De betekenis van hoogsensitiviteit

Het omslagpunt

Ik kon er niet tegenop. Ik kon me niet gedragen, maar ik kon er ook niet tegenop. Ik voelde alles wat niet klopte, wat niet werd gezegd, wat ondergronds ging, wat ongewenst was, wat onbewust was … Maar niemand zei iets of deed daar iets mee. Ik voelde van alles, maar het was niet helder genoeg om er iets mee te kunnen. Gek werd ik ervan! Het maakte me boos. Dat mensen niet gewoon transparant konden zijn!

Dit vond plaats tijdens de trainingsdagen van mijn opleiding tot coach en counselor aan het Europees Instituut. Woedend schreeuwde ik het soms uit tussen de bomen van het landgoed als ik mijn emoties niet meer in de plooi kon houden. Machteloos voelde ik me over deze onbewuste wereld, overgeleverd aan het benauwende juk van normaliteit terwijl er onderhuids zo veel schreeuwde om aandacht. Ook hier, tussen de volwassen coachstudenten, ervoer ik het knellende keurslijf van de norm om me beschaafd terug te trekken. Maar hier durfde ik het wel uit te vechten.

Gelukkig trof ik een paar trainers die zagen wat er met mij gebeurde én die positief bleven, zowel over mijn hulpeloosheid als over de normaal menselijke gewoonte zich niet zomaar bloot te geven. Ik ervoer alles wat niet werd gezegd als leugens, maar het zijn niet eens leugens te noemen. Het zijn de gevolgen van een westerse opvoeding, van ambitieuze wensen, van onzekerheid, onveiligheid, van onbewustheid en de gewoonte een hoop gevoelens te negeren, laat staan op intuïtie te reageren. Boos worden hielp echter niet als ik boven tafel wilde krijgen wat eronder lag.

Wat mij hielp in deze periodes van groepstrainingen was bevestiging. Bevestiging dat wat ik waarnam er was. Dat ik in een vroeg stadium emoties van mensen waarnam en dat ik dit (evident) niet wilde negeren. Wat ik alleen niet doorhad, was dat deze mensen dit niet met opzet deden, maar zich hiervan pas veel later dan ik bewust werden. Ik nam dus iets waar wat voor diegene zelf nog helemaal niet zichtbaar was. Hoe dan deze informatie in goede banen te leiden?! Met nietsdoen en lijdzaam afwachten bracht ik mijzelf in een onmogelijk parket. Dit had ik al zo veel jaren gedaan, daar voelde ik me nog machtelozer bij en dit haalde me uit mijn kracht. Daar wilde ik nu juist vanaf. Maar wat moest ik dan doen?

De verandering begon toen ik werd uitgenodigd te vertellen wat ik waarnam. Door deze uitnodiging voelde ik me onverwachts gezien in dat wat ik goed kon: scherp waarnemen. De stemmen in mijn eigen hoofd (‘is het wel waar?’, ‘waar bemoei je je mee?’, ‘zie je dat dan niet!’, ‘rustig, Annek’, ‘het is toch niet van mij’, ‘misschien zie ik het wel verkeerd’ … en zo kan ik nog wel even doorgaan) verstomden acuut toen ik eenmaal mijn waarneming mocht inzetten. Met de uitnodiging om daadwerkelijk te verwoorden wat ik waarnam, werd dat wat ik tot op dat moment schijnbaar in mijn eentje opmerkte voor meer mensen zichtbaar, het werd serieus genomen en als belangrijke informatie ervaren voor de groep.

Het effect was dat ik me ineens geaccepteerd voelde in wie ik was. Die ogenschijnlijk eenvoudige ervaring had een weldadige invloed. Het bleek een aardverschuiving te zijn voor iemand die van huis uit zo weinig werd bevestigd in wat zij zag, dat ze zichzelf als idioot was gaan zien. Bevestiging van mijn tot dan toe angstvallig verstopt gehouden eigen manier van kijken maakte een wereld van verschil vrij.

Doordat de trainer me uitnodigde me uit te spreken over wat ik zag, voelde, ervoer en dacht (en dat allemaal tegelijkertijd), werd ik gedwongen te focussen op mijn waarnemingen en nog fijnmaziger te voelen. Dit was het tegenovergestelde van mijn aangeleerde gewoonte om juist niet te voelen of me te verzetten tegen dat wat ik voelde. Maar doordat ik er nu naar bleef kijken, werd de gevoelswaarneming ten eerste een stuk helderder en vrijwel gelijktijdig merkte ik dat er daardoor een onderscheid ontstond tussen de waarneming en mijzelf, de waarnemer. Ik werd niet langer beïnvloed, geïrriteerd of anderszins overspoeld door de emoties van degene met wie ik onbewust een verbinding had gelegd, ik keek nu van een afstandje naar die emoties. Ik plaatste ze daarmee als vanzelf weg van mezelf en terug bij de ander, waardoor ik er minder last van had. Ik ervoer die emoties namelijk in mijn lijf alsof het mijn eigen emoties waren.

Ik voelde me niet langer boos vanwege het ongemak van al die onuitgesproken emoties. Het vertrouwen in mijn eigen waarneming groeide nog meer als de ander bevestigde wat ik voelde. Ik merkte hoe verlichtend dit werkte voor mij: zodra de ander zijn eigen emoties in bezit nam, verdween mijn onrust en begon het bij mij te ‘stromen’. Mijn lijf en energie begonnen in deze situaties van top tot teen te tintelen. Een gevoel van leven en opluchting dat alle ongemakken als sneeuw voor de zon deed verdwijnen. Voor mij is dit tegenwoordig in mijn werk als counselor een terugkerend signaal geworden. Als ik het voel stromen, door iets wat er bij cliënten gebeurt, dan blijf ik stilstaan bij de emoties van dat moment, want het zijn altijd helende ervaringen voor hen.

Deze ervaringen, waarin de bevestiging van mijn eigen gevoeligheid zo’n helende invloed had op mijzelf, als mens, als coach en counselor, en bovendien op de ander, mijn medestudenten en cliënten, vormen de ware grondslag voor de geschreven artikelen over hoogsensitiviteit. Sensitiviteit als kwaliteit gaan zien in plaats van als een lastig iets. Het begin van een besef dat ik altijd een ander spoor volg, maar dat dat spoor niet minder waardevol is.


Hoogsensitiviteit is een totaalpakket

Vroeger gebruikten mijnwerkers een kanarie in een kooitje als waarschuwing voor de aanwezigheid van koolmonoxide of andere gassen in de lucht van de mijn. Hoogsensitieve personen worden wel ‘de kanariepietjes’ van deze tijd genoemd. Steeds meer lijkt de maatschappij het onmogelijke van hen te vragen. Ik heb al zo veel HSP horen verzuchten dat zij zich ‘niet geschikt’ voelen voor deze wereld; juist de gevoelige mensen lopen vast in de huidige maatschappij. Maar als de HSP omvallen, ziet niemand dat nog als signaal dat de zuurstof op begint te raken.

Tot voor kort werd er niet over hoogsensitiviteit gesproken. Elaine Aron, een Amerikaanse psychotherapeut en universitair docent psychologie, schreef in 1996 voor het eerst over het begrip Highly Sensitive Person en pas in 2002 werd haar boek vertaald in het Nederlands. Hoogsensitiviteit wordt in het Nederlands ook wel omschreven als hooggevoeligheid. In principe betekent dit hetzelfde en ligt het aan de voorkeur van de schrijver welk woord wordt gebruikt. ‘Hooggevoelig’ ligt wat gemakkelijker in de mond, het nadeel is alleen dat dit enkel refereert aan voelen en gevoelens, terwijl sensitiviteit meer inhoudt dan alleen voelen.

Volgens Aron is een vijfde van de mensen hoogsensitief. Zij zijn zich bewust van de subtielere signalen uit de omgeving, een eigenschap die in veel situaties erg nuttig kan zijn; de keerzijde is echter dat zij relatief gemakkelijk overvoerd raken in een omgeving met veel mensen, veel indrukken, veel geluiden, geur of emoties. Aron (2010) noemt hoogsensitiviteit daarom een ‘totaalpakket’. Gevoeligheid is volgens haar genetisch bepaald, maar voortdurende stress, crises of schokkende gebeurtenissen kunnen ook een hogere gevoeligheid veroorzaken.

‘Hoogsensitiviteit lijkt een hype van de laatste jaren. Iedereen kent echter wel een oom die zich liever terugtrok in zijn schuurtje dan dat hij gezellig aanschoof bij de visite. Iedereen kent wel kinderen die zo verlegen waren dat ze leken te schrikken als je wat tegen hen zei. Altijd zijn er mensen geweest met wie je zo fijn kunt praten, omdat zij zo goed luisteren en aanvoelen wat je eigenlijk bedoelt. Er zou denk ik ook nooit over “hoog”gevoeligheid gesproken zijn als we nog in een hutje op de hei hadden gewoond. Het lijkt alsof mensen pas iets gaan benoemen als het negatief wordt: als men er last van heeft of als het in de verdrukking raakt.’ (Tol, 2008)

Sinds het boek van Aron in 1996 is er veel over hoogsensitiviteit ontdekt, maar is er nog betrekkelijk weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Ontdekken of je HSP bent of niet, gebeurt nog altijd met de eenvoudige door Aron ontworpen HSP-schaal (zie het artikel Hoogsensitiviteit: HSP-schaal'). Het enige nadeel van deze test is dat het soms meer de last van hoogsensitiviteit meet dan de eigenschap hoogsensitiviteit zelf. Zo kan het dat mensen die veel last ervaren heel hoog scoren. Zodra men wat beter weet om te gaan met de sensitiviteit, dan wordt de score lager. De minimumscore voor hoogsensitiviteit is dus niet gelijk aan minder sensitief. Ook normen kunnen een rol spelen in de testresultaten. Mensen kunnen geneigd zijn wenselijke antwoorden te geven op vragen die te soft of ‘te Amerikaans’ zijn gesteld. Afhankelijk van geslacht, normen en de cultuur worden eigenschappen van hoogsensitiviteit gewaardeerd of als afwijking ervaren.

Hoogbegaafdheid

Om te kunnen bepalen of iemand hoogsensitief is, kun je het schema gebruiken in het artikel 'Testtabel hoogsensitiviteit en/of hoogbegaafdheid'. Wat opvalt, is dat er een grote overlap bestaat tussen hoogsensitieve mensen en hoogbegaafden. Beiden hebben sensitiviteit gemeen, emotionele intensiteit, een hoger niveau van bewustzijn en creatief denken. Ik heb in het schema de meest voorkomende uitingsvormen van hoogsensitiviteit opgenomen en een paar aanwijzingen voor mogelijke hoogbegaafdheid. De test van Aron is er op een neutrale manier in verwerkt, net als een aantal vragen die hoogbegaafdheid vermoeden. De hoogbegaafde onderscheidt zich vooral in de snelheid van denken, gedrevenheid en analytisch vermogen; daarnaast lijken bij hoogbegaafden zintuiglijke en emotionele overprikkeling niet altijd een even hoge score te geven als bij HSP, maar dat klopt niet in alle gevallen. Het IQ moet officieel boven de 130 liggen (daar verschillen de meningen over), maar in de meeste omschrijvingen van hoogbegaafdheid is intelligentie niet de belangrijkste factor.

Ik benoem het omdat ik in mijn praktijk opvallend veel zeer intelligente HSP tegenkom die in de omschrijving van hoogsensitiviteit wel hun hooggevoeligheid herkennen – ook hun snelle denkvermogen – maar die niet weten hoe hoog hun IQ is, noch dat hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit zo dicht bij elkaar liggen. Veel mensen weten wel dat ze sneller zijn dan anderen en hebben vaak meer inzicht en overzicht dan hun leidinggevenden, maar HSP functioneren vaker op een lager werkniveau omdat ze als gevolg van de lasten van overprikkeling minder zware functies aandurven. Bovendien zijn ook hoogbegaafden vaak erg onzeker over hun kunnen. Het is voor veel HSP vaak lang zoeken naar een plek in de wereld waar ze zich kunnen handhaven én uitdaging vinden. Verveling en overprikkeling zijn vaak allebei aanwezig. Het lijkt in eerste instantie alsof de moeite van het zichzelf handhaven in een wereld die vaak te overweldigend is de HSP zo in beslag neemt dat het hen tegenhoudt in het leren optimaal gebruik te maken van hun talenten.

Ook ADD’ers en ADHD’ers zullen hoog scoren op de test, omdat zij vergelijkbare eigenschappen hebben. De gedrevenheid van hoogbegaafden, het ‘achterna hollen’ van de veelheid informatie die een sensitief kind waarneemt, of lichamelijke onderprikkeling op school worden nogal eens verward met de hyperactiviteit van ADHD. Het afdwalen met de gedachten, wegdromen of snel afgeleid zijn wordt nogal eens aangezien voor ADD, terwijl dat vaak al op een jonge leeftijd ontwikkelde manieren zijn om te overleven tussen de hoeveelheid prikkels in de volle klassen.

Ik beperk me tot hoogsensitiviteit, maar voor de signalering is het belangrijk te weten dat het mogelijk ook om hoogbegaafdheid gaat. De cliënt moet dan niet alleen leren om te gaan met zijn hoogsensitiviteit, maar ook genoeg uitdaging vinden om zijn talenten in te kunnen zetten en te ontwikkelen. (Zie ook de verhouding klachten versus kwaliteiten aan het einde van dit artikel) Hoogbegaafden zijn vrijwel altijd hoogsensitief op (extern) waarnemingsniveau, maar hoogsensitieven zijn niet altijd hoogbegaafd.

Waardering van sensitiviteit

Veel mensen zijn heel sensitief zonder dat ze het zo benoemen. Zij herkennen zich op een bepaalde manier in het begrip hoogsensitiviteit, maar hebben er niet noemenswaardig veel last van. Als men opgroeit met acceptatie van en waardering voor hoe men is, dan zal men eerder rekening houden met zichzelf en gemakkelijker keuzes maken vanuit een sensitieve grondhouding. Als men opgroeit in een omgeving waar weinig waardering en herkenning is voor de eigen sensitiviteit, dan zal men meer geneigd zijn zichzelf als anders, ongewenst en ‘lastig’ te gaan zien. Uit de eerste onderzoeken van Aron in Amerika bleek dat 20 procent van de mensen hoogsensitief is. Waarschijnlijk is er eveneens een uitkomst van 20 procent die allesbehalve sensitief is.

Sensitiviteit is er in verschillende dimensies. Een ‘grofbesnaard’ iemand geeft een andere klank dan een fijnbesnaard iemand. Het is als met stemvorken, die nemen de trilling op afstand van elkaar over. Catherine Crawford (2009) geeft een zeer treffend beeld van hoogintuïtieve kinderen: ‘Als je een stemvork neemt, die aanslaat en er een andere stemvork van dezelfde grootte naast houdt zonder dat ze elkaar aanraken, dan zal de niet-aangeslagen stemvork samen met de andere toch in trilling komen. Intuïtieve mensen nemen op een vergelijkbare manier de energie en gevoelens van andere mensen waar, maar ze voelen ze zo sterk dat ze de neiging hebben die te internaliseren.’ Hoe fijner besnaard, hoe fijner de trillingen die men overneemt. Hoe grover besnaard, denk aan de dikke snaren van een basgitaar, hoe meer er voor nodig is om deze in trilling te brengen.

Ik denk dat het gros van de mensen zich herkent als ‘best wel sensitief’ en zichzelf ergens tussen fijn- en grofbesnaard in plaatsen. Afhankelijk van cultuur, opvoeding, scholing, gezondheid, zelfstandigheid of simpelweg tv-programma’s die men kijkt, kan men zich sensitief ontwikkelen. Aan de hand van reacties op verlegen kinderen in Amerika en China toonde Aron (1999) aan dat sensitiviteit verschillend gewaardeerd wordt. Daaruit bleek dat sensitieve kinderen in China hoog gewaardeerd werden door hun klasgenootjes, in tegenstelling tot die in Amerika. Waardering staat direct in relatie tot de ontwikkeling van de eigenschap, van eigenwaarde ten aanzien van de eigenschap en tot het vermogen om zichzelf te kunnen zijn met deze eigenschap. De zichtbaarheid, erkenning en de effecten van een hoogsensitieve aard zullen in verschillende culturen dus anders zijn.

Hoogsensitiviteit is een wijze van waarnemen

De kern van hoogsensitiviteit draait om veel waarnemen en zich verbinden met de waarneming in meerdere mate dan gemiddeld. Van HSP wordt vaak gezegd dat ze ‘alles zien’, alles horen, ruiken, voelen – ze registreren vaak alles om zich heen. Ze zijn in feite hoog alert. Zij richten hun aandacht op alles wat ze horen, zien, ruiken, voelen, waarnemen, of hun aandacht wordt naar de omgeving toe getrokken.

HSP nemen niet alleen waar, ze maken met hun aandacht zo’n verbinding met wat ze waarnemen om zich heen (extern), dat ze alle waargenomen informatie voelend ervaren (al of niet bewust). Met alles waar ze hun aandacht op richten, leggen ze dus een ervaringsverbinding en die verbinding maakt dat ze de dingen die ze waarnemen ervaren in zichzelf. Emoties van anderen bijvoorbeeld worden voelbaar in het eigen lichaam doordat men een ‘invoelverbinding’ legt met de emotie van de ander. Zich verbinden met wat men waarneemt geeft namelijk meer informatie over wat er is. Het is een wijze van waarnemen die op meerdere fronten intens en ervaringsgericht is.

Nu lijkt het alsof HSP dat bewust doen, maar dat is vaak juist niet het geval. Het is vaker zo dat HSP overvallen worden door onbewust sensitief verkregen informatie. Figuur 1 maakt duidelijk hoe de waarneming van hoogsensitieve personen werkt. Extern betekent: buiten zichzelf waarnemen (de aandacht wordt naar buiten verplaatst). Intern: vanuit zichzelf waarnemen (de aandacht blijft binnen in zichzelf gericht op de informatie uit eigen reacties).

 

fig 2.1

Figuur 1        Een hoogsensitieve wijze van waarnemen

Op zintuiglijk vlak nemen HSP gedetailleerd en veel waar. Zij nemen bovendien informatie voelend waar. Omdat ze een rijke schakering aan waarnemingen doen, zijn ze langer bezig met de mentale verwerking daarvan. Omdat ze via de verbinding waarnemen, ervaren ze dat alles met alles samenhangt en zoeken ze steeds opnieuw hoe nieuwe waarnemingen in de context van het geheel te plaatsen zijn. Ze raken vaak in de war als die context ontbreekt.

Ten slotte, doordat HSP een voelende of sensitieve verbinding maken met hun omgeving, voelen ze zich ook eerder verantwoordelijk voor die omgeving omdat ze die als een deel van henzelf ervaren. Ze stappen als het ware gemakkelijk uit zichzelf in de ander of in de omgeving. En dit geeft dan ook vaak de grootste problemen. Pijn van de ander is pijn van henzelf. Onrechtvaardigheid is bijna niet te verdragen voor een HSP. Met hoogsensitiviteit hangt daarom ook altijd een serie ethische waarden samen als eerlijkheid, liefde, zingeving en respect. Het nastreven van deze principes vergroot de kans dat de waarneming als prettig ervaren zal worden.

Het geheel waarnemen

De een hoort een verhaal chronologisch, woord voor woord, en maakt een onderscheid tussen het verhaal en zichzelf. Hij is niet het verhaal, maar de toehoorder. Anderen stappen in een verhaal en ze horen – pats-boem – alles in één geheel. Zij horen niet alleen de woorden die gezegd worden, maar voelen ook de stemming van de verteller, weten de reden waarom hij iets zegt, herkennen de achtergrond en kunnen vaak zelfs het einde van de zin al voorspellen. Dat is de HSP. Als hij zelf een verhaal vertelt, struikelt hij soms over zijn eigen woorden omdat het onmogelijk is om zo’n complex geheel aan indrukken tegelijkertijd te vertellen. Een beeld is één totaalplaatje, maar dit beeld omzetten in woorden betekent dat de hoofdzaken van bijzaken moeten worden gescheiden, woorden in een lineaire zin geplaatst moeten worden die bovendien de lading moet dekken van het totaalbeeld in hun hoofd – dat vraagt nogal wat schakelingen. Wat lastig is, is dat men intuïtief al weet wat er is, terwijl men dit nog niet kan uitleggen.

‘Alles hangt met alles samen’-denken

HSP denken holistisch.1 Ze ervaren alle verbanden. Daarin worden weleens interpretatiefouten gemaakt, maar over het algemeen is het een zeer handige eigenschap om in één beeld of gestalt overzicht te hebben van alles wat met alles samenhangt. Dit maakt dat zij vaak snelle denksprongen kunnen maken en verrassende associaties. Voor hoogbegaafden is het proces van opnieuw ordenen gemakkelijker dan voor HSP die niet hoogbegaafd zijn: die hebben hier meer tijd voor nodig. De kerneigenschap van hoogsensitiviteit is in feite: een fijnmazige manier van waarnemen. Wie zelf bekend is met deze manier van kijken, vraagt zich al snel af of deze manier van waarnemen wel zo anders is: je weet namelijk niet anders.

Alertheid

Vermoeid raken van drukte in de omgeving is voor velen herkenbaar, maar dat mensen moe kunnen worden van het langdurig horen van het gezoem van een computer is niet zo algemeen bekend. De meeste mensen worden zich pas bewust van geluidsbronnen als ze uit worden gezet. Er zijn ook mensen die steeds weer opnieuw hun concentratie verliezen door een verbouwing aan het einde van de straat, door tl-lichten in een kantoor, of doordat zij allergische reacties krijgen van parfum.

Bij een van mijn lezingen over hoogsensitiviteit deed ik een klein experiment dat veel zegt over de manier waarop HSP de wereld waarnemen. Op een moment dat de mensen in de zaal zeer actief en geïnteresseerd luisterden naar mijn verhaal, hoorde ik een trein voorbijkomen. Ik sloeg daar geen acht op en ging door met mijn verhaal. Vier minuten later vroeg ik aan de zaal of ze de zojuist voorbijgekomen trein hadden gehoord. Daar bleken drie soorten reacties uit te komen: een groep mensen was zo verdiept geweest in mijn verhaal dat ze helemaal niets hadden gehoord; een groep knikte meteen instemmend want zij hadden dat direct geregistreerd; en er was een groep mensen die de trein uit hun herinnering opdiepten en op het moment dat ik het vroeg dachten: ‘Oh ja, dat was het geluid van een trein daarnet.’ Zij hadden die trein onbewust wel gehoord, maar er niet bewust bij stilgestaan. De trein zat niet in hun bewuste brein opgeslagen. Als ik langer gewacht had met mijn vraag, dan hadden zij het zich niet meer kunnen herinneren.

Het is niet zo dat een deel van de mensen niet de zintuigen had om die trein te horen, of dat een ander deel zulke goede zintuigen had dat de trein voor hen niet te missen was; het verschil in reactie zat hem vooral in de bewustwording van de waarnemingen. De hoogsensitieven zijn daarbij te vergelijken met de mensen die de trein zonder meer op het moment zelf horen: zij zijn zich bewust van alle geluiden en details om zich heen. Andere mensen ‘negeren’ of ‘filteren’ die informatie en hebben het wel ergens gehoord, maar worden er niet door beïnvloed. Een kleine groep is zo gefocust op hun doel dat ze alle overige informatie buitensluiten of op ‘UIT’ zetten. Het vermogen om het opvangen van informatie uit de buitenwereld in- of uit te schakelen is afhankelijk van de manier waarop men heeft geleerd om te gaan met de eigen waarnemingen.

Hoogsensitiviteit kan als overlevingsstrategie dienen: het kan een strategie zijn om alert te zijn en alles gewaar te worden. Dit kan verklaren waarom vrouwen tijdens de zwangerschap en na de geboorte van een baby ‘(hoog)sensitiever’ worden: ze worden alert op signalen die mogelijk bedreigend zijn voor het kind omdat dat volledig van hen afhankelijk is. Ze dragen de verantwoordelijkheid voor een veilige wereld en voelen een diepe verbinding met het geheel. Hun kind komt immers later wel in aanraking met die wereld. Nieuwsberichten over rampen, pessimisme en geweld worden doorgaans (nog) slechter verdragen tijdens de zwangerschap dan anders. De voelsprieten staan wijduit en signaleren alles wat mogelijk bedreigend zou kunnen zijn voor het kind. Dit is waarom hoogsensitieve vrouwen na hun bevalling vaak helemaal geen rust meer kunnen vinden en slecht herstellen; omdat ze de hele dag op ‘AAN’ staan.

Doordat HSP van nature alerter zijn en meer waarnemen, worden ze eerder overspoeld door de aanwezigheid van de omgeving – terwijl anderen nergens last van hebben. De mate van alertheid verklaart waarom sommige mensen anderen ‘niet buiten zich kunnen houden’ of dat sommige mensen de emoties van anderen kunnen voelen alsof ze van henzelf zijn – terwijl de anderen niets doorhebben. Als mensen alert zijn, verplaatsen ze heel hun gevoel en hun aandacht naar dat wat ze waarnemen en dat is vaak een doel buiten henzelf. Het maakt dat ze zich voortdurend bewust zijn van de wereld buiten henzelf. Ze zijn zich zelfs vaker bewust van de buitenwereld dan van hun binnenwereld. Dit verklaart het gevoel overspoeld te worden: het bewustzijn van de buitenwereld is groter dan het houvast aan de binnenwereld.

De reden waarom mensen alertheid al op jonge leeftijd inzetten, ligt enerzijds in iemands aard. De ene baby reageert op alle geluidjes uit de omgeving en heeft alle verandering door. De andere is stoïcijnser en laat zich door weinig omgevingszaken beïnvloeden. Anderzijds is ook bekend dat sensitiviteit voor kinderen met een traumatische jeugd een aangeleerde strategie is om alert te zijn op signalen van gevaar.

Het impliceert dat deze sensitieve manier van waarnemen een eigenschap is die algemeen bij de mogelijkheden van de mens behoort: als men in een onveilige omgeving verkeert, maakt men meer gebruik van de mogelijkheid om alert te zijn, de omgeving te checken en te voelen of het veilig is. Iemand die blind wordt, gaat het kanaal van de waarneming dat uitvalt (zicht) vanzelf compenseren door beter te horen en voelen. Wie zich veilig voelt, kan dit vermogen om alert te zijn benutten om volop te beleven wat de omgeving aan ervaringen en informatie te bieden heeft. Alertheid kan men ontwikkelen, via verschillende zintuigen gebruiken en richten op het gewenste doel. De sensorische (en ook de emotionele en intuïtieve) sensitiviteit van HSP wordt ontwikkeld door de mate van alertheid in waarnemen.

Als alle kanalen op AAN staan

Voor HSP lijkt het geen keuze om sensitief te zijn. De fijnmazige wijze van waarnemen kan men niet uitzetten, hooguit de bewustwording van deze waarneming met zijn aandacht. HSP kunnen onbewust hoogsensitief waarnemen. Daardoor kunnen ze ook ongemerkt overprikkeld raken. Voor hen is het een manier van zijn die uit hun aard lijkt voort te komen; zij doen dit als vanzelf. HSP kunnen bijna ook niet anders dan zich verbinden en zich daarmee ook het lot van de omgeving aantrekken. Veel mensen zijn jarenlang bezig om dit talent op UIT te zetten, omdat het in een drukke omgeving zo veel last geeft. Dat lukt vaak maar beperkt. Mensen ervaren niet dat ze daar een keuze in hebben.

Het volgende verhaal van een van mijn cliënten is een mooi voorbeeld van hoe een HSP de wereld kan waarnemen.

Autorit

De weg naar ons afgelegen vakantiehuisje boven op de berg blijkt een beproeving. Het vijf kilometer lange zandpad is een aaneenschakeling van hobbels, keien en kuilen, die de eerste keer uren lijkt te duren. Alles hotst en botst en knerpt en kaatst, het beeld buiten kantelt op en neer. Ik zet me schrap, grijp me vast, hou mijn adem in en raak enorm overprikkeld. Dit is stress. Aan het einde van de rit ben ik vrijwel geheel door mijn energie heen en heb tijd nodig om bij te komen. De eigenaar te woord staan lukt maar net. Ik voel me uitgeput. Dit wil ik niet nog eens.

Twee dagen later moeten we toch de berg weer een keertje af. Dan vraag ik mijn zoon, die rustig achterin zit en nergens last van heeft, hoe hij dat doet en hij zegt: ‘Gewoon een beetje meebewegen.’

De keren daarop ga ik oefenen: blijven ademhalen, handen op mijn buik, de stoel onder me voelen, mijn voeten op de grond, ogen dicht of met de blik op oneindig en go with the flow. Niet anticiperen. Proberen te ontspannen, zonder als een zak aardappelen door de auto gegooid te worden. Een soort overgave in plaats van verzet.

De vijfde en laatste keer lukt dit aardig en kan ik de rest van de rit nog aan. Bij mezelf blijven/komen waardoor de prikkels me niet de baas worden; het heeft te maken met ergens onderdeel van zijn zonder alles erbij op te nemen. Verbinden zonder er helemaal in op te gaan. Het zorgt er in ieder geval voor dat de situatie hanteerbaar wordt.

Zich bewust zijn van de waarneming

HSP hebben door hun alertheid hun opmerkingsbegaafdheid ontwikkeld en hun vermogen om ook subtiliteiten waar te nemen getraind. Zij nemen hun omgeving dus op een fijnmazige manier en bewuster waar dan gemiddeld, zowel op zintuiglijk gebied (geluiden, kleuren, geuren, smaken, tast) als op emotioneel en energiegebied. Gevoelige mensen nemen sfeer waar, emoties, zware of lichte energie of trillingen. Zij merken een volle sfeer in een lege ruimte waar net een vergadering is geweest bijvoorbeeld, zij zien welke mensen ‘lijntjes’ of verbindingen met elkaar hebben, ze lezen vaak moeiteloos de non-verbale signalen en lichaamstaal van mensen. Ze nemen heel vanzelfsprekend meer informatie waar.

Als ze andere mensen uitleggen wat ze waarnemen, wordt dit – net als het geluid van de trein – meestal achteraf wel herkend, ook door niet-HSP, mits ze daar moeite voor doen. (Het vergt namelijk aandacht om te kunnen zien.) Hoogsensitieve mensen geven echter, door hun ruime ervaring in gedetailleerd en bewust waarnemen, sneller en ook preciezer betekenis aan alle opgemerkte signalen. Ze merken het op als iemand afwezig is of aan iets anders denkt en kunnen door hun eigen lichamelijke sensaties de emoties van andere mensen volgen. Als iemand emotioneel geraakt wordt door een gebeurtenis, of als een emotioneel belangrijk punt wordt geraakt, dan kan een HSP dat voelen en dit in zijn eigen lichaam ervaren als tintelen, stromen of bijvoorbeeld kippenvel. Evenzogoed kan een HSP die onbewust waarneemt de hoofdpijn overnemen van een toevallige passant die hoofdpijn heeft. Omdat HSP meesters zijn in het waarnemen en ervaren van wat er zowel van buitenaf als van binnenuit op hen afkomt, is de invloed daarvan op hun gevoel van welbevinden relatief groot. Sommige mensen zijn depressief en moe of voelen zich steeds leeggezogen door hun omgeving. Vermoeidheid is dan de klacht, maar het continu ongebreideld waarnemen is vaak de oorzaak. Dit opmerkzame vermogen in goede banen leiden is dus een must voor iedere HSP.

Sensitiviteit is dus ‘een strategie om informatie grondiger te verwerken’ (Aron, 2010). Coaches doen dit zelf ook in hun werk als zij mechanismen als spiegelen, overdracht of tegenoverdracht willen begrijpen. Ruth Cohn (1983)2 heeft de ontwikkeling van sensitiviteit en intuïtie ingebracht in de psychoanalyse door intervisieworkshops te organiseren met het thema tegenoverdracht. Hierin werd ieders waarneming en intuïtie specifiek getraind en ingezet bij het oplossen van overdrachtssituaties. Deelnemers aan deze workshops ontwikkelden zo hun sensitiviteit.

Vat krijgen op de hoge mate van sensitiviteit is een belangrijke stap in het begrijpen en inzetten ervan. Het gaat erom de signalen te begrijpen zoals ze zijn en die niet in te kleuren met de eigen invullingen, angsten of projecties. Het is daarbij belangrijk om onderscheid te maken tussen intern en extern waarnemen: door waar te nemen en met de aandacht bij de eigen reacties te blijven, behoudt men zijn energie. Door extern waar te nemen, neemt men de energie van de ander over.

Intuïtief waarnemen

Iedereen neemt waar door een eigen bril, gekleurd door cultuur, emoties, normen, kennis, waarden en overtuigingen. Vaak is het dus heel onduidelijk wat men waarneemt of meent te voelen. We zijn duidelijk niet getraind in het helder voelen en benoemen van wat we precies zien of voelen als het om intuïtieve informatie gaat. Gevoel gaat vaak ten onrechte over de subjectieve beleving, vermeende gevoelens, of indrukken en ideeën over hoe het leven in elkaar steekt. Wie sensorisch sensitief is, zoals de HSP, kan veel voelen, maar moet ook veel leren onderscheiden.

Intuïtie is iets weten of aandachtig zijn zonder bewust te weten waarom. Intuïtie is altijd gestoeld op kennis en ervaringen die je al eens eerder hebt opgedaan. Het is eigenlijk als een razendsnelle computer: het registreert alle subtiele waarnemingen en beoordeelt dit op basis van de aanwezige kennis in jouw geheugendata. Waar je verstand rationeel afweegt of je iets wel of niet zult doen, wéét je intuïtie het antwoord en laat het een duidelijk ja of een nee voelen, vaak aan de hand van beelden of symbolen.

Toen ik eind jaren tachtig begon in de hulpverlening, was het gebruikmaken van intuïtieve informatie in het algemeen maatschappelijk werk absoluut not done. Als je het toch gebruikte, durfde je het niet als intuïtie te benoemen. Alles moest logisch en psychisch verklaarbaar zijn. Pas toen de NLP wat meer in opkomst kwam, begon dit enigszins te wankelen. Wat wel steeds overeind bleef was: je moet het kunnen benoemen. Echter, zo duidelijk is die waarneming in het begin niet. Net zoals een kind de kleuren leert zien aan de hand van vragen, checken, bevestigd krijgen en herkenning, heeft iemand die zijn eerste schreden zet op het pad van de fijnmazige of intuïtieve waarneming ook nog veel te leren. Er worden soms vreemde interpretaties gegeven aan waarnemingen; juist onder hoogsensitieven kom ik mensen of kinderen tegen die dingen waarnemen waar je met een nuchtere pet niet bij kan.

Het woord ‘waar’nemen veronderstelt een objectieve vorm van registreren, maar wat is waar? Als je denkt dat je een man in de hoek ziet staan, dan staat die er ook. Probeer het maar eens. Je kunt er heel angstig van worden. Maar dat roept meteen de vraag op wat het verschil is tussen gedachten en gedachten die vorm hebben gekregen. Hoe reëel zijn gedachtevormen?

Met hoogsensitieven betreed je soms ook een wereld van buitenzintuiglijke waarnemingen. Afhankelijk van hun geloof worstelen mensen daarmee. Je standpunt daarover is dus heel bepalend. Hoe ga je daarmee om zonder iemand in een hoek te zetten? Want je krijgt wel mensen in je praktijk die anders en van alles waarnemen. Hoe bepaal je dan of iemand dingen ziet die er niet zijn? Er is meer onder de zon. En dat meer is voor hoogsensitieven ook tastbaar, ondanks dat het soms niet ‘waar’ is.

Begrijpen en verwerken van de waarneming

Mijn ervaring is dat mensen de behoefte hebben om dat wat ze voelen te kunnen checken aan de realiteit. Ze vragen dan ‘Is er iets?’ als ze iets merken aan de ander. Het probleem daarbij is alleen dat HSP vaak geen helder antwoord krijgen op hun vragen. Sterker nog, de ander voelt zelfs vaak (nog) niets! Sensitieve mensen kunnen hier erg onzeker van worden. Ze voelen namelijk al dat er iets met een ander aan de hand is voordat de ander dit zichzelf bewust is. Ze vangen bepaalde signalen in de lichaamstaal eerder op.

Als een HSP niet doorheeft dat hij eerder dan anderen iets waarneemt, kan hij deze signalen automatisch gaan spiegelen. Een HSP-moeder bijvoorbeeld zal vaak onbewust haar kind spiegelen. Het kan dan zomaar gebeuren dat als het kind moe, boos of gefrustreerd uit school thuiskomt en hij daarvoor geen verklaring heeft (voor een kind vanzelfsprekend), de HSP-moeder ruzie krijgt met haar kind omdat ze de boosheid van haar kind onbewust overneemt en spiegelt. De frustratie van het kind wordt in dit geval versterkt in plaats van gekalmeerd. Dit gaat pas over als de moeder weer een onderscheid maakt tussen haar emoties en die van haar kind en het kind gaat helpen om te begrijpen hoe en waarom het zich zo voelt.

Als HSP zich wel bewust zijn van het feit dat een gevoel bij de ander hoort, dan kan het eveneens een verstrikking geven als zij dit gevoel herkennen omdat het lijkt op een ervaring die zij ook weleens gehad hebben. Ook in dit geval is het heel lastig om deze eigen ervaring te scheiden van de herkenning in de ander. Ze kunnen soms ‘zeker weten’ wat er met de ander aan de hand is en dan kunnen ze zomaar in een welles-nietesgevecht terechtkomen om ‘de waarheid van de waarneming’. Er is nog zo veel wat we niet weten. Wie weet kunnen er wel verschillende waarheden naast elkaar bestaan.

Naast onbewust waarnemen gebeurt het vaker dat HSP wel bewust iets waarnemen, maar dat zij niet weten wat het is of hoe het te duiden. Ze voelen zich rot, maar weten niet waar het van komt. Lichamelijk reageren zij echter wel degelijk op ‘iets’ en dat iets is ook zo duidelijk dat het hun een onbestemd, bedrukt of zwaar gevoel kan geven. Zij kunnen het ervaren als een knoop in de maag, een plotselinge vermoeidheid, iets wat alle energie weg doet trekken en het gevoel geeft ‘leeg te lopen’. Het gevolg is dat men onrustig gaat zoeken naar de ‘schuldige’ die dit veroorzaakt. Meestal nemen zij dan ‘buiten zichzelf’ waar en verliezen ze het zelfgevoel.

Men kan ook in het gebied van de projectie terechtkomen. Het nare gevoel wordt dan bijvoorbeeld toegeschreven aan iets wat een ander doet en vervolgens gaat men zich ergeren aan die ander in een poging om het weg te krijgen. Is men in de overdracht gestapt? Uit dit soort subtiele waarnemingen helderheid verkrijgen is voor een HSP nog geen sinecure.

Ik deed eens een oefening in een groep waarbij ik mensen bewust wilde maken van het feit dat ze erg veel zaten ‘te voelen aan elkaar’. Ik wilde hun actief leren om hun aandacht (en energie) te sturen en bij zichzelf te houden, gescheiden van die van de ander. Wat er gebeurde, was precies het tegenovergestelde. Het werd een ‘soep in de groep’. Ik voelde de energie zakken en het werd een grote brij van gevoelens waar ik zelf ook nog eens deel van ging uitmaken. Ik voelde me vervolgens zelf erg ongemakkelijk omdat ik er geen vat op kreeg. Ook ik ging ‘buiten’ zitten voelen wat er was, maar daar vind je over het algemeen geen duidelijkheid.

Als alle emoties uit de groep door elkaar heen voelbaar zijn en een grote brij vormen, kan dit worden ervaren als ‘zware energie’. Een soep van gevoelens. De HSP die de wereld in eerste instantie vooral met hun gevoel waarnemen, kennen dit maar al te goed en hebben de behoefte dit te ordenen door erover na te denken: wat zou het zijn, waar komt het vandaan, is het van mij, heb ik iets verkeerds gedaan? HSP kunnen enorm twijfelen over zichzelf en alles wordt dan gericht op het vinden van ‘de dader’. Sylvia van Zoeren noemt dit het ‘Sherlock Holmessyndroom’ (2003). Het gemoed van een HSP wordt pas weer rustig als de moord is opgelost en alles weer klopt.

Voor een HSP is het belangrijk om te weten dat het mogelijk is dat zij dingen voelen die nog niet te duiden zijn en dat ze dit gevoel of die intuïtieve waarneming wel degelijk serieus kunnen nemen. In plaats van te gaan twijfelen of ruziën over de waarneming, kunnen ze vertrouwen op het ‘iets wat er is’, maar zonder te weten wat er is.

Zo hoeft het geen gevecht met de ander of in zichzelf te worden. Door te blijven vertrouwen op de eigen interne waarneming – ondanks dat men nog niet weet wat het betekent – blijven HSP gecentreerd en op hun benen staan. Pas dan kunnen ze überhaupt iets doen met deze kwaliteit. Door zorgvuldig te communiceren, kan het op een aanvaardbare manier ter sprake worden gebracht, maar vaker is gewoon even wachten tot het helder wordt genoeg. Leren communiceren is wel een belangrijk thema. Niet invullen voor de ander, zorgvuldig formuleren wat iets met je doet en openstaan voor wat er is, zonder oordelen of overtuigingen.

Omgaan met kritiek en intense emoties

Hoogsensitiviteit heeft niet alleen te maken met scherpe zintuigen en snel overspoeld raken door te veel prikkels, maar gaat ook over gevoeligheid door diepgaande verwerking. Dit betekent onder meer dat HSP vaker dan anderen worden ontregeld door vergelijkbare gebeurtenissen. Door de neiging diep door te denken over wat er gebeurd is, hebben ze ongewone bespiegelingen en brengen ze de gevolgen van het eigen gedrag achteraf nog eens nauwgezet in kaart. Hierdoor ontwikkelen mensen complexere emotionele schema’s en sterkere emotionele reacties. De onzekerheid en het doordenken over het eigen gedrag maakt dat HSP vaak een ongebruikelijk laag gevoel van eigenwaarde hebben, extreme verlegenheid kennen en een grote mate van angst voor sociale oordelen vertonen (Aron, 2010).

Diepgaande verwerking heeft zowel prettige als onprettige consequenties. De prettige consequenties zijn intense geluksgevoelens of intens kunnen genieten. De onprettige zijn intense, diepe schaamtegevoelens waaruit ze soms maar moeilijk kunnen loskomen. Angst voor de reactie van anderen, angst voor afwijzing, schuldgevoelens en piekeren. Om onaangename gevolgen van overprikkeling te vermijden, ontwikkelen mensen strategieën als verlegenheid, terugtrekking of introvert gedrag.

Aron deed onderzoek naar de interactie tussen een moeilijke jeugd en sensitiviteit en ontdekte daarin onder andere dat HSP sterker reageren op negatieve ervaringen dan anderen – wat ook geldt voor positieve ervaringen. ‘HSP raken door van alles en nog wat geëmotioneerd, zowel positief als negatief. Als kind hebben ze al ongebruikelijk diepgaande gevoelens. Ze zijn makkelijk ontroerd, door sprookjes, films, oneerlijkheid, pesterijen of dierenleed. Ze raken overspoeld op belangrijke dagen als trouwerijen en examens, ze zijn intens zenuwachtig op hun eerste werkdagen en raken overprikkeld als ze in de picture staan. De hoogste emotionaliteit geeft men echter rond emoties als schaamte, schuldgevoelens, minachting, mededogen of verlatingsangst.’ (Aron, 2010)

Intensiteit van emoties

De ogen van een HSP schieten snel vol als het om emoties gaat, maar dat wil niet zeggen dat de HSP altijd ernstig of labiel is. De emoties komen voort uit de in principe positieve eigenschappen van HSP: intens beleven en diepgaand verwerken. Voor een HSP is het heel relativerend om dit te weten.

Een HSP moet leren omgaan met de intensiteit van de emoties en op een sensitieve manier vertrouwen opbouwen in zichzelf, anders gaan de emoties met hen aan de haal. Maar ook HSP kennen hun emoties waarden toe die de ervaring soms erger maken dan het eigenlijk is. Vooral hoogsensitieve jongeren en jongvolwassenen moeten ermee leren omgaan dat ze emoties heel intens voelen, maar dat dit niet betekent dat het erg is. Intens ervaren is wat het is, het betekent dat men intens ervaart en niet dat de aanleiding die de emotie veroorzaakte erg is. Intens beleven heeft men in aanleg meegekregen. Genieten doet men tenslotte ook intens. Intensiteit is betrekkelijk normaal voor een HSP. Het zorgt wel voor meer overprikkeling en het maakt ook dat men meer zijn best doet om gevoelens van kwetsbaarheid of schaamte te voorkomen.

Bedachtzaamheid

HSP kunnen lang piekeren over alles wat ze hebben gedaan die dag en of dat nou wel zo verstandig was, maar ze kunnen ook ernstig lang nadenken over alle facetten van zaken die nog moeten gebeuren. Als een HSP weet dat hij in situaties nogal emotioneel kan reageren, kan hij als overlevingsstrategie zichzelf aangeleerd hebben om daar controle over te krijgen en de onverwachte dingen voor te zijn en ‘te regelen’. Omdat een HSP de mogelijkheid heeft om alles te overzien – alles hangt tenslotte met alles samen – kan hij gemakkelijk alles voorzien en daarbij zelfs een levendig plaatje in het hoofd maken als hij ook nog eens beelddenker is. Hij kan zelfs voorvoelen hoe men in een toekomstige situatie zou kunnen reageren. Als hij echter onzeker is over zichzelf en de eigen mogelijkheden, dan ontaardt deze strategie gemakkelijk in angst.

Angst kan heel groot lijken, maar wat je tegelijk ziet, is de intensiteit van de HSP-beleving. Ouders willen zich nogal eens zorgen maken om het hoge angstniveau van hun hoogsensitieve kind. Angst bij een HSP komt echter al snel voort uit de HSP-strategie bedachtzaamheid. Aron noemde dit het ‘pause-to-check-systeem’: eerst de boel even overzien voordat je je erin begeeft. Nieuwe situaties voor een HSP zullen dus altijd eerst even dit moment van ‘stop, ho, voelen, overzien, is het oké en dan pas in beweging komen’ hebben. Een hoogsensitief kind lijkt hierdoor angstiger dan een ander kind dat overal op afstormt.

Ouders hebben een grote rol in de begeleiding van hun kind om met deze ‘angst’ om te gaan. De voorzichtigheid wegwuiven, het kind overhalen om door te zetten, boodschappen geven in de trant van ‘stel je niet aan, even doorzetten’ zijn normaal, maar helpen het hoogsensitieve kind niet. Een kind kan dan juist nog angstiger worden én het gaat zichzelf (ook nog) veroordelen om zijn voorzichtigheid. Faalangst ligt dan gemakkelijk op de loer. Een hoogsensitief kind is erbij gebaat om al heel vroeg te leren verwoorden wat hij waarom doet. Ook om emoties te benoemen, zichzelf te kalmeren en handige oplossingen te bedenken.

Als de angstsymptomen boven een bepaalde waarde uit komen, bereikt men het gebied van de DSM. Er volgt dan een protocol voor behandeling en dat zal in veel gevallen zeker helpen, maar is voor een HSP niet altijd de handigste weg. Want wat als het symptoom gewoon inherent is aan die bedachtzaamheid? Wat als het valt onder het normale ‘pause-to-check-systeem’ van de HSP? Een in principe zinvolle eigenschap als bedachtzaamheid en diep nadenken kan hierdoor gaan lijken op (bijvoorbeeld) een angststoornis en wordt ook nogal eens hiermee verward.

Het betekent niet dat je de angst van een HSP dan maar moet bagatelliseren, want geen gehoor geven aan de behoefte aan bedachtzaamheid kan wel degelijk angst vergroten. Maar in principe is de angst geen stoornis. De emotie is intens, zet een stressmechanisme in gang dat overprikkeling veroorzaakt, maar de HSP zelf kan het wel relativeren door de functie ervan te zien. Hij hoeft zichzelf niet te schamen als hij behoefte heeft aan meer voorinformatie. Een cliënt verwoorde het zo:

‘Als ik ’s ochtends naar kantoor rijd, voel ik een soort angst/spanning van “wat gaat er vandaag gebeuren?” Ik heb dat bijna dagelijks. Het hoort bij mij. Ik wil eigenlijk beter weten wat er gaat komen, maar dat gaat niet altijd op mijn werk. Ik weet het, maar toch geeft het me elke dag onrust. Mijn collega’s staan daar helemaal niet bij stil. Die zien wel wat er gaat komen. Ik moet altijd even schakelen. Van mij vraagt het een bewuste overgave.’

Rechtvaardigheidsgevoel

Als kind al hebben HSP een extreem rechtvaardigheidsgevoel. Je hoeft hoogsensitieve kinderen over het algemeen geen geweten bij te brengen, dat hebben ze al van zichzelf. Alle HSP zullen beamen dat dit vaak een item geweest is in hun leven. Oneerlijkheid, onrechtvaardigheid en machtsspelletjes zijn voor een HSP haast niet te verdragen. Juist hierom worden ze op de lagere school nogal eens gepest. En juist gepest worden heeft op hoogsensitieve kinderen een sterker negatief effect dan bij andere kinderen.

Het rechtvaardigheidsgevoel van HSP is zo extreem omdat zij zich sterker verbinden met hun omgeving en daardoor meer verantwoordelijkheid voelen voor alles om hen heen. Pijn van de ander bestaat eigenlijk niet, het wordt eveneens hun pijn. Bij hoogsensitieve kinderen kan dit voor verwarring zorgen, omdat ze kunnen vertellen over ervaringen alsof ze deze zelf hebben meegemaakt. Ze kunnen bijvoorbeeld menen dat ze straf gehad hebben, terwijl in werkelijkheid een klasgenootje straf kreeg. Ze zijn zo betrokken en verbonden dat het er niet toe doet wie er straf kreeg; er was straf en dat hebben ze gevoeld.

Nare nieuwsberichten worden doorgaans slecht verdragen door HSP. Er zijn best veel HSP die de nieuwsberichten vermijden, die geen geweldsfilms kijken of zich niet kunnen handhaven in een ‘oneerlijke’ werkkring. Ze kunnen zich vaak ook niet wapenen tegen zo’n omgeving, ze blijven het voelen en hetzelfde gedrag ‘terug’ vertonen zoals ze dat anderen zien doen, druist in tegen hun geweten. Daarom zijn sfeer en betrokkenheid in de organisatie waar een HSP werkt erg belangrijk om goed te kunnen functioneren. Zingeving in het werk, maatschappelijk verantwoorde doelen, transparantie in de communicatie, loyaliteit en respect op basis van eerlijkheid en professionaliteit gaan HSP doorgaans goed af. Maar van werken in een hiërarchische organisatie waar macht, eigenbelang en geld de doelen bepalen, kunnen HSP enorm gefrustreerd raken.

Zich verbinden met de waarneming

HSP hebben de gewoonte zich sterk te verbinden met hun waarneming en daarmee met hun omgeving. Opmerkingen worden diep vanbinnen gevoeld en vaak denken HSP dat zij de oorzaak zijn van de opmerking van de ander, terwijl dit niet altijd iets met hen te maken heeft. Ze betrekken dit eerder op zichzelf dan het als een waarneming op afstand te bekijken. Ze vervloeien ermee en worden daardoor eerder onzeker en ‘gaan snel op de kast’. Hoe onzekerder de HSP is en hoe onduidelijker de communicatie in de omgeving is, hoe meer ze alles op zichzelf betrekken. Er gaat dan iets mis in de vertaling van de informatie die op hen afkomt.

Hoe meer zij hun aandacht in de omgeving hebben, hoe minder toegang zij hebben tot de informatie in henzelf, hun eigen gevoel en reacties. Er is soms zelfs geen eigen mening meer omdat de aandacht meer is gericht op het begrijpen van de omgeving dan op het voelen wat dit met henzelf doet en daar een standpunt over innemen. Intern is er dan weinig eigengevoel en dat maakt dat er weinig ‘zelf’ is om op te vertrouwen. De verbinding die men maakt met de omgeving extern is in feite sterker ten opzicht van de verbinding die men maakt met zichzelf en alles wat er intern gebeurt. Als de aandacht te veel bij de ander ligt en de dingen die er om hen heen gebeuren, voelen HSP zichzelf en hun eigen waarheid soms niet meer.

HSP kijken alsmaar naar hun omgeving, maar worden slecht wijs uit regels, normen en codes van de wereld omdat deze vreemd zijn aan henzelf. Ze houden van eerlijke en transparante communicatie, anders snappen ze het niet. Ze moeten de wereld kunnen begrijpen en als deze niet strookt met hun waarden van eerlijkheid, loyaliteit en zorgzaamheid, of de context is niet duidelijk, dan valt iets niet te begrijpen. Dit vergroot de onzekerheid en het gevoel ‘niet te sporen’. Het eigen houvast mist, omdat ze geen herkenning vinden in zichzelf en weinig ‘zelf’vertrouwen hebben ontwikkeld.

Enerzijds is dat vermogen om zich met hart en ziel te kunnen verbinden een verrijking. Zich intens verbinden doen HSP echter beter in de natuur omdat dat altijd goed voelt. Ze kunnen opladen in de natuur, intens genieten en energie krijgen. Ook van kunst, muziek en cultuur. Anderzijds vraagt het meer aandacht om ‘te aarden’, om ‘in het lijf te blijven’. Veel HSP vinden het fijner om weg te dromen. Met die gewoonte om ‘uithuizig’ te zijn kan men spirituele waarnemingen doen, maar het veroorzaakt ook de meeste last.

Hans Lemmens (2008) meent dat bij een HSP en bij lichte vormen van autisme ‘de ziel losser dan gemiddeld met het lichaam verbonden is’. Met dit begrip ‘ziel’ bedoelt hij aandacht. In het lichaam aanwezig zijn betekent met de aandacht het lichaam ervaren. Met aandacht aanwezig blijven in het lichaam maakt dat er minder aandacht naar de omgeving gaat, waardoor prikkels uit de omgeving minder sterk worden opgemerkt. Met de aandacht in het lichaam blijven werkt als een soort filter waardoor mensen minder overweldigd worden door zaken buiten henzelf.

Diepgaande verwerking

Een HSP kan zich heel erg zorgen maken en doordenken over dingen die een ander alweer snel vergeten is. De waarneming van de HSP gaat zelfs nog een tijdje door nadat de situatie allang voorbij is. Alle gesprekken, gedachten, gezichtsuitdrukkingen en andere non-verbaal waargenomen informatie worden grondig verwerkt. En dat niet alleen, HSP kunnen ook achteraf nog ‘inzoomen’ op een persoon of een situatie waardoor ze nog meer informatie krijgen. Dit is eigenlijk een vorm van ‘readen’. Nick Blaser (2011) noemt het invoelen en zou zeggen: ‘Ze stappen in de tuin van de ander om daar te voelen wat er gaande is.’ Zo kan iets achteraf nog begrepen worden of een andere waarde krijgen. Ook hulpverleners zullen dit herkennen als empathie: zich kunnen inleven in hoe de ander iets ziet of voelt. Kunstenaars en ontwerpers gebruiken dit vermogen om hun werk verder te verdiepen.

Veel HSP kunnen hierdoor ook naar perfectionisme neigen. Ze zien alle details, kunnen bedenken wat er allemaal mogelijk is, maar onderschatten zichzelf vaak omdat ze ook alles zien wat nog niet goed is. HSP kennen vaak hun eigen waarde niet. Omdat de waarneming zo gedetailleerd is, duurt het ‘herkauwen’ bij HSP langer in tijd en gaat dit veel grondiger dan gemiddeld. Ook emoties moeten door dat hele netwerk van facetten dat samenhangt met de waarneming. Zo kunnen HSP ook nog eens lang bezig blijven met de emoties van een ander.

De manier waarop HSP omgaan met uiteenlopende gebeurtenissen is intens, diepgaand verwerken, overzicht verkrijgen en zorgen dat alles wat er mee samenhangt weer klopt. Dit is een oneindig verrijkende kwaliteit. Het kan nogal eens lang duren voor zij een standpunt innemen.

Zit hoogsensitiviteit in de hersenen?

In onze westerse maatschappij zijn wij gericht geraakt op de rationele manier van begrijpen hoe het leven tot in de kleinste onderdelen in elkaar steekt, meer dan op een holistische manier te begrijpen hoe het een met het ander verbonden is. Vanaf het moment dat we als kind naar school gaan, worden ons vooral cognitieve vaardigheden aangeleerd: tellen, lezen, ordelijk zijn, een structuur volgen, binnen de lijntjes kleuren, het goede antwoord weten op een vraag, enzovoort. Rationaliteit wordt meer gewaardeerd en getraind dan gevoeligheid en creativiteit. Creativiteit wordt eerder afgeremd en gevoeligheid afgeleerd. Er is dus eigenlijk een soort emancipatieproces nodig van het gevoel en van de creatieve en intuïtieve vermogens. Kwaliteiten van HSP liggen op het creatieve, intuïtieve en invoelende vlak (waaronder ook creatief denken valt). Deze worden vaak aangeduid als functies van de rechterhersenhelft. Dit roept de vraag op of hoogsensitiviteit wellicht in de hersenen zit.

Wie zijn waarnemingsvermogen voornamelijk creatief en voelend gebruikt, kan enorm out of the box denken, genieten, uitweiden, doordenken, maar ook overspoeld raken door indrukken, ideeën, emoties of muzikale ervaringen. Op onbewust niveau wordt door de hoeveelheid aan prikkels het stresssysteem steeds geactiveerd. Het hart gaat sneller kloppen en allerlei processen in de hersenen en het autonome zenuwstelsel maken het lichaam klaar om te vechten of te vluchten, wat primair de basis is van een stressreactie. Is men dus gewend om vooral de rechterhersenhelft te gebruiken, en minder de regulerende functie van de ratio, die volgens dezelfde theorieën vooral in de linkerhersenhelft zou zitten, dan zal men minder controle op zijn emoties ervaren.

Voor HSP is het juist belangrijk om vat te krijgen op hun emoties, omdat deze zeer intens ervaren worden. HSP hebben door hun intense gevoelens mechanismen opgebouwd die hen beschermen tegen te grote kwetsingen, maar die hen ook belemmeren. Mensen die onbewust reageren, nemen vaak (net zo onbewust) hun toevlucht tot overlevingsstrategieën. (Meer over de invloed van overprikkeling en het stresssysteem in het artikel 'Stress als gevolg van hoogsensitiviteit')

Het versterken van de ‘linkerhersenhelft’ – de cognitieve functies – als oplossing voor emotionele problemen is een breed gedragen visie onder diverse hulpverleners. Alle cognitieve therapieën zijn op dit principe gebaseerd. Veranderingen die echter alleen via de ratio plaatsvinden, beklijven voor HSP niet voldoende. Zij nemen waar op de verschillende niveaus (zintuiglijk, voelend, in samenhang, wetend, verbindend), en moeten ook begrijpen en veranderen op die verschillende niveaus. Cognitieve training geeft weliswaar controle over de emoties, maar is maar een klein deel van een oplossing. HSP dwingen je te zoeken naar alternatieve vormen van hulpverlenen die ook de functies van de ‘rechterhersenhelft’ aanspreken, waardoor mensen meer in zijn geheel begrijpen waar er iets anders nodig is. Want dat is niet altijd in het denken alleen.

Overlevingsstrategieën

Alle hoogsensitieve personen kennen verschillende overlevingsstrategieën om zich af te schermen van situaties die hen overprikkelen. De meeste HSP zijn alert en hebben de voelhorens altijd aanstaan om niet voor verrassingen te komen te staan. Anderen dromen juist weg en overleven de situatie door te dissociëren of weg te gaan uit hun lijf. Weer anderen hebben zich gepantserd en een muur om zich heen gebouwd of zijn zo prikkelbaar dat iedereen wel bij hen uit de buurt blijft. Er zijn ook HSP die overal stevig de controle over houden en er goed in zijn geworden om juist alle ballen in de lucht te houden. Ook zie je dat HSP zich zo klein en smal maken dat ze haast niet opvallen (en overlopen worden). Deze manieren van omgaan met bepaalde effecten van hoogsensitiviteit noem ik ook wel energiestijlen, omdat in die term zo goed voelbaar is wat iemand doet. Het zijn vaak onbewust aangeleerde stijlen van omgaan met de eigen energie en grenzen die bepalend worden in iemands karakter. Het zijn strategieën die oorspronkelijk bedoeld zijn om de negatieve effecten van hoogsensitiviteit zo veel mogelijk tegen te gaan of om zichzelf te beschermen tegen verdere overprikkeling. Ze schieten later echter hun doel voorbij. Van de kwaliteiten van hoogsensitiviteit, de eigenschap an sich, hebben mensen vaak geen last; het zijn de effecten en de aangeleerde overlevingsstrategieën waar ze uiteindelijk een probleem in ervaren. De overlevingsstrategieën vormen zelfs later de ‘ziekte’. De bedoeling van een dissociatieve stoornis bijvoorbeeld is om minder te voelen. Handig bij traumatische ervaringen, zeker als iemand die intens ervaart. Ook heel handig om te overleven in een drukke klas met dertig rumoerige kinderen. De ‘stoornis’ is dus een zeer effectieve strategie als het op minder voelen aankomt. Maar als de persoon vat wil krijgen op een depressie, of als er een actieve coping wordt gevraagd om een situatie op te lossen, dan is deze strategie weer niet zo handig en veroorzaakt het een ‘storing’.

Hans Lemmens (2008) noemt een treffend voorbeeld van zo’n strategie bij autisme: ‘Het gesloten gedrag van de mens met autisme is een tegenwicht tegen het feit dat hij eigenlijk heel open is.’ Bij vormen van autisme die een relatie hebben met overprikkeldheid kan extreme controle en uitsluiting van de emoties van de ander een effectieve strategie zijn om zich te handhaven.

Bij herkenning van hoogsensitiviteit is het dus belangrijk om te weten wat de eigenschap is, wat een effect is van de eigenschap, en wat strategieën zijn die bedoeld zijn om juist te dealen met de lastige effecten. 

Is hoogsensitiviteit een gave of een gebrek?

Het is een kwestie van perspectief hoe men hoogsensitiviteit waardeert. Iedereen leeft vanuit zijn eigen waarheid. Een HSP denkt eerder dat er wat mis is met hemzelf, omdat hij in de minderheid is. Totdat hij op een goede dag plotseling ontdekt: ‘Hé, ik dacht dat iedereen de wereld hetzelfde zag, zoals ik. Maar dat is blijkbaar helemaal niet zo! Ik zie veel meer details en mogelijkheden en heb vaak eerder door dat er iets speelt dan een ander. Ik blijk me veel bewuster te zijn van mijn omgeving dan anderen, die soms helemaal niet doorhebben dat er iets aan de hand is. Ik dacht dat ik gek was, maar ik zie gewoon andere dingen.’ De bewustwording van dit verschil is vaak al een belangrijk keerpunt in de beleving van de sensitiviteit en daarmee in de acceptatie van wat er soms bij hoort, zoals overprikkeling, de behoefte om je terug te trekken, andere wensen ten aanzien van contacten of vrijetijdsbesteding. Tot die tijd wordt er vaak negatief over gedacht.

Klachten versus kwaliteiten

Mensen kunnen hoogsensitiviteit benaderen vanuit de visie dat sensitiviteit een gave is: HSP kunnen de meest complexe situaties snel doorhebben, goed aanvoelen wat er nodig is, nuances aanbrengen, creatief denken, en vaak zijn de meest uitzonderlijke talenten afkomstig van HSP. Toch gebeurt het dat zowel HSP zelf als de hulpverlening het meestal benaderen vanuit het gevoel iets te mankeren: men meent dat HSP een gebrek hebben aan een ‘normaal’ aanpassingsvermogen, stressgevoelig zijn, snel vermoeid, zich niet kunnen afsluiten, alles te serieus nemen, overal problemen zien en altijd andere behoeften hebben. Deze manier van denken zet zich zelfs door in de meest alternatieve hoeken: ‘Je hebt een lek in je aura.’ Of ‘HSP kunnen niet filteren.’

Hoogsensitiviteit wordt dus nogal eens vanuit de last aangevlogen: de HSP heeft een gebrek, want kan zich niet afsluiten en is veel te snel moe. Veel mensen menen dan ook dat ze van die gevoeligheid af moeten. Of ze krijgen te horen dat ze die hoeveelheden aan informatie moeten negeren, omdat ze er anders ziek van worden. Het klinkt zo logisch dat je ook als hulpverlener in eerste instantie denkt vanuit dit principe.

Kwaliteiten van HSP

Sterk empathisch vermogen.

Creativiteit in de breedste zin van het woord. HSP zijn mindmappers en snelle creatieve denkers. Ze denken out of the box.

Snel overzicht hebben en ‘zien’ wat er nodig is in bedrijven en processen.

Sterke intuïtie, invoelingsvermogen, alles overal en tegelijkertijd aanvoelen. Eerder trends waarnemen. Eerder voorvoelen of iets goed gaat of niet. Bedachtzaamheid.

Inzicht en overzicht in vaak complexe systemen. Zien hoe alles met alles samenhangt. Door gedetailleerde en intense waarnemingen kunnen putten uit een groot raamwerk van verbanden.

Houden van intellectuele uitdagingen, creatieve uitdagingen, vernieuwingskracht. Nemen vaak geen genoegen met een gemiddeld resultaat.

Een hoge mate van bewustzijn en authenticiteit.

Liefdevol, consciëntieus, rechtvaardig en loyaal.

Waar lopen HSP tegenaan?

Ook in mijn coachpraktijk en uit mijn trainingen merk ik dat HSP meer klachten kunnen opnoemen dan kwaliteiten van zichzelf. Ze zoeken een oplossing voor:

ernstige vermoeidheid, soms zonder dat ze het zelf doorhebben;

terugkerende patronen van stress, ziekte en uitval;

hoofdpijnen, prikkelbare darm, allergieën, prikkelbaarheid, stress, burn-out (heel vaak), CVS (chronischevermoeidheidssyndroom), MCS (Multiple Chemical Sensitivity);

steeds tegen de eigen grenzen oplopen;

het gevoel niet te voldoen in de wereld, tekortschieten, zich ‘gek’ voelen;

frustratie omdat ze niet gezien worden;

zichzelf kwijt zijn, geen herkenning vinden, zich niet thuis voelen, zich onbegrepen voelen of de wereld niet begrijpen;

perfectionisme;

vaak veel meer inzicht hebben en creatiever zijn dan de omgeving (en de meerderen), die dit vervolgens niet wil inzien;

overaanpassing, onzekerheid, sterke overlevingsmechanismen;

zich vaak ‘leeggezogen’ of ‘overspoeld’ voelen;

last ervaren van buren, geluiden, collega’s, geuren, drukte, geweld … en de oordelen daarover (overtuigingen van zichzelf of de ander);

relatieproblemen, gezinsproblemen als gevolg van vermoeidheid en overaanpassing;

Figuur 2        De hoeveelheid klachten beïnvloedt het gebruik van de hoeveelheid kwaliteiten Andersom doet het gebruik van de kwaliteiten het aantal klachten in verhouding ook meer dalen. De mate waarin men een balans vindt tussen ontspanning en activiteit bepaalt mede de hoogte van de klachten. De grijze lijn schetst het beeld van een HSS met weinig rustmomenten. De zwarte lijn schetst het beeld van een rest keeper.

kinderen: vaak AD(H)D-achtig gedrag (in tegenstelling tot ADHD lost dit zich op door de omgeving aan te passen);

angststoornissen, controleverlies of extreme controle (willen) houden;

de pijn van de wereld voelen, in de knoei komen met de eigen principes van harmonie en verbinding;

niet tegen oneerlijkheid, machtsspelletjes, oneigenlijke hiërarchie en onrechtvaardigheid kunnen.

Kwaliteiten van HSP (is het een gave?) en de klachten (of is het een gebrek?) beïnvloeden elkaar wederzijds: hoe meer men de kwaliteiten van zijn hoogsensitiviteit benut, hoe minder klachten zich ontwikkelen. Hoe meer klachten, hoe minder de kwaliteiten uit de verf komen. Figuur 2 laat de relatie tussen kwaliteiten en klachten zien. Er zijn twee uiterste varianten van hoogsensitieve personen naast elkaar gezet: de rest keeper, de meer teruggetrokken HSP die van een rustig leven houdt en zich daarmee niet verveelt en de HSS, de high sensation seeker; zij die juist meer prikkels en uitdagingen zoeken en snel verveeld zijn. (Meer over HSS in het artikel 'Wanneer hoogsensitiviteit tot ziekte leidt' onder factoren die het herkennen van HSP bemoeilijken.)

Gebruik van de kwaliteiten beïnvloedt het klachtenniveau, maar dat is niet de enige invloed op klachten. De verhouding klachten/kwaliteiten zal er voor een extraverte HSS anders uitzien dan voor een meer introverte HSP. Klachten worden ook bepaald door het stressniveau. Zowel extraverte, introverte HSP als HSS kunnen in meer of mindere mate rust ingebouwd hebben om de klachten te verminderen. HSS zetten wellicht hun kwaliteiten meer in, maar lopen vaker tegen hun grenzen aan vanwege een vollere agenda. Je kunt je voorstellen dat de spanning voor een introverte HSS ook groot is. Voor de introverte HSP kan de stress en overprikkeling van het werk en dagelijkse ontmoetingen tot meer klachten leiden dan voor de extraverte HSP, maar de extraverte HSP zal misschien wel weer meer hooi op zijn vork nemen. Zichtbaar wordt echter wel het probleem van veel HSS: zij gebruiken veel van hun kwaliteiten, maar kunnen ook extreem moe zijn. Het principe blijft dat hoe meer de klachten verminderen, hoe meer de kwaliteiten überhaupt van de grond kunnen komen.

Een logisch gevolg is daarom de coaching van HSP niet alleen te richten op het verminderen van de klachten, maar ook op het vergroten van de kwaliteiten. En daarmee indirect ook op het vergroten van het zelfvertrouwen, waardoor stress en daarmee samenhangende klachten verminderen. Mijn ervaring is dat het herkennen en versterken van de kwaliteiten van HSP de grootste herstellende impact heeft. Want als je iets hebt om trots op te zijn, dan ga je daar beter voor zorgen. Als je iets hebt waar je gemotiveerd voor bent, dan raak je beter gefocust en geaard.

Conclusies

Hoogsensitiviteit is een totaalpakket. De eigenschappen van hoogsensitiviteit overlappen voor een dermate groot deel met die van hoogbegaafdheid dat het vermoeden bestaat dat beide in wezen voortkomen uit dezelfde sensitieve wijze van waarnemen. Hoogbegaafden en hoogsensitieven herkennen de genuanceerde waarneming, het creatieve denken, het ‘alles hangt met alles samen’-denken, de behoefte om te begrijpen en de emotionele intensiteit. Hoogsensitieven lijken vooral te verschillen met hoogbegaafden in (over)prikkelingsniveau, de gedrevenheid, het IQ en het analytische denken.

In het kort is de kerneigenschap van hoogsensitiviteit: waarnemen, op een intense en fijnmazige manier, zowel met de gewone zintuigen als voelend en intuïtief. HSP verbinden zich met de waarneming, waardoor waarden als rechtvaardigheid en mededogen een grote rol spelen.

Niet alles wat HSP waarnemen, wordt op een bewust niveau waargenomen, maar er vindt wel een meer dan gemiddelde verwerking in de hersenen plaats. Op gevoelsmatig vlak uit de waarneming zich in een enorm empathisch vermogen en zelfs hoogsensitieve kinderen lezen al lichaamstaal en non-verbale signalen als vanzelfsprekend af aan mensen. Afhankelijk van de feedback over deze signalen kunnen zij hierop vertrouwen of gaat het met ze aan de haal. HSP zijn vaak goed ontwikkeld in de zogenaamde functies van de rechterhersenhelft. De balans tussen de cognitieve en meer intuïtieve functies van beide hersenhelften is bepalend voor de wijze van omgaan met emoties.

HSP hebben een holistische manier van denken: ‘alles hangt met alles samen’. Dit kan zich uiten in het vermogen om de meest complexe situaties snel te overzien en te weten waar het schort en wat er nodig is. Het kan zich ook uiten in een ogenschijnlijk chaotische verteltrant.

HSP hebben een intense manier van beleven en omgaan met zingevingsvraagstukken, met religie, met rechtvaardigheidsgevoelens, milieu en kunst; door het vermogen zich te verbinden, ‘verdiepen’ ze de waarneming ook achteraf nog. Op spiritueel niveau uit hoogsensitiviteit zich in het vermogen intens te genieten, diepgaand contact te ervaren met andere mensen, met de natuur, met het leven en de wereld. Zij verbinden zich zo met hun omgeving dat zij enerzijds hun ervaringen sterk verrijken, anderzijds zo veel aandacht aan de buitenwereld besteden dat ze zichzelf daarin verliezen.

Veel hoogsensitieve personen hebben zichzelf overlevingsstrategieën aangeleerd om de intensiteit van de enorme hoeveelheid aan waarnemingen wat te verzachten. Deze effecten van hoogsensitiviteit geven vaak meer last dan de eigenschap hoogsensitiviteit zelf. Overlevingsstrategieën of energiestijlen die men zichzelf heeft aangeleerd om minder last te hebben van de negatieve effecten van een hoge sensitiviteit zijn vaak terug te zien in symptomen van verschillende stoornissen. Met name de overlevingsstrategieën roepen de vraag op of sommige stoornissen wel stoornissen zijn, of dat het copingstrategieën zijn, bedoeld om de HSP meer te beschermen.

Soms is het dan ook de vraag of hoogsensitiviteit nu een gave of een gebrek is. Het heeft heel veel kwaliteiten, maar geeft ook veel klachten. De neiging van zowel de HSP zelf als de hulpverlener is om meer nadruk te leggen op de lasten dan profijt te zien van de kwaliteiten. Dit is de belangrijkste reden waarom de nadruk van de behandeling van HSP in de hulpverlening zou moeten liggen op het begrijpen van de oorspronkelijke bedoeling van de klachten, want dat herstelt het gevoel van eigenwaarde, grip op zichzelf en zelfaanvaarding. Vaak zijn het namelijk overlevingsstrategieën.

Als je juist meer de kwaliteiten van hoogsensitiviteit ziet, dan kan het zijn dat je als hulpverlener zo veel herkent van de eigenschappen van hoogsensitiviteit dat er een mechanisme in jezelf in werking treedt met gedachten als ‘big deal’, ‘waarom is het voor mensen een probleem, ik vind het wel handig’, ‘allemaal kwaliteiten toch, waarom zou je daar moeilijk over doen’. Eerlijk gezegd heb ik zulke gedachten zelf soms ook terwijl ik dit artikel schrijf. Want het is soms wonderlijk hoe het met zo veel talenten toch zo mis kan gaan. Het artikel 'Stress als gevolg van hoogsensitiviteit' geeft meer zicht op de gevolgen van hoogsensitiviteit zoals ik die in mijn praktijk tegenkom. Het lijkt dan eveneens dat ik meer de nadruk leg op de lasten van HSP, maar de bedoeling hiervan is om beter te begrijpen hoe hoogsensitiviteit tot problemen kan leiden als de eigenlijke behoefte niet wordt gezien.

 

1     Holisme (Grieks: holon: het geheel) is het idee dat de eigenschappen van een systeem (fysiek, biologisch, technisch, chemisch, economisch, enzovoort) niet kunnen worden verklaard door alleen de som van zijn componenten te nemen. Het woord, samen met het bijvoeglijke naamwoord holistisch, werd ingevoerd door Jan Smuts in de vroege jaren 1920. Smuts definieerde holisme als ‘de tendens in de natuur gehelen te vormen die groter zijn dan de som der delen door creatieve evolutie’. Holisme is ook de naam die gegeven wordt aan de levensovertuiging waarbij de essentie is dat alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is. Een holist ziet zichzelf voortdurend als deel van het geheel en beschouwt de ander (mens, dier, plant of voorwerp) als de andere ik. De holist ziet afgescheidenheid als een illusie, gecreëerd door het denken. Bron: nl.wikipedia.org/wiki/Holisme.

2     Cohn ontwikkelde een systeem van themagecentreerde interactie om continu te leren van en met elkaar. De kern luidt: evenveel aandacht geven aan IK (elk individu), HET (de taak), WIJ (de interactie) en GLOBE (de omgeving).

 

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel
Er zijn nog geen recensies geplaatst

Gerelateerde onderwerpen