimlach
  • Deel positieve feedback over de ander
  • Bemoedig de ander
  • Wees eerlijk en transparant

 

4. CHECK OF JE IN VERBINDING BENT MET DE GRAADMETERS VAN VERBINDING.

Challenge: check of je in verbinding bent

image

 

ONZE INTERACTIE

 

1. LET OP DE BEHOUDTAAL EN VERANDERTAAL DIE JE HOORT.

Behoudtaal: alle reacties waaruit blijkt dat de ander geen gedragsverandering zou willen vertonen maar liever de huidige situatie in stand houdt; taal die de beoogde gedragsverandering tegenspreekt

Verandertaal: alle reacties die erop wijzen dat de ander bij wil dragen aan veranderen; taal die in lijn is met de beoogde gedragsverandering

 

2. VERMIJD INCONSISTENT VERANDERGEDRAG: MAAK RUIMTE VOOR DE ANDER EN VOER DE DRUK NIET ONNODIG OP.

Inconsistent Verandergedrag waarmee je behoudtaal stimuleert:

1. Uitleggen – Advies geven zonder toestemming

  • ‘Je zou dit moeten proberen…’
  • ‘Kijk, we moeten het gewoon zo aanpakken, dat snapt iedereen.’

2. Confronteren – Corrigeren, beschuldigen, overtuigen, bekritiseren

  • ‘Als jij het eerder had opgepakt hadden we dit gesprek nu niet gehad.’
  • ‘Jaja, de cijfers liegen heus niet. Hoe wil je dit aan gaan pakken?’

3. Directief gedrag – Bevelen, commanderen, directieve suggesties doen

  • ‘Doe niet zo negatief.’
  • ‘Pak het gewoon op, oké?’

4. De druk opvoeren – Mogelijke problemen uitlichten.

  • ‘Als we nu niet leveren, gaat de klant steigeren.’
  • ‘We kunnen het er lang over hebben, maar dan verliezen we ons bestaansrecht als organisatie.’

5. Waarschuwen – Negatieve gevolgen voor de ander of de vooruitgang impliceren.

  • ‘Je wilt toch niet dat dit gevolgen gaat hebben voor je positie?’
  • ‘Als je er zo kritisch in blijft zitten, stranden we geheid, ben je nog aan boord?’

 

3. GEBRUIK CONSISTENT VERANDERGEDRAG: BENADRUK DE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE ANDER EN TOON BEGRIP.

Consistent Verandergedrag waarmee je verandertaal stimuleert:

  1. Advies geven met toestemming: ‘Mag ik iets suggereren?’
  2. Positieve bevestiging geven: ‘Je hebt goede vooruitgang geboekt.’
  3. Verantwoordelijkheid benadrukken: ‘Ik wil het niet van je over gaan nemen, jij draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid.’
  4. Begrip tonen: ‘Ik begrijp dat het lastig is.’

 

4. PAS DE GESPREKSHANDREIKINGEN TOE: VRAAG NAAR OVERWEGINGEN EN VRAAG MET DUBBELE REFLECTIES DOOR OP VERANDERTAAL.

Gesprekshandreikingen voor het stimuleren van verandertaal:

  • Vragen naar overwegingen
  • Begrip tonen/samenvatten
  • Dubbele reflecties gebruiken
  • Doorvragen op verandertaal

Challenge: vraag verandertaal tevoorschijn

Ik daag je graag uit om in de verandergesprekken die jij in jouw verandercasus voert of uitzet te oefenen met het stimuleren van verandertaal. Het mooie is: je krijgt direct feedback. Je kunt aan de reactie van de ander aflezen hoe succesvol je bent in het gesprek. Hoor je verandertaal? Haak erop in. Hoor je behoudtaal? Probeer eens een andere vraag of opmerking. Hoeveel verandertaal stimuleer jij tijdens gesprekken?

 

Log in om verder te lezen

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel
Er zijn nog geen recensies geplaatst

Gerelateerde onderwerpen