13-9-2021

Casus ‘Wie coacht de coach?’

Een gesprek met mijn arts Eric Gielisse

Door een tegenslag in mijn gezondheid moest ik afscheid nemen van mijn carrière als concertpianist, nadat ik drie keer op het podium voor een volle zaal bewusteloos raakte. Omdat ik in de jaren tachtig hulpverlener voor aidspatiënten was, lag het vervolg voor de hand: ik boog mijn werk om naar dienstverlening en beslist ook hulpverlening, daar had ik al ervaring in en grote affiniteit mee. Ik moest afscheid nemen van het geven van concerten en van het lesgeven als pianodocent. Dan kon ik tenminste gewoon doorwerken en mensen helpen. Maar niet zonder slag of stoot, zo bleek.

Na meer dan 3500 concerten te hebben gegeven in mijn leven, merkte ik dat door de afname van spiermassa en energie het onmogelijk – zeg maar rustig onverantwoord – werd dat werk voort te zetten. Ik weet nog heel goed dat ik in 2009 voor het eerst op een concert in Wageningen onderuitging voor een volle zaal. Zomaar. Dat zou nog tweemaal gebeuren in de jaren daarna. Voor mijzelf, maar beslist voor het publiek een nare ervaring. Je wordt onzeker, je schaamt je, je wordt angstig dat zoiets weer zal gebeuren en je kan niet meer vertrouwen op je lichaam. In 2012 verloor ik binnen een jaar tijd opeens 34 kilo. Ik werd patiënt. Het roer moest om. De bedrijfsarts van de muziekschool waar ik werkte, bood mij aan om mij af te keuren. ‘Niemand keurt Pieter Grimbergen af’, was mijn stoere antwoord. Wat dacht hij wel, zo ronkte ik na in de auto op de terugweg naar huis. Die bedrijfsarts barstte van compassie naar mij, alleen zag ik dat toen niet. Ik heb hem dat later wel verteld. Overigens, ik ben blij met mijn beslissing mij niet af te laten keuren. Er lag namelijk nog iets op mij te wachten.

Mijn wens om coach te worden en mensen een luisterend en ondersteunend oor te bieden (en vooral waardigheid te bieden), hoefde niet van ver te komen. Datzelfde jaar (2012) begon ik een serie cursussen en retreats bij het CCR, in 2017 volgde ik een intensieve cursus bij Brené Brown en in 2018 studeerde ik af in Acceptance & Commitment Therapy. Vanaf 2013 kreeg mijn carrière als coach van mensen die kampen met tegenslag in gezondheid al fors gestalte. Ik ken de wond immers. Daar ben ik geweest. Ik was er klaar voor. Maar afscheid nemen van mijn concertleven en van mijn leven als muziekdocent, had ik wel de tijd genomen om dat aan te kijken? Had ik ‘tijd’ wel serieus genomen? Is ‘tijd’ niet een ongelooflijk belangrijk onderdeel van een mensenleven? Immers, ik noem ‘tijd’ als een vorm van persoonlijk leiderschap. Mijn eigen arts vond daar wat van.

Herinner jij je een situatie in je leven waarin je onvoldoende tijd nam om goed afscheid van iets te nemen?

Mijn artsen houden mij goed in de gaten, ik word voortreffelijk begeleid. Omdat ik (gelukkig) praat over jaren die voor me liggen, gaat het contact met artsen ook over jaren. Er ontstaat een band. Zo ook met dr. Eric Gielisse (1982) die van 2015 tot 2020 mijn mdl-arts (met oncologie als aandachtsgebied) en mijn klankbord was in het Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) te Beverwijk. De lange adem kan je naar de keel vliegen. Dát gebeurde op een consult. Hij reageerde met grote betrokkenheid: ‘Piet, wie coacht de coach …?’ Eric Gielisse kon toen absoluut niet vermoeden dat zijn uitspraak mij zou wijzen op een belangrijke confrontatie met zelfcompassie.

Anderhalf jaar later zocht ik contact met Eric om te vragen waarom hij dit toen vroeg. Een compassievraagstuk? Tijd is een vorm van persoonlijk leiderschap. Had ik die vorm in mijn eigen leven verwaarloosd? En hoe zat het met gastvrijheid, een heel belangrijke vorm van persoonlijk leiderschap?

‘Ik herinner me dat moment heel goed. Maar ik ga je eerst vertellen hoe ik aankijk tegen mijn omgang met mijn patiënten, met name met de chronische zieken en patiënten in de palliatieve zorg. Het gaat niet over een gekunsteld iets. De verbinding met de patiënt probeer ik te maken door op zoek te gaan naar waar hun ogen van gaan glinsteren. Dat kan gaan over hobby’s, werk, zeg maar over hun passies. Daar wil ik meer van weten zodat ik op een veilige en oprecht geïnteresseerde manier bij hun kwetsbaarheid kan komen. Door te vragen. En vooral door te observeren. Soms lukt mij dat niet. Dat vind ik dan heel erg jammer.’

‘Ik heb wel wat met die wounded healer van jou, Henri Nouwen. Het gaat om voelsprieten. Ik ga het je uitleggen, want van het ziekteproces van mijn moeder, die op 42-jarige leeftijd borstkanker kreeg en tien jaar later overleed, heb ik veel geleerd. Iemand die kwetsbaar is, is gevoelig voor wat er gezegd wordt. Het gaat dan over wie het zegt, wanneer het wordt gezegd en hoe het wordt gezegd. Die drie zaken moeten kloppen. En wat lief gezegd wordt en goedbedoeld is, wordt niet altijd goed ontvangen. Observeren is heel belangrijk. In mijn vak gaat het om boven de ziekte uit te kijken naar de mens zélf. Luisteren naar wat van belang is. Je komt te weten wat voor de patiënt van belang is. Praat over die passie, ook al is die vreemd of nieuw voor je. Je komt iets te weten over de energie van degene die tegenover je zit.’

Gehoord worden

We komen uit op mei 2019. ‘Jij gaf op dat consult heel duidelijk aan waar jij van ging glimmen: jouw muziek. Maar je stapte in je verhaal wel heel erg snel over naar je huidige werk, waar je ook weer je ziel en zaligheid in stopt. Daar glim jij ook van. Ik vond dat je heel snel over iets anders sprak. En ik wist dat ik je helaas niet meer beter kan maken. Ik wilde je terugfluiten om bewust te kijken naar iets waar tijd voor nodig is: jouw verdriet. Ook hoopte ik je te attenderen dat je de tijd absoluut moet nemen om je concertleven goed af te sluiten. Het gaat over afscheid! Afscheid nemen kost tijd, het vraagt zelfcompassie. Dat emotionele moment deed mij zeggen: “Wie coacht de coach?” Dát had je nodig. Gehoord worden in dit verdriet. Tijd nemen is zo belangrijk!’

Een hulpverlener die mij hoorde. Het afscheid was nog incompleet. Mijn huisarts Luc de Vries zou in december van datzelfde jaar hetzelfde zeggen, maar dan nog behoorlijk wat dwingender. Drie maanden daarna sloot ik in februari 2020 mijn leven als concertpianist en als docent muziek met een groot feest af. Het kon nog net, zo vlak voor de eerste lockdown van maart 2020 ten gevolge van de coronapandemie.

Mijn coachingswerk draaide al geruime tijd op volle toeren. Nu neemt dat werk voor de volle honderd procent een plaats in. Ik had tijd genomen en gastvrijheid verleend aan mijn verdriet.

Articulatie (de bewegingen van je innerlijke leven) en compassie zijn mijn vormen van persoonlijk leiderschap, net als tijd en gastvrijheid. Levenswaarden zijn flexibel, vormen van persoonlijk leiderschap zijn flexibel. Wat zijn voor jou vormen van persoonlijk leiderschap?

Eric Gielisse: ‘Ik zie compassie als inleven in degene die voor je zit en vervolgens handelen naar diens behoefte. De informatie die je ontvangt van je patiënt moet je goed aanvoelen. Het gaat om wat voor diegene belangrijk is. Dat bepaalt absoluut hoe je gaat behandelen. Wat ik van mijn moeder in haar ziekteproces ook meekreeg, is dat je aan het eind van de dag bij de patiënt langsgaat en vertelt dat je nog niets weet, bijvoorbeeld dat er nog geen uitslag van een scan is – want je weet dat het wachten op zo’n uitslag iemand gespannen kan maken. Je kan de angst een halt toe roepen door te zeggen: “We weten nog niets, er is nog geen uitslag binnen.” Duidelijkheid kan namelijk ook bestaan uit inzicht geven in wat je nog niet weet. Duidelijkheid heeft te maken met compassie.

Compassie zie ik ook als het kijken naar wat iemands passie is. Passie is, wat vrij geïnterpreteerd misschien, verweven in het woord compassie. Verlies de persoon die voor je zit, niet uit het oog. Soms wíl een patiënt het perspectief (nog) niet weten, dat moet ik goed controleren in een gesprek. Stel ook open vragen. Leer van wat zij belangrijk vinden. En soms gaat compassie over het doorbreken van een vechtstand. Daarvoor in de plaats kan het loslaten komen, het toegeven. Het gunnen van kwaliteit kan daar onderdeel van zijn.’

Compassie gaat over delen

‘En wie coacht de arts?’, vraag ik wat bijdehand als afsluiting van dit gesprek. We praten over grenzen die een hulpverlener zoals een arts kan tegenkomen. ‘Ik wil mij verdiepen in bijvoorbeeld het verdriet. Zodra ik merk dat mijn energie te sterk wordt beïnvloed, zet ik een stap terug. De patiënt komt niet bij mij om te merken dat ik in zijn emotie meega, meelijden dus. Wanneer je hulp verleent, moet je altijd teruggaan naar diegene aan wie je de hulp verleent. En wie mij coacht? Mijn collegae en de verpleegkundigen. Dat heb ik nodig wanneer ik door een patiënt geraakt word. Dat delen, dat is dan zo fijn. Delen is verbinden. Compassie gaat over delen.’

Fred Couprie ‘Pieta 5, in blue, sitting on a chair’: een piëta in het koele blauw, hetzelfde gegeven met een andere nuance.

 

Casus uit mijn eigen praktijk: ‘Naakte compassie’

Met medewerking van Jet

In Zorg, zingeving en waardigheid schreef ik dat accepteren geen magic word mag zijn bij een coach. In de casus uit mijn eigen praktijk die ik straks met je ga delen, kwam het niet-accepteren duidelijk naar voren. Breekbaarheid in plaats van maakbaarheid. Er zijn momenten in je leven die je niet gedwongen kán accepteren. Ook dit hoort, vind ik, bij menselijkheid.

‘Het niet-accepteren zou heel soms de norm van dat accepteren moeten kunnen overstijgen. Er is namelijk iets anders’, aldus Jet.

Dat is nogal een uitspraak. Onze tijd is namelijk helemaal niet van het accepteren. Alles is maakbaar, je hoeft het niet te pikken, het niet altijd sympathieke what’s in it for me, en ga zo maar door. Dat niet-accepteren gaat over iets heel anders dan maakbaarheid. Het gaat over het aanvaarden. Aanvaarden is een instelling, ook een way of life zou je kunnen zeggen. En dat is heel ingewikkeld, zeker wanneer het gaat over het aanvaarden van breekbaarheid. In de coachingswereld wordt accepteren juist weer als een groot goed beschouwd. In de volgende casus kreeg ik iets anders te horen. Het overtuigde me van het woord aanvaarden. Het betreft een moment dat ik nooit zal vergeten. Ik leerde in een uur tijd ongelooflijk veel van een cliënt.

Wat ik vooral leerde is dat je als coach, als hulpverlener (professioneel of privé), ook te maken hebt met het potentieel van de cliënt. In een driedelig coachingstraject in januari 2021 voor een organisatie in thuiszorg zou een cursist met eenzelfde verhaal komen: een verhaal over leren van je cliënt.

Sinds deze sessie en na het verhaal van mijn cursist breng ik aan het eind van ieder gesprek met iedere cliënt naar voren waar ik bij hem of haar zo van genoten heb.

Voorafgaand aan de casus

Wanneer je je gezondheid verliest, wat gebeurt er dan intermenselijk en met jezelf? Wat doe je ermee, kan je er überhaupt wat mee doen? En dezelfde vragen gaan op voor je omgeving. Wat is de impact van termen als ‘kostenplaatjes’ in het leven van iemand die ziek is? En hoe zit het met je waarden dan? Maakte de coronaperiode dit alles nog actueler? Ik werk met mensen die kampen met tegenslagen in gezondheid. Daarom weer een stukje autobiografie waarin je leest waarom ik coach werd in ‘verloren gezondheid’.

Bij het bestuderen van Parker J. Palmers werk werd ik begeleid door Barbara Reid.30 Zij gaf aan dat een grondig zelfonderzoek aan het begin moet staan van een opleiding tot coach met het consigne: ontdek jouw vormen van persoonlijk leiderschap, hanteer ze flexibel, beheer ze.

Een paar jaar later stelde Brené Brown mij de vraag om drie waarden te noemen. Ik kon er niet meteen op komen. Sommigen noemden het een reflectiemoment, maar ik noemde het een crisis. Pas na gesprekken met mijn pastor Aart Mak31 kwamen ze. En dat was de weg naar boven. Het zou mede leiden naar mijn huidig werk als coach. Reid, Mak en Brown vielen samen, Nouwen is de overkoepeling. Hier moest ik mee gaan werken. En beslist met mensen die te maken hebben met tegenslagen in gezondheid. Intenties blijven vaak overeind, doelen kunnen veranderen. Waarden en vormen van persoonlijk leiderschap hanteer je flexibel. Proefondervindelijk ervaren. Met name Brené Brown heeft mij dit zo krachtig meegegeven.

Omdat ik wilde werken met mensen die hun gezondheid verliezen, verdiepte ik mij in het gegeven dat je gesprekspartner een wond heeft en wat je met je eigen wond in zo’n gesprek doet. Een ziekte zie ik namelijk als het hebben van een wond. In The wounded healer (1972) stelt Nouwen dat het hebben van een wond je moet uitnodigen tot het dienstbaar maken van je wond aan anderen. Omdat je zelf een wond hebt, voelt diegene beslist dat jij er ook geweest bent. Empathie, en geen sympathie. Empathie verbindt zich krachtig met compassie. Sympathie doet dat niet zo sterk als empathie. Dat resoneerde sterk in mij. Nouwens laatste werk Adam (1996) benoemt de waarde van kwetsbare mensen: ze laten ons de ruwe kant van het leven zien.32

Waarden inspireren tot het benoemen van vormen van persoonlijk leiderschap. De koppeling aan waarden (waarden als gekozen levensrichting, naar de opvatting van Steven Hayes) was voor mij onvermijdelijk. Je treft een model aan dat ik opstelde tijdens mijn opleiding Brave Leader (Brené Brown). Modellen zijn er niet om je op vast te pinnen. Net als waarden hanteer je deze flexibel: verloren gezondheid kan je tot herziene waarden brengen en dus tot andere vormen van persoonlijk leiderschap.

Overigens, persoonlijk leiderschap is een wel heel modieuze term geworden. Dat op zich zegt al wat: we zijn kennelijk op zoek naar iets, naar betekenis, naar woorden. Persoonlijk leiderschap gaat onder andere over waar je vandaan komt, waar je bent en waar je naartoe wilt. De pelgrimsvragen komen ook nu weer opdagen en kunnen inspireren bij het vinden van vormen (jouw vormen) van persoonlijk leiderschap. Voor mij werden het vormen die dicht bij mijn eigen waarden komen. In de figuur zie je het model. Het is uiteraard weer geïnspireerd door het werk van Henri Nouwen.

Vormen van persoonlijk leiderschap

 

Articulatie is een musicus eigen. Het is een mooie benaming voor de bewegingen van je innerlijk leven.

Compassie gaat vooral over medeleven, van en door anderen en van jezelf (en het gaat veel minder over medelijden).

Contemplatie gaat over tijd nemen. In gesprekken met zieke mensen komt ‘tijd’ heel vaak naar voren als een vorm van persoonlijk leiderschap, positief en negatief.

Gastvrijheid is een vorm waar het gedachtegoed van Henri Nouwen mij enorm toe heeft geïnspireerd: ruimte, naar anderen, naar jezelf, en vooral het toelaten van anderen. Maar ook naar datgene wat tegenslag (bijvoorbeeld in je gezondheid) veroorzaakt.

Gastvrijheid verlenen aan iets onaangenaams? Ga daar maar aan staan: dan kom je met ‘accepteren’ lang niet altijd uit de voeten! ‘Gastvrijheid gaat niet over een uitnodiging om de levensstijl van de gastgever te bewonderen, maar eerder over het vinden én zien van de levensstijl van de gast’, zegt Henri Nouwen. De hoogst mogelijke vorm van persoonlijk leiderschap van een coach – en de meest lastige in mijn eigen privéleven.

Maar nu de actualiteit. Hoe zit het met het sociale isolement bij zieke mensen? In een tijd waarin de wereld in rap tempo verandert, is die vraag actueler dan ooit. Welke blijvende gevolgen zal het coronatijdperk hebben voor de manier waarop mensen samenleven, voor hun zoektocht naar waarden? Hoe gaat de samenleving om met zieken die nog heel veel jaren blijvende gevolgen van COVID-1933 ondervinden, die buitenspel zijn geraakt – hoe moeten de ‘sterkeren’ zich verhouden tot de ‘zwakkeren’? Politiek en BN’ers geven in de media zogenaamde ‘krachtige standpunten’ over ouderen en medisch behandelen: ‘We moeten het hierover durven hebben.’ Hoezo ‘durven’? Zit in de context van ‘durven’ iets van ‘En ehhhh eigenlijk kan het niet wat ik zeg’? Of hebben we te maken met terechte spierballentaal?

Als coach en als begeleider van mensen met ernstige gezondheidsproblemen vrees ik dat de traditioneel kwetsbare positie van fysiek, mentaal of maatschappelijk minder weerbare burgers ernstig zou kunnen lijden onder een sociaaleconomisch klimaat waarin overleven de leidraad dreigt te worden. In de coronaperiode zag ik onzekerheid en argwaan opduiken in verhoudingen tussen mensen en groepen, en dat in een tijd waarin verbinding als waarde belangrijker zou moeten zijn dan ooit. Bijna alles wat warmte en troost kan bieden staat op het spel en in zo’n periode weet niemand voor hoelang. Feiten doen splijten, want feiten blijken ook multi-interpretabel te zijn. Hoe dan, voor mensen die steun en betrokkenheid kunnen gebruiken, vernieuwd vorm te geven aan verbinding? Hoe kunnen wij elkaar in zo’n verharde wereld opnieuw vinden? Als coach stuit ik op deze vraag, bij anderen, bij mijzelf.

Ik wil een casus met je delen. Het betreft een onlinesessie in het late voorjaar van 2020 met Jet. Zij raakte sociaal geïsoleerd in de coronatijd. Dit is niet het meest hoogdravende of succesvolle verhaal uit mijn praktijk, maar een sessie die ik nooit zal vergeten. Het werd duidelijk waar coaching over kan gaan: just be there. Online of live, er zijn.

Casus: sociale isolatie en compassie bij verloren gezondheid

Na te hebben gereageerd op een oproep in de social media om je als coach online beschikbaar te stellen voor mensen die ‘gewoon’ een gesprek willen in de coronatijd, kwam ik onder andere uit bij Jet (uit privacyoverwegingen is haar naam veranderd). Zij vertelde mij over haar leven. Op het moment van de onlinesessie eind maart was zij 75 jaar. Op haar 73e verkocht zij haar winkel en betrok een heerlijk appartement op de twaalfde etage in een grote stad: ‘Veel privacy, weet u, niemand kijkt naar binnen.’ Jet nam zich voor dingen te gaan doen waar haar hart ligt: lezen, films en concerten bezoeken, en veel wandelen. Zij had geen man of vrouw, geen nog in leven zijnde broers of zussen, geen neven en nichten, en amper vrienden, want: ‘Ach weet u, ik werkte 24 uur per dag mijn leven lang in mijn zaak, ik deed alles zelf. Dus dan weet u het wel.’ Ik wist het niet, maar vermoedde het een en ander.

Op de dag van de lockdown kreeg zij te horen dat haar lichamelijke klachten na talloze onderzoeken hadden geleid tot de diagnose kanker met uitzaaiingen in het hele lichaam. Prognose: Jet had hoogstens nog twee maanden te leven. Advies: binnenblijven. Bijna onderkoeld vertelde zij mij dat de buurman haar boodschappen doet en deze voor haar deur zet, en dat de zorg met mondkapjes ‘erg lief is naar mij’. Ook vertelde Jet dat zij weet dat ze zal sterven omgeven door die mondkapjes en witte jassen. Mijn hart bloedde stil vanbinnen.

We spraken uitgebreid over het spanningsveld tussen intentie en doelen. Jet omschreef haar grote confrontatie: was haar doel vóór het stellen van de diagnose en vóór het duidelijk worden van de prognose het goed laten draaien van haar eenmanszaak en daar prettig van kunnen leven, nu is haar doel doodgaan zonder nodeloos lijden. In haar bewoordingen: ‘Zo goed mogelijk doodgaan.’ Jet gaf aan dat op het moment dat de artsen haar vertelden dat zij niets meer konden doen, zij zelf het niet-medisch behandelen direct omzette in een andere behandeling. Bijvoorbeeld pijnbestrijding.

Ik vroeg of haar intenties ook veranderd waren. Intenties blijken bij haar minder flexibel te zijn dan doelen. Intenties beschreef Jet als een grondhouding: ‘Een houvast om nieuwe doelen met een voor mij vertrouwde veiligheid te ondersteunen.’ Dit hoor ik vaker wanneer ik spreek met mensen die een verlies van gezondheid ondervinden.

Online coachen heb ik als uiterst vermoeiend ervaren. Je mist de lichaamstaal, de non-verbale taal is sterk afgezwakt omdat je gesprekspartner dicht bij het scherm moet zitten om verstaanbaar te zijn. Daardoor zie je niet wat handen, voeten, armen, benen, houding en nuances in gelaatstrekken je eigenlijk vertellen. Je traceert, je bent extra attent, je dreigt bijna meer te vragen, minder open vragen zelfs, want … je mist iets. De coach is ook sociaal geïsoleerd, zou je kunnen zeggen.

En Jet, was zij zo onderkoeld als het leek op dat scherm van mijn laptop? Het zou een aanname zijn om te stellen dát zij onderkoeld sprak, realiseerde ik mij.

Het gesprek ging immers over haar leven, haar biografie, haar contacten toen en nu, over compassie, en vooral over tijd. De tijd die zij besteedde aan haar werk, die tijd heeft haar laten wennen aan haar sociaal eenzame leven. Haar werk wás haar leven. We spraken over gastvrijheid naar haar klanten, haar resultaten en de tevredenheid van de klanten, de aanbevelingen van die klanten. En een wat sarcastisch ‘O ja, voordat jij erover gaat zeiken, ik ben ook aardig naar mijzelf hoor.’

Jet verzorgde haar wond op haar manier. De kanker keek zij wel degelijk recht in de ogen. Ze gaf mij aan dat zij echter het recht heeft om te zeggen dat ze haar situatie door haar ziekte niet zomaar kan accepteren; sterker nog, dat zij het volstrekt normaal vindt om het niet te accepteren. Ik vroeg haar om wel voor zichzelf te blijven zorgen en vertelde haar het verhaal van Hiëronymus, die zich bedreigd zag door een aanstormende leeuw. Die leeuw had echter een gewonde poot. Hiëronymus besloot die poot te verzorgen. Jet zweeg een paar seconden en drukte mij ongelooflijk lief en zacht sprekend in alle rust op het hart dat zij dat ook doet, bijna met een geruststelling van haar naar mij. En naar zichzelf, hoopte ik.

Het slot van deze sessie bestond uit mijn vraag: ‘Jet, wat heb je nodig?’ ‘Wat heb je nodig’ vind ik een van de belangrijkste vragen van een coach. ‘Wat vraag ik van het leven’ staat daar los van en is volslagen onbelangrijk. ‘Wat vraagt het leven van mij’ werd juist mijn hoofdgedachte.

Jet beantwoordde mijn vraag vol gloed en enthousiasme met iets totaal onverwachts. Of ik op internet een serie Duitse krimi’s kon vinden voor haar. Gedaan. Een dank vanuit het hart volgde. Als coach bleef ik achter. Was dat het voor nu? Kon ik niets meer dan dat bieden? Het antwoord is: als het absolute naakte punt van coachen zichtbaar wordt, ja, dan is alles voldoende. Jet overleed kort na het gesprek dat ik met haar had. Jet beheerde haar verhaal.

Dat ‘naakte punt’ zit in de manier waarop je je gesprekspartner in beweging wilt krijgen: vragen stellen. Open vragen. Bij Jet leek ik geen oplossing te kunnen bieden. Dat hoefde van haar ook niet. Maar de vragen nodigden haar uit tot spreken en tot haar gevoel dat ze gehoord werd. Een oplossing is niet altijd concreet. Is de jacht naar concrete oplossingen de gesel van deze tijd? Zijn ‘gehoord worden’ en ‘er zijn’ niet juist de geschenken die we kunnen bieden in het coachvak? Is dit niet het voorbeeld van compassievol coachen, er zijn? Eerlijk omgaan met verwachtingen, met vragen, met perspectieven om maar wat te noemen? De opmerking van Parker J. Palmer raakt dat ‘naakte punt’ in het hart: ‘Jouw oplossing is van generlei waarde voor degene die tegenover je zit, zolang deze niet bij de eigen bron, de eigen wijsheid is aangeland.’

En wat is zorg, ook vanuit de professionele hoek? In een gesprek met Laurent Nouwen, de broer van Henri Nouwen, vertelde Laurent mij dat Henri Nouwen ‘zorg’ zag als het grootste teken van menselijkheid. Laurent gaf in dat gesprek aan dat hij daarom zo’n gruwelijke hekel heeft aan termen als ‘kostenplaatjes’ en naar iedere zweem van het vercommercialiseren van menselijkheid. Menselijkheid als waarde bij iedere vorm van hulp- en dienstverlenen, door jou of door een professional? Ik breek een lans voor deze gedachte. Waarden laten zich nooit vercommercialiseren.

In mijn overtuiging verbinding te benoemen om deze tijd goed door te komen vind ik bijval, maar ook scepsis. De teneur van de kritiek is ook vaak dat dit ‘soft’ is, en ‘al zo vaak gehoord’. Ik bestrijd dat. In een wereld waarin mensen op zichzelf worden teruggeworpen, komt het wat mij betreft juist meer dan ooit aan op verbinding. Daarin moeten nieuwe wegen gevonden worden. Zonder verbinding geen zingeving, zegt Henri Nouwen in The wounded healer. Ik denk dat de zoektocht naar waarden dreigt te verzanden. Empathie, zorgzaamheid en affectie mogen niet ondergeschikt raken aan koele cijfers die het huidige tijdperk (te) vaak begeleiden. Dát houdt ons weg van de persoonlijke aandacht voor diegenen die sociaal geïsoleerd zijn. Onder andere door verloren gezondheid. Dat spijt mij zeer.

Men zegt weleens ‘wounded healers are the best’. Is dat zo? En denk eens na over wat jij nodig hebt en wat jouw verzoek is.

Meeleven vraagt moed

Op mijn webinar van 3 februari 2021 ontving ik de vraag: wanneer kom je als coach met een oplossing? Had ik voor Jet een oplossing? Voor haar wel, zo gaf ze mij vol overtuiging aan. De afwezigheid van ‘dat zou je moeten doen, zo moet je erin staan’ was voor haar dé oplossing. Het kunnen kijken naar krimi’s eveneens. Zelf worstelde ik lange tijd met de vraag of ik naar mijn inzicht een oplossing had aangeboden. Een coach die uiteindelijk oplossingsgericht dacht te moeten zijn, terwijl de cliënt dat niet wilde en ook niet verwachtte – het kan soms raar lopen. Ik moest vrede ontwikkelen met háár tevredenheid. Meeleven vroeg moed.

Henri Nouwen schreef het prachtige essay ‘Begin met zorgzaamheid’, over oplossingen en over iets waar hij veel meer aan hecht: zorgzaamheid. To care als belangrijk onderdeel van compassie, to care als teken van menselijkheid. Ik herlas het na die 3e februari, na de sessie met Jet en na haar overlijden. Daarom deel ik dit fragment, aan het einde van dit artikel met jullie.

Begin met zorgzaamheid

Zorgzaamheid is niet hetzelfde als oplossingen aanbieden. Een oplossing betekent dat er iets verandert. Artsen, advocaten, politici en maatschappelijk werkers willen allemaal hun deskundigheid inzetten om iets te veranderen in het leven van hun medemens. Daar worden ze ook voor betaald. Maar oplossingen, hoe wenselijk ook, moeten voortkomen uit een zorgzame houding, anders kunnen ze een dwingend of zelfs destructief karakter krijgen. Als je zorgzaam bent, leef je mee met de ander, je bent aanwezig bij verdriet en lijden. Het getuigt van de waarheid dat de ander jouw medemens is, even menselijk, sterfelijk en kwetsbaar als jijzelf. Als we zorgzaam zijn, kunnen de oplossingen die we bieden aanvaard worden als een geschenk. Oplossingen kunnen we niet altijd bieden, zorgzaamheid wel. Het laat zien dat we mensen zijn.

Henri J.M. Nouwen

 

 Klik op www.businezz.nl/compassie-muziek om te luisteren naar het pianowerk ‘Meditatie’.

Fred Couprie ‘Sleeping man’, 2014, acryl op papier: piëteit met een gevallene? Sterfelijkheid en kwetsbaarheid.

 

 

Er is moed voor nodig om ons eigen
verhaal te beheren. Beheren we ons
verhaal niet, dan beheert het verhaal
ons.

Brené Brown

 

Noten

30 Barbara Reid (1956). Psycholoog, facilitator van het Center For Courage And Renewal, geeft vele retreats (Verenigd Koninkrijk).

31 Aart Mak (1954). Gepensioneerd dominee, mijn raadsman, rouwverwerkings-deskundige, auteur, schreef het voorwoord van Confrontaties met compassie.

32 Over sympathie en empathie heeft Brené Brown een briljante cartoon gemaakt.

33 COVID-19. Coronapandemie die de wereld trof in 2020.

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel
Er zijn nog geen recensies geplaatst

Gerelateerde onderwerpen