Emotional thoughts

Een rijke leeromgeving creëren voor reflectie met behulp van film

Marijke Sybesma

‘Logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal.’ –Albert Einstein

In mijn leven heb ik heel wat af gereflecteerd. Toch lukt het mij niet een paar hardnekkige gedragspatronen te doorbreken, die strijdig zijn met mijn professionele opvattingen als coach. Ik heb bijvoorbeeld een hoog tempo, met als gevolg dat ik mijn coachee soms ‘meesleur’ in plaats van te vertragen en iemand rustig de tijd te geven om zijn eigen tempo te bepalen. Op dat moment heb ik te maken met twee praktijktheorieën: de ‘espoused theory’ en de ‘theory in use’ (Argyris & Schön, 1982). Kort samengevat komt het erop neer dat ik bepaalde professionele opvattingen wel aanhang (espoused theory), maar toch iets anders doe (theory in use). Dat gebeurt niet bij toeval, maar vanuit een onderbewuste opvatting. Sterker nog, vaak is het gedrag er eerst en dan de rationele verklaring, die vervolgens ook heel logisch en legitiem klinkt (in mijn geval de opvatting dat de coachee toch wel tot actie moet overgaan). Nu betrap ik niet alleen mijzelf daar op, maar kom ik dit ook regelmatig tegen bij mijn coachees. De vooronderstelling van reflecteren is dat er bewustzijn van je professioneel handelen ontstaat, wat zou leiden tot het verbeteren van dit handelen. In de praktijk blijkt het echter knap lastig om je gedrag te veranderen of bij te stellen. Waar heeft dat mee te maken? En wat betekent dat precies voor een coachtraject? Welke consequenties kun je daaraan verbinden als coach?

In dit artikel werp ik een kritische blik op de inrichting van een leeromgeving voor reflectie in coaching en pleit ik voor een rijke leeromgeving die aansluit bij de werking van het brein. Eén instrument voor zo’n rijke leeromgeving licht ik in dit artikel eruit: het inzetten van (speel)film vanwege de unieke eigenschappen ervan.

Bewust en onderbewust leren van ervaringen

Wij zien onszelf het liefst als rationeel handelende wezens, die op grond van logica, denkkracht en wil besluiten nemen. In werkelijkheid gebruiken we bij het nemen van beslissingen onderbewuste ervaringsroutines uit het verleden. Dat wordt ook wel intuïtie of ‘tacit knowledge’ genoemd (Kahneman, 2016). We staan voortdurend bloot aan prikkels, die onze hersens razendsnel filteren op relevantie en risico’s en daarna, al dan niet bewust, als ervaringen opslaan.

Onze hersenen bevatten allerlei centra die van invloed zijn op ons handelen, zoals het motorisch centrum waardoor we kunnen fietsen, schrijven of schaatsen; zintuigelijke centra voor het zien, horen, voelen, ruiken en proeven, waardoor we kunnen waarnemen en ervaringen opdoen. De prefrontale cortex bestuurt al deze processen en maakt daarbij gebruik van twee hoofdsystemen: het ervarende systeem en het rationele systeem, die zowel parallel werken als elkaar beïnvloeden (Wigboldus, 2006; Kahneman, 2016; Aleman, 2017).

Het eerste systeem heet wel het ervarende, onderbewuste of intuïtieve systeem en functioneert grotendeels via fysieke responsen (bijvoorbeeld blozen of zweten), emoties (boos, blij, bang, bedroefd), zintuigen (horen, zien, ruiken, voelen, proeven), associaties (je ruikt de geur van gemaaid gras en het is weer zomer), metaforen (de familie is de hoeksteen van de samenleving) en beelden (witte kerst). Dit systeem is onderbewust, razendsnel, niet talig en beoordeelt ervaringen ‘quick and dirty’. Het beoordeelt zo in een nanoseconde of een situatie veilig of risicovol is. Die inschatting is gekoppeld aan associaties uit de ervaringsgeschiedenis van een persoon en wordt manifest in het hier-en-nu. Zo ontstaan er automatismen en routines in gedrag die onderbewust worden opgeslagen en door herhaling worden versterkt. In de hersenen worden dan neuronale netwerken aangelegd, als een soort wegennet, met snelwegen, kleine weggetjes en zandpaadjes (Spee, 2012). Een prachtig en ontroerend voorbeeld hiervan is het YouTube-filmpje waarin een voormalig prima ballerina met Alzheimer op het moment dat ze de muziek van het Zwanenmeer hoort, zich de bijbehorende bewegingen van de dans herinnert (te bekijken via youtu.be/OT8AdwV0Vkw).

Dit systeem werkt via zogenaamde ‘mentale shortcuts’: semiautomatische associatieve reacties op alles wat we meemaken en aan ervaringen opdoen (Kahneman, 2016). Associaties verbinden die ervaringen en betekenissen direct met de huidige situatie. Zulke shortcuts zijn vaak heel handig in het dagelijks leven, waarin we direct moeten reageren op allerlei prikkels van buitenaf, zoals een dreigend conflict of bijna-botsing met een auto. Je zou kunnen zeggen dat de associatie met vroegere emoties grotendeels je gedrag beïnvloedt. Emoties fungeren als ankerpunten voor het vastleggen van ervaringen. Hoe dieper de emotie, hoe sterker het ankerpunt. Daarmee is emotie een verborgen bestuurder van ons gedrag. Immordino-Yang en Damasio (2007) geven aan dat het grootste deel van ons denken plaatsvindt door middel van hersenprocessen waarin denken en emotie sterk met elkaar verbonden zijn.

Bij dit systeem horen ook beelden en metaforen. Die vormen de taal van onze hersenen en worden veel beter opgeslagen in ons geheugen dan woorden (Tigchelaar, 2017). Een metafoor is beeldspraak met een impliciete vergelijking. Bij metaforen is niet alleen cognitie betrokken, maar ook onze zintuigelijke manier van ervaren. Die manier van denken en zien legt bloot hoe we de wereld ervaren. Zo kan iemand zeggen: ‘Mijn leven lijkt op dit moment een slechte uitvoering van de Matthäus-Passion, niet afgestemd en niet in harmonie met elkaar, het is meer een zangkoor waarin iedereen zijn eigen liedje zingt.’

Bij het gebruik van metaforen verschuift de aandacht naar een fysieke, zintuigelijke en emotionele manier van kennen en ervaren (Muijen e.a., 2001). Marketing maakt hier ook slim gebruik van: een reclamefilmpje met een klein jongetje (Pieter van den Hoogenband) dat niet kan voetballen, maar wel talent heeft voor zwemmen. Hij eet een boterham met pindakaas (Calvé) en ontdekt zijn talent voor zwemmen (zie youtu.be/xI-jW1TqCRI). Kortom, talent komt boven en ontwikkelt zich dankzij Calvé-pindakaas (loopbaancoaches hoeven eigenlijk alleen een boterham met Calvé-pindakaas te serveren …).

Het tweede, rationele systeem opereert logisch, analytisch, is langzaam en bewust. Het kent de werkelijkheid via denken, logica, reflectie en abstrahering en is grotendeels talig. Het rationele systeem is relatief traag en heeft een beperkte verwerkingscapaciteit vergeleken met het ervarende systeem. Beide systemen werken parallel en staan op een soort associatieve manier met elkaar in verband. In de literatuur bestaan grofweg twee verschillende opvattingen over de rol van het bewuste denken. De één, bijvoorbeeld Dijksterhuis (2008), noemt het rationele bewustzijn een nutteloos versiersel, dat nauwelijks van invloed is op het handelen en gedrag. Bij de ander, zoals Aleman (2017), overheerst het idee dat het rationele systeem wel degelijk invloed heeft op het gedrag. Je zou kunnen stellen dat ons gedrag en daarmee ook ons professioneel functioneren een samenspel is tussen beide systemen (zie figuur 1).

Systeem 1: Ervarende/onderbewust

Systeem 2: Rationele/bewust

Fysiek en zintuigelijk

Onbewust

Emotie

Beelden en metaforen

Automatische respons en reflex

‘Quick and dirty’

Razendsnel

Hier-en-nu

Denken

Bewust

Logisch en analytisch

Taal

Abstract

Traag

Beperkte verwerkingscapaciteit

Reflectief

Figuur 1 De twee hoofdsystemen

Coachen is op te vatten als een leerbegeleidingsvorm van (werk)ervaringen door middel van reflectie. Wat betekent het dan voor coaches dat handelen en gedrag gestoeld zijn op de werking en interactie van deze beide systemen? Wat zegt dat over het leren en reflecteren op ervaringen in coaching?

Reflecteren

Laten we eerst eens stilstaan bij wat er onder reflecteren wordt verstaan, welk doel en belang dit precies dient en hoe de praktijk van reflecteren in coaching er doorgaans uitziet. Hoonhout e.a. (2020, p.17) verstaan onder professioneel reflecteren ‘het leerproces waarin iemand een werkervaring aandacht geeft, omzet in een leerervaring die kan leiden tot beter professioneel handelen’. Reflecteren begint altijd met een concrete, praktische (werk)ervaring. Nu kun je veel ervaren zonder daar iets van te leren. Belangrijk is dan ook dat de ervaring gekoppeld is aan een emotie en daardoor ook betekenisvol voor de coachee is (Groen, 2020). De omschrijvingen van reflectie uit de literatuur zijn behoorlijk divers, maar Geenen (2019) noemt een aantal gemeenschappelijke kenmerken:

  • gericht op betekenisvolle (werk)ervaringen;
  • die plaatsvinden in een bepaalde context;
  • waar bewustwording van bepaalde aspecten van het handelen wordt beoogd;
  • gericht op leren voor het toekomstig handelen.

De bedoeling is dat door het reflecteren nieuwe perspectieven en handelingsmogelijkheden ontstaan voor een professional. Reflecteren omvat het terugblikken op, nadenken over en herinterpreteren van betekenisvolle (werk)ervaringen, om daarvan te leren voor toekomstige situaties (Luken, 2011). Waarop gereflecteerd kan worden, verschilt ook van inhoudelijke, theoretische, methodologische, tot zelfreflectieve en normatieve overwegingen (Bennink, 1994). In de theoretische opvattingen over reflectie benadrukken sommigen het bewuste denken, zoals expliciet maken, beredeneerd kiezen, bewust sturen en het toetsen van eigen perspectief en intuïtie. Anderen leggen meer nadruk op integratie van denken, voelen, handelen en willen of op het integreren van vakkennis, vaardigheden, zelfinzicht en overtuigingen (Luken, 2011).

Het uiteindelijke doel van reflecteren is te komen tot beter professioneel handelen. Professionals werken vaak aan complexe vraagstukken, waarbij oplossingen niet direct voorhanden of standaard zijn. Bijvoorbeeld doordat verschillende belangen een rol spelen of vanwege een intern conflict van een professional of meerdere perspectieven. Een goed ontwikkeld reflectievermogen is dan noodzakelijk om een professionele afweging te kunnen maken en beïnvloedt daarmee de kwaliteit van het professioneel handelen. Bovendien is reflectievermogen belangrijk om zelf verder te leren in het beroep (Beijaard, Korthagen & Verloop, 2007).

Veel professionals hebben en nemen weinig tijd voor reflectie en richten zich met name op wat werkt en niet werkt. Deze zogenoemde actiegerichte reflectie wordt ‘single-loop’ leren genoemd. Bij ‘double-loop’ leren is het reflecteren gericht op onderliggende overtuigingen, aannames, vooronderstellingen, normen en waarden, en kent deze vaak vaste patronen (Argyris & Schön, 1982).

Duidelijk is nu wat het doel en belang van reflecteren is en hoe ons brein zowel bewust als onderbewust leert van ervaringen. Hoe kunnen we als coaches op grond daarvan een rijke leeromgeving voor reflectie inrichten?

Een leeromgeving voor reflectie: emotional thoughts

Reflecteren is een bezigheid van de rationele kant van ons brein. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de praktijk van coaches bij het creëren van een leeromgeving voor reflectie voornamelijk talig en rationeel is ingericht. Het uitnodigen om te reflecteren gaat voornamelijk door middel van reflectieve vragen stellen, parafraseren en doorvragen, tegenspraak, dialoog en reflectieverslagen. In het beste geval wordt er zo goed mogelijk gebruikgemaakt van parellelprocessen in het hier-en-nu (wat er gebeurt in de coaching) en het daar-en-dan (de werksituatie waarin de ingebrachte situatie zich daadwerkelijk voordoet). Maar over het algemeen leggen we als coaches relatief veel nadruk op het bewuste, rationele systeem en daarmee op het denken als dominante wijze waarop reflectie plaatsvindt (Luken, 2015). Hiermee krijgt het onderbewuste, ervarende systeem een ondergeschikte rol, terwijl dit wel een belangrijk sturingselement van ons gedrag en handelen is. De valkuil is dan dat coachen een meer evaluatief dan reflectief karakter krijgt.

In dit kader dragen Korthagen en Evelein (2009) handvatten aan en pleiten zij voor het gebruik van meervoudige intelligentie. Het gebied waar emoties en fysieke ervaringen (via het ervarende systeem) en gedachten (via het rationele systeem) samenkomen, noemen zij ‘emotional thoughts’ of het platform van leren, gebaseerd op Immordino-Yang en Damasio (2007). Korthagen en Evelein benadrukken dat juist het door hen zo genoemde ‘liften’ tussen denken, voelen, willen en handelen van belang is: aan elk aspect belang hechten en daar tussen schakelen. Daarbij maken ze onderscheid tussen gewaarzijn (‘presence’) en reflectie. Gewaarzijn gaat over het vermogen om gedachten, gevoelens en fysieke en zintuigelijke sensaties op te merken, zonder te oordelen wat goed of fout is, en bewustzijn wat van invloed is op je gedrag en handelen. In essentie gaat het over innerlijk contact maken. Willen is belangrijk omdat het de mogelijkheid geeft om ondanks signalen van gevaar of risico, iets anders te doen op grond van wat je wilt bereiken. Gewaarzijn sluit aan op een ontwikkeling in coaching om meer met mindfulness en in het verlengde daarvan Acceptance and Commitment Therapy (ACT) te werken.

Reflectie doen we meestal na afloop van een werkervaring of soms vooraf, anticiperend op wat we verwachten. Reflectie heeft altijd een zekere afstand tot het hier-en-nu. Bij gewaarzijn gaat het om aanwezig zijn in het hier-en-nu, om volledig gewaarzijn van wat zich nu aandient, binnen en buiten. Dat betreft dus een ander perspectief op professioneel handelen dan bij reflecteren. De verbinding tussen gewaarzijn en reflectie is van belang om een leerproces in coaching te verdiepen. Bij gewaarzijn doe je een appel op het ervarende systeem, bij reflecteren is het rationele systeem aan het werk.

Fredrickson (2009) toont de rol van emotie en leren en het verband daartussen aan met de ‘broaden and build’-theorie. Negatieve emoties zoals angst of afkeer vernauwen onze aandacht en leiden sneller tot een tunnelvisie. De hersenen staan immers op de ‘risicostand’ en daar gaat dan alle aandacht naartoe, want overleven heeft voorrang. Negatieve emoties verankeren zich dieper in het ervarende systeem. We hebben immers al onze aandacht nodig om een dreigend gevaar af te wenden. Met name positieve emoties, zoals je verbonden voelen met anderen of gewaardeerd worden, verruimen de aandacht. We zien meer kansen, staan meer open voor anderen en worden creatiever. Dit vergroot het probleemoplossend vermogen. Een waarderende en positieve benadering van de coach is hierin van belang naast een relatie tussen coach en coachee, waarin de verbinding een centrale rol speelt.

Voor een rijke leeromgeving is het noodzakelijk het ervarende systeem aan te spreken door gebruik te maken van gewaarzijn, bijvoorbeeld met behulp van mindfulness. Expliciet stilstaan bij wat er fysiek en zintuigelijk gebeurt, wat je voelt, hoe je ademhaalt, welk geluid je hoort en hoe iets smaakt in het hier-en-nu gaat over gewaarzijn. Ook het inzetten van muziek, metaforen, beelden, film, spel en beweging, die het ervarende systeem aanspreken, kan een ingang zijn. Deze manier van werken maakt het voor het brein eenvoudiger om neurale weggetjes te versterken, waardoor je nieuw gedrag gemakkelijker eigen maakt. Nu bestaat er wel praktijkkennis over het inzetten van allerlei creatieve werkvormen, maar die is vaak weinig onderbouwd. Een uitzondering daargelaten, zoals het promotieonderzoek van De Ronde (2015) over de waarde en werking van spelvormen in begeleiding. Soms ervaren coachees het als zweverig, omdat ze onvoldoende samenhang zien met het doel of de inhoud van een coachtraject.

Ook werken met film in coaching is een manier om direct het ervarende systeem aan te spreken. Beelden en muziek communiceren direct met het onderbewuste ervarende systeem (Dols & Berg, 2012). Dat heeft te maken met een aantal unieke eigenschappen van film, waardoor er een hier-en-nu-ervaring ontstaat. Wat zijn precies die unieke eigenschappen dan en hoe helpen die ons met coachen?

Eigenschappen van film

Een speelfilm dient meestal als bron van vermaak of afleiding: lekker in het weekend met vrienden een filmpje pakken of na een drukke werkdag onderuitgezakt op de bank Netflixen. Het kan ook een manier zijn om aan de realiteit te ontsnappen door tijdelijk in een fantasiewereld ondergedompeld te zijn (denk aan de 3D-sciencefictionfilm ­Avatar van James Cameron uit 2009). Ook de razendsnelle ontwikkeling van allerlei technologieën die in films ingezet worden, maken het scheppen van allerlei ‘levensechte’ werelden steeds normaler. Door de opkomst van onder andere wifi, smartphones en iPads komen films steeds meer binnen handbereik, op welke plek dan ook. De toegang tot internet en daarmee ook YouTube en TikTok, het steeds uitgebreidere aanbod van tv-zenders, al dan niet betaald, de muziek waarbij videoclips een toenemende rol van betekenis spelen, de opkomst van 3D-films: dit alles maakt de wereld steeds visueler. Kleuters die met een eigen iPad spelen waarop Disneyfilmpjes zijn gedownload, zijn echt geen raar verschijnsel meer (en soms zo prettig voor de ouders …).

Naast het entertainment dat film kan bieden, is het ook interessant om te verkennen welke rol films kunnen spelen bij een leeromgeving voor reflectie. Daarvoor eerst iets meer over de verschillende eigenschappen van film.

Ervaringen opdoen tijdens het kijken van een film is te vergelijken met ervaringen in het dagelijks leven (Van Yperen, 2004). We beleven een film alsof we de gebeurtenissen zelf ondergaan inclusief bijbehorende emoties. Onze hersenen maken nauwelijks onderscheid tussen echte ervaringen en filmervaringen. Met het kijken van een film ontstaat dus een hier-en-nu-ervaring. Je schrikt als er in een film iets onverwachts gebeurt en zit op het puntje van je stoel bij een spannende scène. Je hartslag gaat omhoog evenals je bloeddruk, je ademhaling versnelt, je pupillen verwijden zich, je grijpt je stoelleuning of je buurman vast. De visuele waarneming is immers een sterk zintuig (Spee, 2012).

Films roepen emoties op, je leeft je in en identificeert je met de hoofdpersoon en wat die meemaakt. Je voelt empathie, verbinding, kameraadschap, zorgzaamheid en liefde en wilt helpen, in actie komen, iets of iemand beschermen. En wie heeft er nu nooit een traantje weggepinkt bij een ontroerende scène? Film raakt dan ook sterk het affectieve domein (Blasco e.a., 2011).

Dat gebeurt niet alleen door wat we waarnemen, maar ook door de filmmuziek. Muziek is een van de krachtigste middelen om emotie op te roepen. We kunnen er blij van worden of juist in een weemoedige stemming raken. Zelfs het oproepen van een liedje in je hoofd activeert dezelfde hersenprocessen als het daadwerkelijk horen. Denk maar eens aan een vakantie en een liedje dat je toen vaak hoorde, het roept meteen het gevoel op dat je toen had. Muziek prikkelt hersengebieden die betrokken zijn bij onder meer emotie, motoriek, geheugen en taal. Het activeert, ontspant, maakt vrolijk of juist verdrietig. Het kan associaties oproepen met een gebeurtenis. Muziek roert ons tot het diepst van onze hersenen en wekt daar vrijwel automatisch allerlei gevoelens en emoties op (Koelsch, 2014). Film maakt daar optimaal gebruik van. Je weet bijvoorbeeld vaak al dat er een spannend moment in de film aankomt wanneer de muziek aanzwelt en zwaar van toon is, voordat je echt iets ziet. De muziek bereidt je als het ware voor op wat er komen gaat of versterkt de filmscène die je ziet. Zoals een zacht vioolmuziekje in crescendo op de achtergrond, terwijl de twee hoofdpersonen staan te zoenen met de associatie ‘ze leven nog lang en gelukkig’.

Er treedt snel identificatie op met personen, emoties, situaties en persoonlijke thema’s die in coaching kunnen spelen. Verhalen in een film leren ons omgaan met tegenstrijdige gevoelens en confrontaties met een meerduidige werkelijkheid en onzekerheden. Vertellers van verhalen, in dit geval de film, houden ons een spiegel voor, testen ons identiteitsgevoel, confronteren ons met onze eigen constructies.

Film is een krachtig middel omdat het onze verbeeldingskracht prikkelt: het vermogen om ons iets anders voor te stellen. Verbeeldingskracht geeft ruimte aan onze creativiteit en schept mogelijkheden om ons gedrag te veranderen (Alma, 2002). Film kan als metafoor voor onze eigen situatie dienen. En juist film, door de zintuigelijke vormgeving waarbij beeld, metaforen en muziek de hoofdrol spelen, laat ons op een andere manier kijken (perspectiefwisseling), biedt nieuwe handelingsmogelijkheden en vergroot het probleemoplossend vermogen. Bijvoorbeeld wanneer de hoofdpersoon in de film iets doet wat je zelf nooit zou doen – ’s avonds laat in de kelder gaan kijken terwijl er een seriemoordenaar rondloopt – maar weet juist daardoor te ontsnappen. Bij de omschrijving van deze scène krijg je waarschijnlijk direct een soortgelijk beeld op je netvlies. Deze scène is dan ook een mooie metafoor wanneer je coachee iets wil gaan doen wat ver uit de eigen comfortzone ligt en het ervarende systeem alarm slaat. Een prettige bijkomstigheid is dat films bijna allemaal goed aflopen, wat de coachee meer zelfvertrouwen kan geven om anders te gaan handelen. Herhaling van nieuw gedrag in een coachtraject is belangrijk omdat je nieuwe neurale paden maakt in het ervarende systeem, wat nieuwe associaties oproept en daarmee nieuwe ankers (Spee, 2012).

Film doet in de eerste instantie een appel op het ervarende systeem. We creëren hiermee een hier-en-nu-gewaarzijn, een nieuwe ervaring, de mogelijkheid tot identificatie, spontane associaties, emoties en metaforen, en verbeeldingskracht.

Bij het kijken naar een film zijn we geen passief object. Film roept eigen associaties, beelden en ervaringen op. De betekenis die wij eraan geven, past bij onze eigen ervaringen en beelden van de werkelijkheid en maken daar een voor ons samenhangend geheel van. Het effect is merkbaar als we na afloop van een film wat na zitten te praten en verschillende verhalen vertellen op grond van dezelfde film. Dat is soms zo sterk dat je je afvraagt of je wel dezelfde film hebt gezien.

Een narratieve ruimte creëren met behulp van film

Dat film ook eigen verhalen oproept bij de kijker, sluit aan bij de narratieve stroming van coaching. Narratief wil zeggen: de wijze waarop mensen hun leven en relaties betekenis geven door hun ervaringen in verhaalvorm te gieten (Gergen & Gergen, 1988). De verhalen vormen impliciet de basis voor de beschrijving van de eigen identiteit: wie ben ik, waar kom ik uit voort, welke perspectieven en oplossingen zijn voor mij denkbaar en welke juist niet. De verhalen zijn subjectief van aard en in die zin kun je spreken van constructies die we maken.

Bij de verkennende fase van een coachtraject maak ik weleens gebruik van een fragment van de Engelse documentaire Seven Up. Regisseur Michael Apted volgde in 1964 een groep kinderen van zeven jaar met heel verschillende sociale achtergronden, waarin hij ze vraagt naar ideeën over hun leven en toekomstperspectief. Hun socialisatie, verwachtingen en dromen worden in beeld gebracht. Na het zien van dit fragment vertellen coachees over hun eigen socialisatie, verwachtingen en dromen. Soms bozig om gemiste kansen, soms verdrietig omdat ze hun best hebben gedaan om aan de verwachtingen van hun ouders te voldoen, maar niet voldoende hun eigen wensen hebben nagejaagd. En ook trots op wat ze bereikt hebben en hun eigen dromen over de toekomst te herinneren van vroeger. Een verhaal over wie ze zijn, waar ze vandaan komen en welke dromen ze hebben. Coachees gaan vaak terug naar kernwaarden in hun beroep en werk op grond van de dromen en het helpt uit te kristalliseren wat ze willen bereiken. Je zou kunnen zeggen dat ze op grond van dit filmfragment eigen constructies, mentale modellen, vooronderstellingen, overtuigingen en zelfbeeld in verhaalvorm zetten. Het schept ook mogelijkheden om hun eigen verhaal te reconstrueren: door bepaalde gebeurtenissen opnieuw te vertellen, krijgt de coachee de kans er een optimistische betekenis aan te geven voor de toekomst. Zo’n verhalende reconstructie kan mensen helpen in hun ontwikkeling door gebeurtenissen opnieuw betekenis te geven. Van Rosmalen (2012) geeft aan dat je met een narratieve benadering jezelf in een verhalende reconstructie kunt laten zien zoals jij dat wilt en dit opnieuw verbeelden.

Film mobiliseert twee belangrijke mechanismen: projectieve identificatie en associatie. In de eerste plaats identificatie met een van de acteurs in het verhaal/de film. Maar ook projectie van eigen gevoelens, herkenning van eigen gedachteconstructies en vooronderstellingen. Tegelijkertijd roept een film associaties op met andere situaties, personen of gebeurtenissen die in een bepaald opzicht lijken op wat in het verhaal van de film wordt gesuggereerd.

Film is een vorm van visuele en auditieve storytelling en op grond daarvan wordt een eigen verhaal verteld. Er zit een dubbeling in: een verhaal (de film) roept een eigen verhaal op. Daarmee creëert film narratieve ruimte voor de coachee voor een eigen verhaal. Storytelling wordt vaak als synoniem gebruikt voor narratief, alhoewel het van oorsprong uit de marketinghoek komt. Storytelling brengt vaak een emotionele reactie teweeg en maakt gebruik van het ervarende systeem. We kunnen gevoelens herbeleven en gemotiveerd raken om in actie te komen. De manier waarop ons brein werkt, verklaart de krachtige werking van storytelling. Een verhaal is voor ons brein namelijk makkelijk behapbaar, interessant en een logische manier om nieuwe informatie te verwerken. Breuer (2006) kent aan storytelling verschillende positieve eigenschappen toe zoals:

  • cultuurvorming;
  • het vergemakkelijken van transities;
  • het verwerken van emotioneel gekleurde gebeurtenissen;
  • het creëren van nieuwe werkelijkheden en perspectieven.

Een film die raakt, geeft ons inspiratie om andere mogelijkheden en werelden, en een alternatieve manier van handelen te verbeelden. Een coach kan helpen met bewustwording door andere perspectieven naar voren te brengen met behulp van film, vragen te stellen, een metaperspectief en afstand van het eigen verhaal te genereren. Door een narratieve ruimte op te bouwen en te bewaken, kan een creatief leerproces ontstaan en worden begeleid (Breuer, 2006).

De reis van de held: metafoor voor een cyclisch leerproces

Ik wil nog een aspect van film belichten: het thema van de film en dan met name oerthema’s en archetypen, waardoor je je makkelijk identificeert met situaties en personen in films. Films zijn de zintuigelijke, visuele en auditieve sprookjes en mythes van de tegenwoordige tijd. En sprookjes en mythen kennen, ongeacht de cultuur, allemaal dezelfde basiselementen met een vaste verhaalstructuur, een vast verhaalritme en vaste oerthema’s en archetypen. In sprookjes en mythen zit wereldwijd weinig verschil. Details kunnen verschillen, want die worden cultureel ingevuld, maar het verhaal zelf is archetypisch. Campbell (1968) spreekt zelfs over een monomythe in zijn boek The Hero with a Thousand Faces. Hij verklaart dat aan de hand van het collectief onderbewustzijn – een verzameling aangeboren denkpatronen, universele denkpatronen en gedragingen die leiden tot herkenbaar gedrag. De reis van de held is een metafoor voor het tijdloze en cultuurloze leerproces dat we als mens doormaken. De logische stappen van de reis staan voor persoonlijke ontwikkeling en een coachproces (zie figuur 2).Om zicht te krijgen op de verschillende fasen in het ontwikkelingsproces, gebaseerd op de reis van de held, wil ik je eerst vragen om het volgende YouTube-filmpje te bekijken: youtu.be/iKVeLGRf4nI.

In films komen dan ook vaak oerthema’s van mensen tot uitdrukking: helden die op avontuur gaan en te maken krijgen met strijd, verraad, verlies, loyaliteit, tegenslag en vriendschap. Meestal komt de held zegevierend uit de strijd (en een enkele keer ook niet ...). In Hollywood wordt dankbaar gebruik gemaakt van het boek van Campbell, ook wel de bijbel van Hollywood genoemd. Volgens overlevering is bijvoorbeeld The Lion King (1994) met behulp van dit boek en de monomythe van Campbell gemaakt.

Omdat in films sprake is van universele thema’s, archetypen en een vaste verhaalstructuur, zijn we in staat die aan onze eigen werkelijkheidsbeleving, keuzes en identiteit te koppelen. De universele thema’s en de verhaalstructuur maken het makkelijk om die te gebruiken in coaching. Immers, onze coachees kennen ook thema’s als strijd en conflicten met bijvoorbeeld collega’s of leidinggevende, loyaliteiten die in het gedrang komen tussen bijvoorbeeld de beroepspraktijk en de organisatie, omgaan met tegenslag in het werk. De verhaalstructuur maakt het makkelijk met filmfragmenten aan te sluiten bij waar een coachee zit in het leerproces, bijvoorbeeld ‘de vuurproef’ waarbij nieuw gedrag wordt uitgeprobeerd in de praktijk. Of ‘de test’ waarbij het met name gaat om interne veranderingen en reflectie op overtuigingen, waarden en zelfbeeld van een coachee.

Figuur 2 De reis van de held (Korthagen (2018), ontleend aan Campbell (1968))

Ten slotte

In dit artikel pleit ik om de leeromgeving voor reflectie anders in te richten dan alleen talig en rationeel. De aansluiting met twee belangrijke hoofdsystemen van ons brein is hierin van belang. Het genereren van emotional thoughts, oftewel het gebied waar emoties en fysieke ervaringen (via het ervarende systeem) en gedachten (via het rationele systeem) te verbinden, is hierin een voorwaarde.

Gewaarzijn in het hier-en-nu is dan essentieel. Een mogelijkheid om dit te bewerkstelligen, naast andere vormen, is film. Doordat film een aantal unieke eigenschappen heeft, sluit dit heel goed aan bij de werking van ons brein. Het helpt ons om andere neurale paadjes en wegen aan te leggen, die cruciaal zijn bij het veranderen van gedrag. Het is ook een minder voor de hand liggende vorm, die het leerproces in coachen sterk kan verdiepen.

 

Verwerkingsopdracht

Opdracht 1
  • Welke speelfilm heeft veel indruk op je gemaakt en komt als eerste bij je op?
  • Waar was je toen je die film zag? Hoe zag het eruit, hoe rook het, wat voor geluiden hoorde je? Op welk moment werd je geraakt, beschrijf wat er toen fysiek gebeurde.
  • Welke associaties roept de film bij je op?
  • Met welke persoon identificeer je je?
  • Wat raakt je precies in de film?
  • Welk verhaal heb je te vertellen naar aanleiding van de film?
  • Wat zegt dat over het thema dat voor je speelt?
  • Hoe beïnvloedt dit thema je beroepsmatig handelen?
  • Welk doel wil je bereiken?

Opdracht 2
  • Waardoor was je het meest verrast bij het maken van de eerste opdracht?
  • Hoe heb je verwerkingsopdracht 1 ervaren en wat heeft het je opgeleverd?
  • Wat vind je bruikbaar in je eigen praktijk als coach?
  • Hoe zou jij voor je coachee een leeromgeving inrichten vanuit deze theorie?
  • Wat zijn daarbij je overwegingen?
  • Hoe zou je eventueel film een rol laten spelen bij het reflecteren door een coachee?

 

 

Verder lezen

Dols, R. & Berg, B. van den (2012). De coach als regisseur. Gebruik van filmfragmenten voor leiderschapsontwikkeling, teambuilding en zelfreflectie. Culemborg: Van Duuren Management.

Hoonhout, M., Luijk, C. van, Duijnker, A., Knuwer, A. & Merkies, R. (2020). Professioneel reflecteren. Werkervaringen omzetten in beter handelen. Amsterdam: Boom.

Ronde, M. de (2015). Speelruimte. Een praktijkgericht onderzoek naar het gebruik van spel in begeleidingssituaties. Utrecht:Eburon.

 

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel
Er zijn nog geen recensies geplaatst

Gerelateerde onderwerpen