Valkuilen in de coachrelatie

'Wie zijn schaduwzijde kan toelaten, is op weg naar heelheid.'

Coachen is voornamelijk een positief proces dat wordt beschreven in positieve handelingen en positieve bewoordingen. Maar de coach doet er goed aan zich bewust te zijn van de schaduwkanten in coaching, de valkuilen die zich op het pad van coach en cliënt zouden kunnen bevinden. Het gaat hier om al datgene wat een nadelige invloed kan hebben op zowel de coachrelatie, het proces als de resultaten en waarvan de coach noch de cliënt zich bewust is. Zowel coaches als cliënten houden er soms onbewust verborgen agenda's op na en ‘verleiden’ elkaar op allerlei manieren. Dit kan zelfs uitmonden in een stille, onuitgesproken ‘afspraak’ om elkaar te sparen of om niets te doen, of om te werken aan de verkeerde knelpunten.
Gelukkig is het niet zo dat dit soort schaduwprocessen steeds en in elk traject plaatsvinden, dat zou te cynisch zijn. Maar daar waar mensen met elkaar werken, liggen schaduwkanten op de loer. Dit niet onderkennen zou naïef zijn. Cynisme noch naïviteit passen bij coaching. Het getuigt van realisme als coaches zich bewust zijn van de mogelijke valkuilen in de coachrelatie en van hun eigen thema's en minder fraaie karaktertrekken. Dus leer ze kennen, leer ze herkennen en doorleef ze om de ineffectieve gevolgen ervan te kunnen voorkomen.

Ondeskundig gebruik van methoden of modellen

De coachprofessie zit vol met methoden, modellen en technieken, basisprincipes en voorbeelden. Maar het is nooit een rechtlijnige formule en ook geen spoorboekje.

Halsstarrig vasthouden aan methoden of modellen

Beginnende coaches (en soms ook ervaren maar incompetente coaches!) hebben de neiging vast te houden aan wat ze geleerd hebben. Dan wordt de cliënt als het ware ‘door het model heen gesleurd’, door elke fase, zonder zich ervan te vergewissen of dit wel effectief is. Met andere woorden, de coach sluit niet aan bij de cliënt, maar volgt strikt het pad van het model. Coaching heeft de cliënt als uitgangspunt, nooit het model. Modellen kunnen krachtige hulpmiddelen zijn om de cliënt te helpen zich te ontwikkelen, maar blijf daarin flexibel want dezelfde modellen kunnen even krachtig werken als overtuigings- en zelfs overheersingsinstrument, en daar is geen enkele cliënt bij gebaat.

De hamer en de spijker

‘Als je een hamer in handen hebt, lijkt elk probleem een spijker.’ Dit gezegde gaat op voor sommige coaches die zich ofwel gespecialiseerd hebben in een bepaalde benadering of techniek, ofwel door een bepaalde ‘school’ zijn opgeleid. Coaches die op een te eenzijdige manier werken, lopen het risico de werkelijke behoeften van de cliënt te negeren en zijn daardoor vaak niet erg effectief. Effectiviteit in coaching hangt samen met de behoeften, de vraag en de doelen van de cliënt en de mate waarin de coach hierop kan aansluiten en de cliënt op de juiste wijze kan uitdagen. Coachen is het ontwikkelingsproces van de cliënt op professionele wijze faciliteren; het is niet als coach je kunsten vertonen. Een coach doet er goed aan om een breed repertoire aan kennis en kunde in zijn ‘rugzak’ te hebben om dit met wijsheid te kunnen inzetten op het juiste moment, bij de juiste cliënt.

Onkundig gebruik

De weg kennen is één ding, de weg bewandelen is iets heel anders. Het komt voor dat ongeoefende of onkundige coaches een model of methode verkeerd inzetten, op het verkeerde moment of bij de verkeerde vraag. Dat wil niet zeggen dat ongeoefende of onkundige coaches daarmee schade aanrichten, meestal valt dat wel mee, maar het betekent wel dat de coaching minder effectief wordt. En dan schiet je het doel van coaching (resultaatgerichtheid) en zeker het doel van de cliënt voorbij. Zoiets kan tot gevolg hebben dat het coachtraject veel langer duurt en dus duurder wordt dan nodig is. Coaches moeten veel oefenen (onder supervisie!) met modellen, methoden en technieken om de werking ervan in verschillende situaties goed te leren kennen en toe te passen.

Onkunde van de coach

Er zijn valkuilen die te maken hebben met onkunde van de coach, hetzij omdat de coach nog beginnend is, of omdat het gaat om een gebrek aan professionaliteit.

Blijven hangen in de beginfase

Goede communicatievaardigheden en de kunst van het vragen stellen zijn van essentieel belang, maar kunnen ook tegen je werken. Met name beginnende coaches hebben hier last van. Ze hebben zo veel respect voor het verhaal van de cliënt en voor het tot stand brengen van een goede relatie, dat ze blijven luisteren, het probleem blijven verhelderen en niet verder komen. Dit kan meerdere oorzaken hebben: de coach is (nog) onkundig en weet niet hoe het verder moet of hij is bang om door te pakken en de cliënt uit te dagen naar de volgende fase te gaan. Een professionele coach weet wanneer het verhaal is verteld en wanneer hij zijn cliënt kan begeleiden naar de volgende stap. Een professionele coach is de angst voorbij en stelt zijn communicatieve vaardigheden in dienst van de effectiviteit en het resultaat. Hij weet dat hij de cliënt kan uitdagen zonder hem te verliezen.

Blinde vlekken

Coaches zijn ook mensen en hebben zo hun blinde vlekken die de effectiviteit in de weg staan. Er zijn coaches die veel aandacht schenken aan gevoelens en de belevingswereld van de cliënt en vergeten dat er via denken en oefenen een doel bereikt moet worden. Het omgekeerde komt ook voor; sommige coaches zijn zo gericht op denken en doen, op actie, dat ze andere aspecten van het inclusive coachen verwaarlozen. Als er stagnatie optreedt in het proces, zijn er coaches die de schuld geven aan de cliënt. De cliënt ‘wil niks, doet niks’, terwijl ze eigenlijk zelf niet weten wat ze moeten doen om de cliënt in beweging te krijgen, of uit angst of beleefdheid de cliënt ‘sparen’. Dit alles gebeurt onbewust, al zal er wel een gevoel van ‘er gaat iets niet goed’ optreden. Zie ook het artikel ´Overdracht en tegenoverdracht´.
Soms hebben coaches niet in de gaten dat ze door de cliënt gemanipuleerd worden of dat ze met hun cliënt in een situatie van overdracht en tegenoverdracht zitten (zie Overdrachtsfenomenen en dramadriehoek en het artikel ´Overdracht en tegenoverdracht´).
Een andere veelvoorkomende blinde vlek is symbiose, waarbij coach en cliënt als het ware aan elkaar ‘vastgeklonken’ zijn en niet van elkaar af komen. Dit is bijvoorbeeld aan de hand wanneer een cliënt zijn doelen heeft bereikt, het afscheid in zicht komt en de cliënt telkens weer een nieuw probleem presenteert.
Leer je eigen blinde vlekken kennen door bij het ‘er gaat iets niet goed’-gevoel jezelf de vraag te stellen: ‘Wat zie ik over het hoofd, wat heb ik hier gemist?’ Daarnaast zal het regelmatig werken onder supervisie en het deelnemen aan intervisie met collega's de coach helpen zicht te krijgen op zijn blinde vlekken. Een professionele coach is niet bang zichzelf regelmatig te (laten) bevragen op zijn rol en de uitvoering daarvan. De grootste blinde vlek is misschien wel dat we vergeten dat we, als we iets willen bereiken, iets anders willen vermijden. Wie doelgericht wil werken, wil doelloosheid en zinloosheid vermijden; wie naar heling streeft wil weg van pijn. Maar misschien moet het daar juist over gaan.

Heftige gevoelens jegens de cliënt

Wanneer je als coach merkt dat je te veel bezig bent met je cliënt, zit je al gauw in een valkuil. Dit kan zijn in positieve zin wanneer de coach (onbewust) verliefdheidsgevoelens gaat koesteren voor de cliënt. Maar de negatieve variant komt ook voor, wanneer de coach heftige gevoelens ervaart van bijvoorbeeld wrok, boosheid of mislukking. Dit zijn situaties waarin al snel de (ethische) grenzen worden overschreden. De coach doet er dan goed aan de cliënt door te verwijzen en zijn eigen overdrachtsthema en gevoelspatronen te onderzoeken in supervisie of intervisie.

Overdrachtsfenomenen en dramadriehoek

Een andere valkuil is overdracht tussen coach en cliënt. Overdrachtsthema's komen uitgebreid aan de orde in het artikel ´Overdracht en tegenoverdracht´, maar hier noemen we er een paar omdat het zulke diepe, vervelende en veelvoorkomende valkuilen zijn voor de coach.

Projectie

Met projectie bedoelen we het (onbewuste, onbedoelde) proces van eigen trekken, eigenschappen, emoties, overtuigingen, waarden, tekortkomingen, toeschrijven aan de ander. Projectie ontstaat meestal door een onderliggend onverwerkt of verdrongen conflict of lijden.
Eenvoudiger gezegd betekent het dat je onbewust je eigen gevoel in een ander plaatst, op de ander ‘projecteert’ hoe die zich volgens jou voelt, wat die volgens jou vindt, en vervolgens reageer je overeenkomstig. De kans is erg groot dat de cliënt dat niet herkent. Bijvoorbeeld:

Cliënt:‘De baas heeft mijn plan afgewezen.’
Coach:‘Hij vond dus dat je niet goed genoeg was.’
Cliënt:‘Nee, hij vond het prima, maar er was gewoon geen geld voor.’

De reactie van de coach is een projectie. Hij projecteert hier zijn eigen denkpatroon op de cliënt. Projectie is een krachtige werking van ons onderbewustzijn; het gaat onbewust, onbedoeld en werkt als een soort reflex. We oordelen in één milliseconde over onze omgeving, collega's, ontmoetingen en onszelf. We zien onze omgeving en de ander dus gekleurd door onze eigen bril. Projectie vindt plaats in het hier en nu en is meestal van korte duur, doordat de ander reageert door bevestiging of ontkenning.

Overdracht

Overdracht houdt in dat iemand gevoelens, houdingen en behoeften herbeleeft, projecteert en/of afweermechanismen toepast op een persoon (bijvoorbeeld de coach of een partner) die niet passen in deze situatie, die een herhaling zijn van de reacties op belangrijke personen van vroeger, meestal een ouder. Anders gezegd: overdracht is het (onbewust en onbedoeld) herhalen van een relatie uit het verleden in het hier en nu. Het komt heel veel voor in coachrelaties, niet alleen bij de cliënt, ook bij de coach!
Er is verschil tussen overdracht en projectie: bij projectie gaat het om je eigen gevoel en overtuigingen projecteren op een ander. Dan ga je er dus van uit dat iemand net zo denkt of voelt als jij. Voor overdracht geldt dat je reageert vanuit oude patronen uit vroegere relaties, meestal ouder-kindrelaties.

Tegenoverdracht

Tegenoverdracht is eigenlijk hetzelfde als overdracht, maar dan vanuit de coach op de cliënt. De overdracht wordt (onbewust) geaccepteerd en van de kant van de coach wordt zijn eigen overdracht eraan toegevoegd. Het is dus een meegaan in de overdracht, een onbewuste reactie van de coach op het door de cliënt overgebrachte gevoel.

Cliënt:‘Vind je het heel erg als ik volgende keer niet kom? Ik ga op vakantie’ (overdracht vanuit kindrol; vraagt toestemming).
Coach:‘Ja, dan mis je wel weer een hoop tijd om te oefenen!’ (in tegenoverdracht vanuit kritische vaderrol).

Het kan voor de coach die zich goed bewust is van overdrachtsfenomenen nuttig zijn om tegenoverdracht te ervaren, omdat het hem helpt de overdracht van de cliënt te begrijpen. Dit is dan een bewust onderdeel van het proces. Maar de vraag is: als je als coach onbewust in tegenoverdracht en dus vanuit oude, onverwerkte thema's blijft meegaan in de overdracht van de ander, hoe effectief ben je dan?
Er zijn signalen waaraan de coach merkt dat hij in overdracht zit: je loopt vast met je cliënt, de gelijkwaardigheid is weg, er groeit een situatie waarvan je niet loskomt. Je voelt twijfel aan je competentie, sterke aantrekking of afkeer, en/of voelt je superieur of inferieur ten opzichte van de cliënt.
Er is dan geen sprake meer van twee volwassenen die gelijkwaardig aan het werk zijn. Op de ene niet-herkende boodschap komt een andere, die ook niet herkend wordt. Daar kunnen coach en cliënt lang in blijven hangen; soms gaan meerdere sessies verloren omdat de overdrachtspatronen niet herkend worden. Coaches moeten hun eigen overdrachtsthema's en -patronen kennen en doorwerkt hebben om in de coachrelatie echt effectief te zijn. Dan ben je in staat om heel bewust stil te staan bij hetgeen je cliënt onbewust bij je oproept.
Wanneer de coach in tegenoverdracht zit, houdt hij de situatie, de positie van de cliënt in stand en verandert er niets bij de cliënt.

De dramadriehoek

Coaches die zichzelf graag zien als helper of redder van anderen, komen helaas veelvuldig in de valkuil van de ‘dramadriehoek’ terecht; dit is ook een overdrachtsfenomeen. Het begrip dramadriehoek is voor het eerst beschreven door Karpman in 1968 en later, in 2007 door Fee van Delft. Het gaat om drie ineffectieve rollen in de samenwerking met de cliënt die elkaar versterken: de redder, het slachtoffer en de aanklager.

 

Figuur1 De dramadriehoek
 
bju17021210.06022012170625_0006
(naar: Karpman, 1968)

Een redder is iemand die zich goed voelt als hij anderen kan helpen, kan redden. Hij heeft medelijden met de ander en geeft de ander een vis in plaats van hem te leren vissen. Een coach in de rol van redder houdt daarmee de cliënt in de rol van slachtoffer (de redder ziet het slachtoffer als ‘zielig’) en is een slechte coach omdat hij door zijn ‘hulp’ de ander zijn autonomie ontneemt en zichzelf onmisbaar maakt.
Het slachtoffer wentelt zich in die rol en doet een voortdurend appel op de redder: help mij! Zo verliest het slachtoffer zijn autonomie en ontloopt hij zijn eigen verantwoordelijkheid.
Wanneer een slachtoffer een appel doet op een coach die zich een redder voelt, zal de coach de cliënt gaan ‘helpen’: ‘Kom maar, ik help je wel, ik weet wat goed is voor jou. Hier heb je een stapel adviezen en tips’. Helaas constateert de redder meestal dat zijn adviezen en tips niet worden opgevolgd en dat frustreert hem want het goede gevoel blijft uit. Hij verwijt nu zijn cliënt dat die niet naar hem luistert en niets doet. Van redder wordt hij nu aanklager, onbewust en alles met goede bedoelingen!

Ze had zo haar best gedaan voor deze cliënt, maar het was onbegonnen werk.
De cliënt deed niets met wat ze had aangedragen, ze had hem erop gewezen en gezegd: ‘Zo kan ik niet met je werken!’, maar hij bleef laks; nu had ze er tabak van en stuurde hem weg.

Ook een slachtoffer kan aanklager worden, bijvoorbeeld in een situatie waarin hij boos wordt dat je hem als coach niet 'helpt'.

Als je als coach in de aanklagerspositie zit, ben je bezig je cliënt op zijn fouten en nalatigheden te wijzen, om daar zelf ‘een positief gevoel van eigenwaarde aan over te houden’, aldus Kouwenhoven. Dus weer om er een goed gevoel van te krijgen, maar ook dit werkt niet. Zoals gezegd: ook de dramadriehoek is een overdrachtsfenomeen, omdat dit soort rollen meestal hun oorsprong vinden in vroegere (ouder-kind)relaties (zie ook het artikel ´De systemische benadering´, Herkomst, ouders en kinderen).

De winnaarsdriehoek

Je kunt deze situatie vermijden of omkeren door de dramadriehoek te veranderen in een winnaarsdriehoek.
In de winnaarsdriehoek opereren de coach en de cliënt vanuit kwaliteit en kracht. Ook hier zijn weer drie rollen te onderkennen:

 

Figuur 2 De winnaarsdriehoek
 
bju17021210.06022012170625_0007
(naar Choy 1968 en Kouwenhoven 2009)

In deze situatie zijn coach en cliënt gelijkwaardig en is de cliënt schepper in plaats van slachtoffer.
De assertieve beschouwt zichzelf en de ander als oké en gelijkwaardig. Hij oordeelt niet. Hij bewaakt zijn eigen behoeften en stelt zijn eigen grenzen. Grenzen geven structuur, bescherming en ook ruimte.
Ook de zorgende (de coach in de winnaarsdriehoek) beschouwt zichzelf en de ander als oké en gelijkwaardig. De zorger helpt indien gevraagd, maar niet vanuit een ‘redders’-mentaliteit, eerder als ‘meedenker’. Zijn kwaliteit ligt in het erkennen dat zorgen voor jezelf een voorwaarde is voor het zorgen voor de ander (je kunt pas iets aan een ander geven als je het zelf hebt). Hij doet een aanbod: ‘Ik heb een suggestie voor je, wil je die horen?’ De ander maakt dan zijn eigen keuze.
Een mens kan en mag ook kwetsbaar zijn en is nog steeds oké (hier wordt een krachtig kwetsbaar bedoeld, niet hulpeloos kwetsbaar). Help de cliënt kwetsbaar te zijn zonder direct een slachtoffer te zijn. Huilen betekent dat ik verdriet heb, niet dat ik een slachtoffer ben. In de kwetsbare positie is een mens in contact met zijn eigen emoties en zijn eigen lijden en tegelijk met zijn kracht. Je kwetsbaar tonen is een teken van kracht. In de kwetsbare positie ben je geen slachtoffer van je eigen of andermans emoties.

Een oude vrouw van 92 doet nog zelf boodschappen en loopt met haar rollatormandje vol naar huis.
Echter, de brug is te bol en ze krijgt haar volle karretje niet omhooggeduwd.
Ze vraagt aan een voorbijganger: ‘Kunt u me even helpen duwen?’
Hij doet dit en aan de andere kant van de brug zegt ze:
‘Dank u, nu kan ik alleen verder’, en ze loopt naar huis.

Kwetsbaar betekent dat je jezelf helpt, zonder het alleen te hoeven doen, je hebt de kracht om om hulp te vragen. Ook in kwetsbaarheid ben en blijf je schepper van je eigen omstandigheid en blijf je je eigen leider; je organiseert hulptroepen, maar blijft wel ‘in charge’.
Een coach moet de dramadriehoek ervaren en doorwerkt hebben om in zo'n situatie de cliënt weer mee te kunnen nemen naar de winnaarsdriehoek.

Andere valkuilen

Zo zijn er vele valkuilen waar coach en cliënt in een coachrelatie samen onbewust in terecht kunnen komen. Hier volgen er nog enkele.
De angst om fouten te maken. Een coach die bang is om fouten te maken, koppelt deze faalangst aan de status van een ‘goede coach’: een goede coach maakt geen fouten … Dit vormt een belemmering voor open en onbevooroordeeld aandacht en aansluiting, en kan zelfs tot gevolg hebben dat de coach helemaal niets meer durft te doen. Wie moet er dan gecoacht worden?
Ingezogen worden in vragen, zoals: ‘Wat vind je dat ik zou moeten doen?’, of vragen die naar bevestiging van het eigen gelijk zoeken: ‘Dat ben je toch met me eens?!’ De coach trekt geen partij, maar daagt uit en sluit aan. Wanneer een coach op dit soort vragen ingaat, belemmert hij het probleemoplossend vermogen van de cliënt en vergeet hij de eigen wijsheid van de cliënt aan te spreken.
Sneller gaan dan de cliënt. Niets is menselijker voor iemand die anderen wil helpen dan direct aan de oplossing denken terwijl de ander nog in zijn probleem zit. Blijf aanwezig, blijf aangesloten en volg de cliënt in zijn eigen tempo. Denk niet meteen dat je het weet. Realiseer je dat de cliënt zijn eigen oplossingen in zich heeft. Het is de taak van de coach om de cliënt te ondersteunen zijn eigen oplossingen te vinden.

 

 

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel

Log in om een recensie te schrijven

Er zijn nog geen recensies geplaatst

Gerelateerde onderwerpen