Coachen met inzet van je eigen persoon

Als coach beschik je over een dubbel instrumentarium: aan de ene kant zijn er je methoden en technieken, aan de andere kant is er je eigen persoon. Van deze twee is je persoon je belangrijkste instrument: je persoonlijke inzet bepaalt of de door jou gebruikte methoden en technieken effectief zullen zijn.

Anders gezegd: methodisch handelen wordt voor een groot deel beïnvloed door aspecten die bij jou als coach liggen, zoals je authenticiteit, je persoonlijke werkstijl, je vermogen tot zelfreflectie, je zelfinzicht en zelfkennis en de manier waarop je omgaat met weerstand. Deze aspecten spelen sterker naarmate je meer op bestaansniveau durft te werken. Deze artikelen gaat over de persoon van jou als coach.

Een opmerking nog vooraf: ik heb het vaak over ‘de coach’. Hiermee bedoel ik niet alleen de individueel werkende coach (een-op-een coaching), maar ook de coach die met groepen of teams werkt (teamcoaching). De meeste voorbeelden zijn van individueel werkende coaches. Soms komt een teamcoach of teamcoaching aan bod. Dat staat telkens duidelijk aangegeven.

Jouw persoon tijdens coaching

Er is een groot aantal onderwerpen dat betrekking heeft op de persoon van de coach. Een greep daaruit: zelfkennis, reflectie en eigen professionele ontwikkeling, eigen werkstijl en authenticiteit, levensthema’s, gevoelens, vertrouwdheid met de eigen ‘binnenwereld’, het eigen bestaansniveau, signalen van tegenoverdracht bij jezelf, zogeheten crazymakers en allergieën, valkuilen, congruentie, transparantie en andere houdingsaspecten, het eigen ‘innerlijk team’, tijdens het werk in verbinding blijven met de eigen gevoelswereld, reflectie tijdens het proces, vertrouwen op eigen intuïtie, mildheid voor jezelf, parallelthema’s, omgaan met eigen weerstanden.

Een aantal van deze onderwerpen zal ik hieronder nader uitwerken: je eigen bestaansniveau (volgende paragraaf), authenticiteit en zelfkennis (derde paragraaf), beschermingsstrategieën van coaches (vierde paragraaf) en levensthema’s en parallelthema’s (vijfde paragraaf). Bij de bespreking van methodisch coachen (zesde paragraaf) ga ik ook in op omgaan met weerstanden en sta ik stil bij het belang van reflectie. Hierbij komt ook de ontwikkeling van je eigen werkstijl en authenticiteit aan bod. Om je eigen werkstijl scherper in beeld te krijgen, benoem ik enkele basisdynamieken en existentiële dimensies, onder het motto ‘andere wezenlijke zaken’ (zevende paragraaf). Ook ga ik in op wat ik graag ‘je innerlijke team’ noem (achtste paragraaf). Daarin spelen eigen emoties met name in de vorm van overdracht een rol (negende paragraaf). Een coach met zelfkennis beseft ook zijn valkuilen en allergieën (laatste paragraaf).

Al met al zijn dit heel wat basisingrediënten voor professioneel en methodisch coachen met inzet van je eigen persoon. Op het eerste gezicht lijkt het veel, maar de onderwerpen staan niet los van elkaar. Er zijn heel wat dwarsverbanden. Thema’s van het ene artikel keren soms terug op een andere plek. Twee vaak terugkerende thema’s zijn bijvoorbeeld ‘beschermingsstrategieën’ en ‘levensthema’s’. De belangrijkste dwarsverbinding blijft inzet van je eigen persoon, dit keert in elk artikel terug.

Bestaansniveau

Bij professioneel handelen staat het proces van je cliënt centraal. Dat betekent aandacht voor wat er zich afspeelt in de ‘binnenwereld’ van je cliënt: zijn emoties, gevoelens, ervaringen, verwachtingen, teleurstellingen, angsten en verlangens – met name het verlangen naar waardering en erkenning, enzovoort. Dit noemen we werken op bestaansniveau. Bij dit werk probeer je als coach contact te maken met de persoon achter de façade van zelfpresentatie, dus met hoe de cliënt ‘echt’ is. Tot de gevoelens achter de façade horen onder andere onmacht, onzekerheid, pijn, twijfels, verdriet, ergernis, boosheid, zorgen, schaamte, gevoelens van falen, zich minder voelen, maar ook kwetsbare positieve gevoelens als ontroering en verlangen.

Eigen bestaansniveau

Werken op het bestaansniveau bij je cliënt lukt het best wanneer je goed contact hebt met je eigen bestaansniveau: tijdens je werk als coach sta je dan in verbinding met je eigen ‘binnenwereld’. Vraag jezelf dus regelmatig af: heb ik verbinding met wat er allemaal in me omgaat, wat ik denk, wat ik voel, wat ik wil? De term ‘bestaansniveau’ komt uitgebreid aan bod in 'Gelaagdheid in communicatie' en 'Gelaagdheid binnen de persoon'.

Authenticiteit en zelfkennis

Hoe meer je als coach handelt vanuit je eigen bestaansniveau, hoe authentieker je bent. Anderen spreken liever over echtheid of congruentie, maar ze bedoelen hetzelfde: er is overeenstemming tussen het uiterlijke gedrag en de innerlijke belevingswereld. Of tussen wat je zegt en wat je doet. Authenticiteit is een van de belangrijkste houdingsaspecten. Natuurlijk zeg je als coach niet alles wat er in je omgaat. En dat is maar goed ook. Ik pleit hier dan ook voor selectieve authenticiteit.

Het eeuwenoude Griekse ideaal ‘ken u zelf’ is ook van belang voor coaches. Tot zelfkennis reken ik zicht op je eigen levensthema’s, op je eigen behoeften aan erkenning, op je eigen valkuilen en allergieën, op je eigen weerstanden, op je eigen gevoeligheid voor kritiek, enzovoort. Ook het goed zicht hebben op je eigen gevoeligheid voor overdracht hoort bij zelfkennis. Een goede coach zorgt ervoor dat hij deze aspecten van zijn eigen ‘binnenwereld’ goed kent. Hij kan zich van hieruit vrij naar de cliënt bewegen. Hij maakt zijn eigen kwetsbaarheid tot zijn kracht.

Beschermingsstrategieën

Mensen beschermen zichzelf in de sociale omgang. Je cliënt is daar geen uitzondering op, en jijzelf ook niet. We trekken allemaal een soort ‘jasje’ aan om onze binnenwereld te beschermen. Soms wordt dit jasje afweer of defensie genoemd; ik spreek liever van zelfbescherming. Er zijn veel verschillende jasjes om aan te trekken: perfectionisme, vlucht, vermijding, slachtoffergedrag, verdringing, verslaving – noem maar op. Heel veel vormen van gedrag kunnen de functie van zelfbescherming krijgen. Dit moet je in de gaten hebben bij je cliënten: wat je op het eerste oog ziet, is meestal niet waar het eigenlijk om gaat. Wees je daarom bewust van je eigen favoriete manieren van zelfbescherming. Enkele voorbeelden: harmoniegerichtheid (om conflicten te vermijden), reddersgedrag (om erkenning te ‘scoren’), perfectionisme, beheersing en controle. Ik kom hier uitgebreid op terug in 'Beschermingsstrategieën'.

Cliënten zullen zich minder defensief opstellen wanneer ze zich veilig voelen tijdens het gesprek met de coach. Als coach moet je dus zorgen voor een klimaat van veiligheid en vertrouwen ('Veiligheid en vertrouwen').

Levensthema’s

Vaak ga je als coach met je cliënt op zoek naar thema’s die in zijn leven spelen, en die in zijn biografie als een rode draad vaak terugkeren. Voorbeelden van zulke levensthema’s zijn: anderen willen pleasen, zich schikken naar anderen, zichzelf wegcijferen, streng en kritisch naar zichzelf zijn, perfectionisme, te veel hooi op de vork nemen, harmoniegericht zijn, ongeduld, faalangst, afzetten tegen gezag, zich gauw minderwaardig voelen, sterk afhankelijk zijn van erkenning (gezien willen worden zoals je bent), sterke behoefte om begrepen te worden, gehoord te worden (lees: geaccepteerd te worden), enzovoort. Zie ook het artikel 'Levensthema's'.

Levensthema’s van de coach

Niet alleen je cliënt heeft zijn eigen levensthema’s, jij hebt ze ook. Die spelen een rol in hoe je met je werk omgaat. Je eigen biografische thema’s zijn van invloed op de manier waarop je je cliënten begeleidt. Misschien heb je je al herkend in sommige levensthema’s die ik zojuist noemde. Specifieke levensthema’s die ik nogal eens tijdens supervisie van coaches gehoord heb, zijn bijvoorbeeld: voortdurende twijfel ‘wanneer ben ik goed genoeg’, ‘doe ik wel genoeg’, ‘doe ik wel genoeg mijn best’, heel graag (soms zelfs te graag) willen helpen. Nog meer voorbeelden: neiging tot een reddersrol, te hard werken, het proces van de cliënt overnemen, sterk sturen in het gesprek, sterke gerichtheid op het vinden van oplossingen, harmoniegerichtheid, confrontaties uit de weg gaan, neiging tot sterke nabijheid bij de cliënt, – of het tegendeel: neiging tot inbouwen van afstand en reserve, enzovoort.

Het zal duidelijk zijn dat elk van deze levensthema’s en/of werkthema’s niet uit de lucht komt vallen en een voorgeschiedenis heeft in de eigen biografie. Het zicht hebben op deze eigen biografie inclusief de daarin ontwikkelde thema’s is een belangrijk onderdeel van je zelfkennis. Hoe beter je je eigen levensthema’s kent, hoe sneller je de levensthema’s bij je cliënten herkent. Zie verder het artikel 'Levensthema's'.

Parallelthema’s

Onderken op tijd parallelthema’s. Dat zijn thema’s van de cliënt die tegelijkertijd ook bij jou spelen. Zulke thema’s spelen zeer vaak en worden zelden op tijd onderkend. Een parallelthema zet de deur wagenwijd open voor tegenoverdracht. Het is dus belangrijk om hier goed op te letten. Voorbeelden zijn: gevoeligheid voor machtsstrijd, neiging tot perfectionisme, angst voor kritiek, sterke behoefte aan erkenning en waardering, enzovoort. Wees hier alert op.

Methodisch coachen

Een professionele coach handelt methodisch. Ja, dat is makkelijk gezegd, maar ‘wat betekent dat voor mij in de praktijk?’ Het is goed om je dit regelmatig af te vragen. In het artikel 'Methodisch coachen' geef ik je hiervoor een aantal uitgangspunten en overwegingen. Daartoe behoren ook thema’s als omgaan met weerstand, reflectie en authenticiteit. Wist je trouwens dat zijdeurinterventies een prima manier zijn om weerstanden te omzeilen?

Omgaan met weerstand

Een goede coach weet hoe hij methodisch om moet gaan met weerstand. Hij beseft dat achter weerstand overdracht kan schuilgaan. Hij weet hoe hij dit kan bespreken of uitwerken. Hij kent het verband tussen weerstand van cliënten en eigen levensthema’s en allergieën. Hij zorgt ervoor dat hij meerdere typen interventies in zijn ‘rugzak’ heeft: voordeur-, zijdeur- en achterdeurinterventies ('Zijdeurinterventies').

Reflectie, werkstijl en authenticiteit

Maak er een gewoonte van om kritisch te reflecteren op je eigen professionele handelen. Draag zorg voor je eigen professionele ontwikkeling via supervisie, intervisie en bijscholing. Ontwikkel ook helder zicht op je eigen stijl van werken. Welke aanpak versterkt jouw authenticiteit als coach? Blijf alert op het ontwikkelen van deze eigen authenticiteit in je werk. Zo ga je steeds helderder methodisch werken vanuit je eigen stijl en kracht. Blijf goed in verbinding met jezelf, met andere woorden, bij wat er met jou nu aan de hand is tijdens het coachen. Doe dit met een milde en nieuwsgierige blik. Vanuit die mildheid naar jezelf toe kun je daarna beter bij de ander zijn. Dus: goed in verbinding blijven met wat je voelt en denkt, je eigen signalen kennen en serieus nemen. Soms is het een goede interventie om deze signalen te benoemen.

Belangrijk is reflectie op jezelf plus voelen wat er tijdens het werken met de ander bij jou vanbinnen gebeurt: wat doet het gedrag van de cliënt met jou, waar moet je zelf doorheen, enzovoort. Dit betekent ruimte en tijd nemen voor je eigen ‘binnenwereld’. Dus ook: aandacht voor welke oude gevoelens er bij jezelf spelen (overdracht), misschien ook angst voor afwijzing, vermijding van angst door flink zijn (niet zeuren), neiging tot bemiddelen zodra er conflicten dreigen, neiging om te gaan moederen, enzovoort. Soms is het beter om daarbij stil te staan dan door te hollen naar ‘kunstjes’ zoals allerlei oefeningen en technieken. Dat laatste is een poging om in control te blijven en de regie te houden.

Andere wezenlijke zaken

Wanneer je als coach gaat proberen om jouw eigen stijl van werken te benoemen, kom je er niet mee uit door een aantal technieken of een benadering te noemen waarmee je graag werkt. In coaching spelen ‘wezenlijker zaken’.

Een daarvan is hoe je omgaat met de dynamieken die zich in coaching aandienen: ben je meer een coach van actie of meer iemand van reflectie, heb je een werkstijl die je cliënten uitdaagt of ben je meer uit op bescherming en veiligheid, omschrijf je de ideale coachrelatie in termen van afstand of in termen van nabijheid? Andere basisdynamieken zijn ‘geven en ontvangen’, ‘conflict en harmonie’, ‘directiviteit en overgave’, ‘confrontatie en acceptatie’, ‘werken vanuit sturing en werken vanuit wat zich aandient’. Elke basisdynamiek speelt in ‘de binnenwereld’ van jou als coach, maar komt tot uiting in je stijl van interactie met je cliënt. Zulke basisdynamieken komen aan bod in het artikel 'Achtt basisdynamieken in coaching'. Daar ga ik dieper in op elke basisdynamiek, bijvoorbeeld die tussen actie en reflectie. Actie leidt tot tempo en reflectie leidt tot diepgang. Maar voor het bereiken van diepgang moet je als coach vertragen. Hoe ga jij met deze ‘knoop’ om? Want je kunt niet tegelijkertijd ‘gas geven’ en ‘op de rem trappen’.

Een ander wezenlijk aspect van jouw stijl van coaching betreft begrippen als macht of onmacht. Macht staat hier voor ‘eigenaarschap’, voor verantwoording nemen en voor kunnen doen wat je te doen staat. Bij onmacht lukt het je niet om je mogelijkheden te realiseren. Maar hierin schuilt een wonderlijke paradox. Want wanneer je je onmacht onderkent en het je lukt om daarnaar te handelen, blijk je toch tot een vorm van ‘macht’ in staat te zijn. Het kan bevrijdend werken om op deze manier jezelf te blijven en je niet te forceren tot uiterlijke vormen van macht. Andere existentiële dimensies zijn: vrijheid of angst, creativiteit of starheid, genegenheid of prestatiewang. Zulke dimensies spelen op jouw eigen bestaansniveau. Het is goed om jezelf ook in dit opzicht te kennen ('Existentiële dimensies').

Je innerlijke team

Om de innerlijke wereld van je cliënt én van jezelf beter te begrijpen, kan de beeldspraak van ‘je innerlijke team’ mooi van pas komen. We kunnen bijvoorbeeld innerlijk verdeeld zijn als we een besluit moeten nemen. ‘Een deel van mij zegt ja, maar er is ook een deel dat tegenspartelt.’ Alsof er in ons binnenste meerdere stemmen aan bod willen komen. Deze ervaringen worden begrijpelijker door de beeldspraak van verschillende delen of subpersonen in ons. Je kunt ze vergelijken met een team, maar dan een ‘innerlijk team’. Naargelang de context, de situatie, de opdracht of wat dan ook zit een aantal van die subpersonen rond de vergadertafel. Een of enkelen van hen hebben het hoogste woord; andere subpersonen blijven op de achtergrond en tellen nauwelijks mee. Soms neemt een van de dominante subpersonen de plek van de voorzitter in. De voorzitter (oftewel het ik), raakt dan de regie kwijt. Enkele bekende en veelvoorkomende subpersonen zijn de controlfreak, de innerlijke criticus, de drammer, de pleaser, de perfectionist en de levensgenieter.

Het model van het innerlijke team is een mooi hulpmiddel om de innerlijke dynamiek van je cliënt beter te begrijpen – maar ook van jouzelf. Als je je subpersonen beter ziet, kun je meer te weten komen over belangrijke aspecten van jezelf. Het getuigt van zelfkennis wanneer jij kunt aangeven met welk innerlijk team jij je coaching doet, en wat daarin beter kan (zie 'Het innerlijke team').

Emoties en overdracht

We spreken van overdracht zodra er in gewone interactie onverwacht (en meestal ook onbewust) oude gevoelens naar boven komen: oud verdriet, oude onmacht, oude boosheid of irritatie, enzovoort. Dat kan knap lastig zijn. Het makkelijkst herken je dit bij je cliënt, maar het kan ook jezelf overkomen. Omdat dit proces onbewust plaatsvindt, herken je het niet zo makkelijk bij jezelf. Je kunt je eigen neigingen tot overdracht op het spoor komen door stil te staan bij hoe je reageert op kritiek, of op zogeheten crazymakers. Crazymakers zijn mensen van wie je helemaal uit balans raakt. Wie zijn jouw crazy­makers? Wat voor soort mensen kunnen je mateloos irriteren, machteloos maken, boos, verdrietig, …? Wat gebeurt er dan bij jou: met welke stukken van jezelf wordt je geconfronteerd? Wordt er dan bij jou een oude emotie geraakt? Oud verdriet, oud zeer, oude pijn, oude angst, oude kwaadheid, een oude onvervulde behoefte aan erkenning, oude onmacht, oude schaduwkanten van jezelf, …? Het werken met overdracht is onderdeel van het bredere thema ‘omgaan met emoties’ ('Omgaan met emoties').

Signalen van overdracht

Tot zelfkennis hoort ook het zicht op hoe je overdracht bij jezelf herkent, oftewel wat voor jou signalen van overdracht zijn. Ik noem hier een aantal van zulke signalen: blokkeren, stilvallen, een gevoel van ‘black-out’, opeens het gevoel krijgen dat je heel klein wordt, zomaar in een emotie schieten, jezelf verdedigen, het gevoel dat het ‘niet loopt’, niet ‘stroomt’, het ineens niet meer ‘zien zitten’, het niet meer weten, en fysieke signalen: een rood hoofd krijgen, stotteren, een gevoel van een steen in je maag, misselijk worden, zweten, enzovoort. Je zult sommige signalen beter herkennen dan andere. ­Welke signalen zijn nu typisch voor jou? (Zie verder 'Omgaan met emoties', en Remmerswaal, 2012.)

Valkuilen

Het vak van coaching kent een aantal valkuilen. Enkele voorbeelden daarvan zijn de verantwoordelijkheid te veel naar zichzelf toe blijven trekken in plaats van te delen met de cliënt, een cliënt toestaan zich te sterk sociaal-emotioneel aan de coach te hechten, stimuleren van openheid bij de cliënt maar zichzelf buiten schot houden, te veel voorbereiden, en te ambitieuze doelen kiezen voor de tijd die beschikbaar is. Een goede coach kent zijn eigen valkuilen. Hij weet zelfs wat zijn favoriete valkuilen zijn.

Veel valkuilen kun je herleiden naar het ontwikkelingskwadrant. Een groot voordeel is dat je dan snel kunt zien waar je uitdaging en je ontwikkelingsrichting liggen en ook welke kwaliteit verborgen zit in je valkuil. Zo ontwikkel je een manier om methodisch goed met je valkuil om te gaan.

Tot meer zelfkennis hoort ook een goed zicht op je valkuilen en je ontwikkelingsrichtingen. Ik kom hier uitgebreid op terug in het artikel 'Valkuilen'.

Tot slot

Cindy, een collega-coach, zei eens tegen mij: ‘Je kiest niet voor niets het beroep van coach, er zit een drive in jezelf om anderen verder te helpen. Een individu of een team. Je bent daarbij je eigen instrument. Dit kun je inzetten in je werk als coach. Zo heb je impact als persoon. Die impact heeft een limiet wanneer je een rem zet op je eigen ontwikkeling, niet je eigen grenzen verlegt en je eigen binnenwereld niet herkent.’ Dit geldt ook andersom: jouw werk als coach wordt rijker en dieper wanneer je je bewust bent van je eigen binnenwereld en daarmee durft te werken. Dan zul je ook merken dat je eigen persoonlijke ontwikkeling zich verdiept en verrijkt. Daar gaat dit artikel over: de wisselwerking tussen je ontwikkeling als coach en je persoonlijke ontwikkeling.

Dit artikel is een pleidooi voor werken op bestaansniveau. Met oefeningen en technieken blijven coaches soms hangen in een aanpak van methodisch-instrumenteel werken (werken op procedureniveau) in plaats van verdieping te zoeken door te werken op bestaansniveau. Deze coaches zijn mogelijk bang om zich naar het bestaansniveau te bewegen en de eigen persoon, de eigen gevoelens, de eigen authenticiteit in te zetten. Het methodisch-instrumentele handelen kan dan een handvat worden om de ‘duik in het diepe’ te vermijden en de eigen kwetsbaarheid te verbergen. Je gebruikt dan slechts de helft van je instrumentarium. Dat is jammer, want er is zo veel meer mogelijk.

De artikelen ‘gelaagdheid in communicatie’ en ‘gelaagdheid binnen de persoon’ vormen een theoretische onderbouwing van wat erna volgt en er komen basisbegrippen aan de orde die in veel andere artikelen terugkeren.

 

 

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel

Log in om een recensie te schrijven

Er zijn nog geen recensies geplaatst