ENERGIE, BALANS EN WERKPLEZIER

Jos heeft aangegeven dat hij een te hoge werkdruk ervaart. In een aantal coachgesprekken onderzoeken we waar zijn gevoel van werkdruk vandaan komt en hoe hij meer regie en grip kan krijgen. In dit coachgesprek wil ik hem bewust maken van het verschil tussen zijn gevoel en de feitelijke realiteit. Ik vraag hem eerst een lijst te maken van de taken waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt. Hierna maken we samen een lijst van de taken waarvoor hij daadwerkelijk verantwoordelijk is. Aan de hand van de twee lijsten voeren we samen het gesprek. Het resultaat is dat Jos zich meer bewust is van het verschil tussen de verantwoordelijkheid die hij ervaart en de verantwoordelijkheid die hij daadwerkelijk heeft. Daarnaast neemt hij uit het gesprek concreet een aantal taken mee die hij bij anderen gaat checken, neerleggen of niet meer gaat oppakken.

Jos werd zich door deze vraagstelling en manier van kijken naar zijn werk, bewust van het feit dat hij veel meer verantwoordelijkheid op zijn schouders voelt dan feitelijk nodig is. Het inzicht heeft hem nog niet verlost van zijn gevoel, maar wel bewust gemaakt van het feit dat er een sleutel bij hem zelf ligt als het gaat om het verlichten van de werkdruk die hij voelt. Na dit coachgesprek is hij in zijn dagelijks werk vaker gaan stilstaan bij de vraag wie op dat moment feitelijk verantwoordelijk is. Hij kwam er daardoor achter dat hij een (onterechte) verantwoordelijkheid voelt als collega’s geen leiding en verantwoordelijkheid nemen en dat een transparante planning, taakverdeling en aanpak ontbreken. Hiermee zijn we in een volgend gesprek verder gegaan.

MOGELIJKE VRAGEN OM BIJ STAP 1 TE STELLEN

De volgende vragen kun je tijdens stap 1 stellen om de gecoachte te helpen in het bedenken en benoemen van de taken.

Voor welke taken van anderen voel jij je verantwoordelijk?

Van welke werkzaamheden heb je de afgelopen weken ’s nachts wakker gelegen?

Welke taken stel je het langst uit omdat je er tegen opziet?

Op welke taken word je aan het eind van het jaar afgerekend?

Welke taken zitten wel in je hoofd en zou je willen doen, waar je dagelijks bijna niet aan toekomt?

Van welke activiteiten krijg je zelf de meeste energie?

Welke zaken kun jij niet uit je handen laten vallen omdat het dan misgaat?

Welke taken pak jij nu op omdat je bang bent dat het anders niet goed komt?

46

VERANTWOORDELIJKHEDEN *

Doel

Veel mensen die een (te) hoge werkdruk ervaren, geven zelf aan dat deze werkdruk te maken heeft met hun verantwoordelijkheidsgevoel. Onze ervaring is dat de verantwoordelijkheden die iemand voelt en daadwerkelijk heeft soms van elkaar verschillen en dat het veel inzicht kan verschaffen om dit in kaart te brengen. Soms levert de vraag alleen al een bewustwording op. Deze werkvorm maakt de gecoachte bewust van het feit dat hij zich misschien voor meer taken verantwoordelijk voelt dan dat hij is, waardoor er ruimte ontstaat om te kijken welke verantwoordelijkheden hij (gevoelsmatig) wil loslaten.

Voorbereidende opdracht

Deze methode kun je met en zonder voorbereidende opdracht uitvoeren. Als je kiest voor een voorbereidende opdracht, dan kun je de gecoachte de vraag stellen om een week lang bij te houden welke taken in zijn werk voorbijkomen waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt.

Aanpak

STAP 1 WAAR VOEL JE JE VERANTWOORDELIJK VOOR?

Vraag de gecoachte een lijst te maken van alle werkzaamheden waarvoor hij zich verantwoordelijk voelt. Soms is denken, praten en schrijven veel voor de gecoachte. Het kan ook een overweging zijn om zelf te schrijven, waardoor de gecoachte zich kan focussen op het bedenken en benoemen. Stel tussentijds vragen en nodig uit om de lijst verder aan te vullen. Stop niet te snel, want juist als je langer doorgaat komen vaak de taken naar boven die iemand mee naar huis neemt.

STAP 2 WAAR BEN JE VERANTWOORDELIJK VOOR?

Als de eerste lijst er ligt, vraag je de gecoachte om een lijst te maken van de taken waarvoor hij feitelijk/werkelijk verantwoordelijk is. Je kunt de vraag ook andersom stellen, namelijk hem vragen voor welke van de taken uit de eerste lijst hij feitelijk niet (eind)verantwoordelijk is. Tijdens deze stap kom je waarschijnlijk een of meerdere taken tegen die aanknopingspunt zijn voor een volgende stap in het gesprek.

STAP 3 ONDERZOEKEN VAN DE OPBRENGST

Grijp de momenten waarop je de gecoachte ziet en hoort twijfelen aan om verdiepende vragen te stellen. Vaak heeft een twijfel te maken met het feit dat de gecoachte voor een bepaalde taak een gedeeltelijke verantwoordelijkheid heeft. Onderzoek samen voor welke aspecten hij wel en welke hij niet verantwoordelijk is.

STAP 4 INZICHTEN, VOORNEMENS EN ACTIES

Stel samen een lijstje op van taken waarvoor hij niet verantwoordelijk is en die hij eventueel gaat overdragen of overlaten aan anderen. Maak hiervoor indien nodig afspraken.

Karin heeft het erg naar haar zin in het werk, ze ervaart een goede samenwerking met collega’s, maar loopt er vaak tegenaan dat ze voor haar gevoel te snel of te makkelijk ‘ja’ zegt. In haar jaarlijkse ontwikkelgesprek heeft ze aangegeven dat ze wil leren ‘nee-zeggen’. Haar leidinggevende vraagt zich af wat de organisatie eraan heeft als Karin meer ‘nee’ gaat zeggen. Dat is eigenlijk helemaal niet wat hij wil. Hij herkent wel dat Karin bij het aannemen van opdrachten beter zou moeten nadenken over de randvoorwaarden en mogelijkheden die zij heeft. Hierdoor zou ze zelf meer regie kunnen houden op het werk en dus beter haar werk kunnen plannen en organiseren.

VOORBEELDEN VAN MANIEREN WAARBIJ JE GEEN ‘NEE’ ZEGT, MAAR WEL JE GRENZEN EN MOGELIJKHEDEN AANGEEFT

De onderstaande zinnen kun je letterlijk voorlezen of voorzeggen, zodat de gecoachte een aantal voorbeelden krijgt om zijn repertoire te vergroten. Je kunt deze zinnen ook opschrijven en de gecoachte vragen welke van deze reacties hij vaker wil gaan geven. Zelf geven wij iemand vaak een ansichtkaart mee met daarop een van deze reacties zodat hij deze op zijn bureau kan neerzetten voor de eerstkomende weken.

“Als je wilt dat ik het doe, dan kan het volgende week.”

“Ik kan een halve dag tijd voor je vrijmaken, wat zou je willen dat ik in die tijd doe?”

“Ik kan óf de tekst voor je nakijken óf de opmaak, allebei lukt niet, wat zou je willen dat ik voor je doe?”

“Als ik dit nu ga uitwerken, moet ik het uitwerken van de planning naar volgende week verschuiven. Wil je dat?”

“Ik kan nog niet overzien of en wanneer ik daar tijd voor heb. Ik laat je voor de lunch nog even weten welke mogelijkheden ik heb.”

OEFEN NIET ALLEEN, MAAR STA OOK STIL BIJ HOE HET VOELT

Het oefenen is gericht op het vergroten van de vaardigheden. Verdieping kun je aanbrengen door tijdens de oefeningen ook stil te staan bij hoe het uitspreken van de (nieuwe) reacties door de gecoachte ervaren worden. Vraag de gecoachte hoe het voor hem voelt om de grenzen aan te geven in plaats van direct ‘ja’ te zeggen. Verwacht niet dat iemand het direct prettig vindt of een goed gevoel heeft bij het stellen van grenzen. Het stellen van grenzen kan namelijk botsen met bijvoorbeeld de behoefte om te helpen.

Als je door deze oefeningen stuit op belemmerende overtuigingen of botsende behoeften, kun je overwegen om in een volgend gesprek daarmee aan de slag te gaan. Zie hiervoor de werkvormen in het cluster Zelfinzicht.

47

NEE-ZEGGEN ***

Doel

Veel mensen die een (te) hoge werkdruk ervaren of voor hun gevoel de balans in hun werk kwijt zijn, vinden het vaak lastig om ‘nee’ te zeggen. Zelf geven ze aan dat ze – omdat ze willen helpen – eerst ‘ja’ zeggen, voordat zij bedenken of en wanneer ze daar tijd voor hebben. Bij het verhelderen van de leerdoelen, spreken velen van hen de wens uit om ‘nee’ te leren zeggen. Al onderzoekend blijkt het ‘nee’ zeggen niet de oplossing of wens, maar juist het bewuster leren aannemen van vragen en opdrachten van anderen, waardoor iemand meer sturing en regie ervaart over zijn eigen werk. We noemen deze werkvorm ‘nee-zeggen’ omdat gecoachten vaak met een dergelijke vraag binnenkomen, maar in de werkvorm gaat het juist niet om het leren nee-zeggen, maar om het anders leren omgaan met vragen en opdrachten. Het doel van deze werkvorm is om de (gespreks)vaardigheid van de gecoachte te vergroten, waardoor hij zijn repertoire aan reacties vergroot en oefent met andere mogelijke reacties dan zijn gebruikelijke. De opbrengst van deze werkvorm is dat de gecoachte heeft geleerd dat het niet gaat om ‘ja’ of ‘nee’ zeggen, maar dat je ‘ja’ kunt zeggen met daaraan toegevoegd je eigen wensen en voorwaarden. Deze werkvorm is vooral gericht op het vergroten van de eigen vaardigheid.

Aanpak

STAP 1 INVENTARISEER SITUATIES UIT HET WERK

Vraag de gecoachte om uit zijn werksituatie een aantal taken te noemen waarop hij – achteraf gezien – te snel of te makkelijk ‘ja’ heeft gezegd. Als de gecoachte zo snel zelf niet op situaties kan komen, dan kun je hem helpen door hem te vragen van welke taken hij de afgelopen periode stress heeft ervaren of welke taken/verantwoordelijkheden hij voor zijn gevoel ‘mee naar huis’ heeft genomen.

STAP 2 ANALYSEER ÉÉN SITUATIE

Kies een voorbeeld uit en help de gecoachte om te verhelderen welke grenzen hij bij het aannemen van de opdracht eigenlijk had willen stellen. Zorg dat je uit deze stap de grenzen en mogelijkheden scherp krijgt die de gecoachte vooraf eigenlijk had moeten aangeven. Denk bijvoorbeeld aan grenzen of mogelijkheden op het gebied van de planning of kwaliteit. Bijvoorbeeld ”Ik had meer tijd voor mijzelf willen inbouwen”, “Ik had willen aangeven dat ik binnen de gestelde tijd alleen een ruw plJetje had kunnen maken.”

STAP 3 OEFEN HET UITSPREKEN

Oefen het aannemen van een vraag/opdracht. Geef vooraf als doel mee dat de gecoachte ‘ja’ zegt tegen de vraag, maar zelf duidelijk is in de grenzen en/of mogelijkheden. Speel zelf de rol van opdrachtgever en bespreek tussendoor en/of na afloop hoe het ging en wat het effect was. Oefen net zo lang totdat het goed gaat en goed voelt.

Je kunt ook stap 1 en 2 overslaan en oefenen met fictieve situaties.

Nathalie wordt door haar leidinggevende ervaren als een positieve en krachtige medewerker. Nathalie kan veel aan en zet zich over het algemeen voor de volle 100% in. De laatste tijd merkt zij bij zichzelf dat zij wat vermoeid is en het plezier in haar werk afneemt. Haar doel is om haar plezier in het werk terug te vinden. In de coaching analyseren we aan de hand van de Energiebalanskaart wat ervoor zorgt dat zij sommige taken als energiegevend en anderen als energielekkend ervaart. Ook heb ik in de coaching de vraag erbij gehaald welke van haar activiteiten zij voor zichzelf doet (omdat zij het zelf graag wil) en welke zij doet omdat ze vindt dat het hoort of omdat anderen dat vragen. Deze eenvoudige werkvorm heeft bij Nathalie grote effecten dankzij de inzichten die zij opdoet, maar ook dankzij de acties die zij vervolgens heeft ondernomen en de verandering die zij daardoor in het werk ervaart.

Janneke is na haar zwangerschapsverlof voor drie dagen teruggekomen. Janneke is iemand die hoge eisen aan zichzelf stelt, ze heeft ambities in het werk maar voelt ook een grote verantwoordelijkheid als moeder. Janneke wil werken, maar ook thuis het beste bieden aan haar kinderen en daarnaast een actief sociaal leven in stand houden. Zoals veel vrouwen loopt Janneke aan tegen dilemma’s die te maken hebben met de balans werk-privé. In de coaching zijn we hiermee aan de slag gegaan en hebben we haar balansvraag bekeken vanuit de invalshoek van haar energie. Deze sessie heeft haar meer zelfinzicht opgeleverd en handvatten gegeven om haar energie meer in balans te gaan brengen.

image

WAT LEVERT ENERGIE OP?

Werk waarin iemand kan excelleren

Werk dat past bij iemands drijfveren

Werk waarin iemand een positieve samenwerking ervaart

Werk dat past bij de ontwikkeluitdagingen die iemand zelf heeft geformuleerd (als iemand té veel uitdaging ervaart dan kan dit omslaan naar energielek in plaats van energiegever)

WAT KOST ENERGIE?

(Te veel) werk dat niet past bij iemands kwaliteiten en/of drijfveren

Als iemand in een bepaalde taak een voor hem belangrijke behoefte niet kan invullen (bijv. vrijheid, ontwikkeling of waardering)

Een stroeve samenwerking

Activiteiten die iemand niet doet omdat hij dat zelf wil, maar die hij doet voor anderen of omdat ‘het hoort’

48

ENERGIEBALANS **

Doel

Coachgesprekken bieden voor veel gecoachten de ruimte en tijd om stil te staan bij hun functioneren, hun behoeften, drijfveren en ambities. Stilstaan bij de vraag van welke activiteiten je energie krijgt en welke energie kosten, levert veel mensen inzicht in hoe zij omgaan met hun energie. Dit inzicht is voor velen de opstap om vervolgens acties te ondernemen en het reguleren van hun energie meer in de hand te nemen. Uiteindelijk is het doel meer regie te pakken en te ervaren op de eigen energie, de balans en het plezier in het werk.

Bij veel mensen die tegen werkdruk en stress aanlopen, blijkt dat niet (alleen) de hoeveelheid werk die zij hebben problemen oplevert, maar dat zij vaak te veel energie verliezen aan bepaalde activiteiten. Activiteiten die aansluiten bij iemands kwaliteiten en drijfveren leveren vaak energie op, terwijl activiteiten die daar niet bij passen juist energie kunnen kosten. Ook kan de ervaren samenwerking een reden zijn waarom iemand energie krijgt of juist verliest bij een bepaalde taak. Soms speelt ook dat iemand met het werk dat hij doet, een voor hem belangrijke behoefte niet kan invullen, bijvoorbeeld de behoefte aan erkenning of vrijheid.

Het maken van een Energiebalanskaart is de opstap om samen te onderzoeken waardoor het komt dat iemand bij een bepaalde taak energie verliest, om hieraan vervolgens acties te verbinden. Deze methode kan dus bijdragen aan meer zelfinzicht, maar ook leiden tot concrete acties en veranderingen in het werk.

Aanpak

STAP 1 ACTIVITEITEN IN KAART BRENGEN

Neem een A3-papier en vraag de gecoachte om in de vorm van een mindmap (zie Groot werkvormenboek, Dirkse & Talen, 2007) alle activiteiten die hij onderneemt in kaart te brengen. Bepaal op basis van de leervraag van de gecoachte of dit activiteiten uit het werk of ook activiteiten uit de privésituatie moeten zijn.

STAP 2 ENERGIE IN BEELD BRENGEN

Vraag bij elke activiteit in het overzicht met een +, 0 of – aan te geven of deze taak hem energie geeft of kost, of neutraal is.

STAP 3 OPBRENGST BESPREKEN EN CONCLUSIES TREKKEN

Als het overzicht compleet is, voer er dan een gesprek over. Ga samen na waar het in zit dat een taak energie kost of oplevert. Zorg ervoor dat de gecoachte zelf inzichten opdoet en uiteindelijk conclusies trekt. Door meer aandacht aan deze stap te besteden, kun je zorgen dat iemand zich persoonlijk verbindt aan de inzichten en conclusies die hieruit komen.

STAP 4 VOORNEMENS EN ACTIES

Sluit af met de vraag welke voornemens en acties de gecoachte wil ondernemen en wat hij wil dat dit oplevert.

Boudewijn heeft al eerder thuisgezeten met een burn-out en heeft nu aan de bel getrokken omdat hij merkt dat de stress zodanig toeneemt dat hij bang is dat hem nogmaals hetzelfde gaat overkomen. In het coachtraject dat ik met Boudewijn heb, besteden we een van de sessies aan het visualiseren van zijn stresssignalen. Ik heb Boudewijn gevraagd of hij op papier wil zetten wat hij bij zichzelf merkt als hij meer gestrest raakt. Ook heb ik hem gevraagd om aan zijn vrouw en kinderen te vragen wat zij aan hem merken als hij meer stress ervaart. Boudewijn vertelde mij dat het gesprek met zijn partner hem niet alleen veel inzichten heeft opgeleverd, maar dat het voor hem en voor hen beiden een waardevol gesprek heeft opgeleverd. Door het gesprek voelde hij bij zichzelf meer openheid en bereidheid om hen te vragen het aan te geven als zij deze stresssignalen opnieuw bij hem bemerken.

Omdat Boudewijn zich goed had voorbereid, waren de signalen redelijk snel in beeld. De vraag welke signalen hij het eerst krijgt, was voor hem niet eenvoudig maar wel heel verhelderend. Nadat we op papier hadden gewerkt, hebben we de tijd besteed aan het daadwerkelijk stilstaan bij de eerste belangrijke signalen. Ik heb Boudewijn gevraagd om met zijn ogen dicht terug te gaan naar het moment dat hij deze signalen kreeg. Aan de hand van mijn vragen heeft hij meer beeld en gevoel gekregen bij de signalen die we op papier hadden benoemd. In een volgende sessie gaan we hiermee verder en wil ik de stap met hem maken om te kijken wat hij in het vervolg met deze signalen wil gaan doen.

VERDIEPEN VAN DE OPBRENGST VAN DEZE METHODE

Als je de signalen in beeld hebt gebracht, is het belangrijk dat iemand zich kan gaan verbinden met wat het heeft opgeleverd. Als iemand er bijvoorbeeld is achtergekomen dat een van zijn eerste stresssignalen zijn irritaties zijn (zie hiernaast), dan is het van belang dat je hierna een werkvorm kiest waarin je de beleving daarvan naar boven haalt. Laat iemand een dergelijke situatie bijvoorbeeld terughalen door middel van visualisatie of kies een van de andere werkvormen uit het cluster Omgaan met en leren van het verleden.

Daarop volgt een stap naar het maken van voornemens en het formuleren van acties voor de praktijk.

VOORBEELD STRESSSIGNALEN IN BEELD

overwegen om ander werk te zoeken

hoofdpijn overal ‘ja’ op zeggen

minder ideeën

snel geïrriteerd (1)

minder vrolijk en positief naar kinderen (2)

minder sociale activiteiten ondernemen

ongezonder eten

moe wakker liggen (malen)

niet kunnen stoppen (juist nog meer gaan doen)

minder sporten (3)

49

STRESSSIGNALEN **

Doel

Voordat iemand werkdruk of stress ervaart, heeft hij vaak eerdere (lichamelijke) signalen genegeerd. Voor sommige mensen geldt dat zij het lastig vinden om lichamelijke signalen bewust te ervaren, anderen ervaren de signalen wel, maar nemen deze – achteraf gezien – onvoldoende serieus. Iemand die op een gegeven moment een te hoge werkdruk ervaart, heeft soms in een eerder stadium al andere signalen als slecht slapen of hoofdpijn gehad. Soms zijn er ook andere signalen, zoals dat iemand bij zichzelf merkt dat hij minder gaat sporten of minder zin heeft in feestjes of sociale activiteiten. Als coach kun je iemand helpen zich bewuster te worden van de signalen die zijn eigen lichaam afgeeft, om in een vroeg stadium stress te kunnen zien aankomen en te kunnen reguleren.

Deze methode geeft inzicht in de eigen stresssignalen. Na deze stap is het nog wel van belang ervoor te zorgen dat iemand zich ook echt verbindt met deze inzichten en dat hij zijn eigen signalen daadwerkelijk meer serieus gaat nemen.

Voorbereidende opdracht

Deze werkvorm kun je ter plekke in het coachgesprek introduceren. Het is ook mogelijk om ter voorbereiding een opdracht mee te geven. Vraag in dat geval de gecoachte om te reflecteren op de afgelopen weken/maanden en voor zichzelf op te schrijven welke signalen hij eerder heeft gekregen en onterecht heeft genegeerd. Je kunt ook vragen om hierover het gesprek aan te gaan met mensen die dicht bij de gecoachte staan. Zij kunnen vaak waardevolle input geven als het gaat om het benoemen van de signalen die de gecoachte heeft genegeerd.

Aanpak

STAP 1 SIGNALEN BENOEMEN EN VISUALISEREN

Neem een A3-papier en teken hierop een eenvoudige afbeelding van een mensfiguur. Vraag de gecoachte om terug te denken aan de periode hiervoor en te benoemen welke (lichamelijke) signalen hij eerder heeft gekregen die een voorbode waren van de stress die hij nu ervaart. Als coach kun je ondersteunen door te vragen waar hij iets voelde of waaraan hij merkte dat zijn lichaam een signaal afgaf. Schrijf deze signalen op de juiste plek in de tekening. Stop niet te snel, want juist door langer door te vragen, komen de wat kleinere, maar vaak belangrijke signalen naar voren.

STAP 2 VOLGORDE AANGEVEN

Als de tekening minimaal tien signalen bevat (maar liever meer), vraag dan welke signalen hij het eerst heeft gekregen. Zorg dat helder wordt wat de eerste signalen waren en wat de volgorde daarna grofweg was.

STAP 3 BELANGRIJKE SIGNALEN VERDIEPEN EN VERANKEREN

Ga hierna dieper in op de eerste, belangrijke signalen om ervoor te zorgen dat de gecoachte gevoel krijgt bij deze signalen en dat hij zich bewust wordt van wat hij in het vervolg wil doen op het moment dat hij deze signalen krijgt.

Lilian heeft aangegeven dat zij onbalans ervaart in haar werk-privésituatie en dat zij minder plezier ervaart de laatste tijd. Ik coach haar bij het hervinden van de balans en het plezier in haar werk. In plaats van te bespreken en te doorgronden wat er allemaal niet goed gaat, hebben we gereflecteerd op een situatie waarin zij het plezier en de balans wel ervoer. Samen hebben we aan de hand van de terugblik op de ‘goede’ periode gekeken wat blijkbaar voor haar belangrijke factoren zijn om balans en plezier te ervaren. Lilian kwam erachter dat in perioden dat het goed gaat met haar, zij elke week minimaal één keer sport. Deze oefening heeft Lilian meer inzicht gegeven in zichzelf. Ook had zij na de sessie meer het gevoel dat zij zelf invloed kan uitoefenen op het creëren van een situatie die voor haar prettig en belangrijk is. Voor het gesprek had zij het gevoel dat de situatie haar min of meer overkwam, erna voelde zij zich meer bij machte om haar invloed te zien en pakken. Na dit gesprek had Lilian meer tijd nodig om de inzichten te verwerken en te laten bezinken. Een ‘besluit’ wilde zij voorbereiden voor het volgende coachgesprek.

MOGELIJKE VRAGEN BIJ STAP 2

Waar heb je in die goede periode de meeste energie uitgehaald en waarom?

Wat had er in die goede periode niet weg moeten vallen omdat je dan ook het plezier kwijt was geraakt?

Wanneer is het moment gekomen dat de balans en/of het plezier voor jou afnam(en) en wat gebeurde er toen?

SUGGESTIES VOOR DE FASE VAN VERBINDING

Deze werkvorm levert inzichten in de factoren die voor iemand belangrijk zijn om plezier en balans te ervaren. Het begrijpen van inzichten alleen is niet voldoende om iets te veranderen aan de huidige situatie. Daarvoor zal iemand zich eerst daadwerkelijk moeten verbinden met deze inzichten en er vervolgens iets mee moeten doen. Als je na deze activiteit de gecoachte wil stimuleren om zich ermee te gaan verbinden, dan kun je een van de volgende opdrachten meegeven.

VERTEL ANDEREN OVER JE INZICHTEN

Door aan anderen te vertellen wat je hebt geleerd over wat voor jou belangrijk is, zul je je meer verbinden met de inzichten. Ook als iemand op basis van de inzichten een besluit heeft genomen, zal het besluit steviger voelen als hij het aan anderen vertelt.

DOE VERZOEKEN AAN ANDEREN

Als iemand inzicht heeft in de verzoeken die hij aan anderen heeft, dan helpt het deze uit te spreken. Het kan een overweging zijn om het uitspreken van de verzoeken in een coachgesprek eerst te oefenen, zodat iemand dit op een constructieve manier kan doen. Anders bestaat de kans dat door het verzoek irritaties of oordelen heen komen of dat het verzoek te vaag blijft. Oefenen vergroot de kans op een succeservaring.

50

GOEDE TIJDEN **

Doel

Iemand die werkdruk, stress of een onbalans in de werk-privésituatie ervaart, kent ook perioden waarin dat anders was. Een goede periode kan een mooie opstap zijn om meer inzicht te krijgen in wat voor iemand belangrijke factoren zijn die maken dat hij balans en plezier ervaart. Het doel van deze methode is helder te krijgen wat die factoren zijn, om vervolgens naar de huidige situatie te kunnen kijken en te kunnen bepalen welke verandering nodig is om de balans en het werkplezier terug te vinden.

Aanpak

STAP 1 IN GEDACHTEN TERUG NAAR GOEDE PERIODE

Vraag de gecoachte om een periode te noemen waarin hij (wel) veel plezier en balans heeft ervaren. Kies bij voorkeur een periode die niet al te lang geleden is, zodat de werk- en leefsituatie van iemand zo veel mogelijk lijkt op de huidige periode. Als iemand nu bijvoorbeeld kinderen heeft en terugdenkt aan een periode voordat hij geen kinderen had, dan kan het lastiger zijn om de opbrengst te vertalen naar het heden.

STAP 2 ANALYSEER DE FACTOREN DIE BELANGRIJK WAREN VOOR DE BALANS EN HET PLEZIER

Nodig de gecoachte uit om over die periode ter vertellen en met name in te gaan op wat maakte dat hij toen plezier en balans heeft ervaren. Het helpt de gecoachte als je doorvraagt op wat hij zegt, samenvat en emoties benoemt. Om in de volgende stap een goede samenvatting te kunnen geven, adviseren we je om tijdens het verhaal van de ander mee te schrijven. Als je merkt dat de factoren lastig boven tafel komen, kun je tussendoor ook een aantal prikkelende vragen stellen die de gecoachte uitnodigen om vanuit een andere invalshoek naar de situatie te kijken. Op de pagina hiernaast lees je een aantal suggesties.

STAP 3 VAT DE OPBRENGST SAMEN EN GA SAMEN NA WAT HIERUIT TE LEREN VALT

Vat de opbrengst van de reflectie samen door de factoren te noemen die je uit het verhaal van de gecoachte hebt gehaald. Check bij de ander of hij zich hierin herkent en of hij nog belangrijke punten mist. Vul deze eventueel nog aan en onderzoek deze punten door het gesprek hier-over te voeren. Bekijk vervolgens wat de gecoachte hieruit wil en kan leren voor zijn huidige situatie.

STAP 4 COACH BIJ HET BESLUIT EN MAAK EEN WENSEN- EN ACTIELIJST

Hierna gaat het om de stap wat te doen met de inzichten. Soms vraagt de situatie om een besluit van de gecoachte. Dat kost tijd. Dan kan het helpen als je opdrachten meegeeft waarmee iemand tussentijds aan de slag kan. Als de besluiten minder ingrijpend zijn, kun je ook in de sessie een lijstje maken van de acties die hij zelf wil ondernemen en de verzoeken of wensen die hij aan anderen zou willen uitspreken. Deze sessie kan bijvoorbeeld het inzicht hebben opgeleverd dat sport, creativiteit of bepaalde andere ontspannende of energiegevende activiteiten belangrijk voor iemand zijn. Nodig hem uit daarmee in ieder geval zo snel mogelijk weer te starten.

VRAGEN

ENERGIE, BALANS EN WERKPLEZIER

Van elke coach wordt verwacht dat hij de kunst van het vragen stellen beheerst. Ter inspiratie volgt hieronder een lijst van vragen die je kunt stellen om een gesprek over dit thema op gang te brengen of te houden.

• Uit welke drie dingen haal jij op dit moment de meeste energie en op welke drie dingen verlies je de meeste energie?

• In tijden dat je meer energie, balans en/of werkplezier ervoer, hoe zag je week er toen uit?

3• Wat voelt voor jou echt als iets ‘voor jezelf’, iets waarvan jij energie krijgt? Doe je dat nu ook?

• Welke mensen zouden jou kunnen helpen om beter voor jezelf te zorgen? Wat zou je hun willen en kunnen vragen?

• Laten we eens door je agenda bladeren: wat zou je aan je afspraken moeten veranderen om meer balans in een dag/ week/maand te brengen?

• Welke taken voel je als last op je schouders? Is dat werk dat jij moet doen of zou je daarbij ook (hulp van) anderen kunnen inschakelen?

• Welke dingen gaan jou – vanwege je kwaliteiten – heel gemakkelijk af en doe je die op dit moment ook voldoende? (Of doe je vooral dingen die voor jou lastig zijn?)

• Wat is je grootste behoefte op dit moment? Hoe kun je die invullen?

• Wat zijn de taken of activiteiten die je zou moeten afstoten om meer balans te ervaren?

• Wat zou je privé kunnen doen om je energie weer meer op peil te krijgen?

OPDRACHTEN

ENERGIE, BALANS EN WERKPLEZIER

Hieronder volgt een aantal suggesties voor opdrachten die je tussen sessies in kunt meegeven en die bijdragen aan het creëren van meer energie, balans en plezier in het werk.

46 WERKWEEK VAN VIER UUR

Geef de gecoachte de opdracht om de komende week bij elke taak die hij aanneemt en uitvoert na te gaan of hij deze ook zou doen als hij zijn werkweek tot vier uur zou moeten beperken. Als zijn antwoord ‘nee’ is, laat hem dan de vraag beantwoorden aan wie hij deze taak dan zou overlaten.

47 DELEN

Vraag de gecoachte met wie hij zijn inzichten, besluiten en of voornemens wil delen. Door deze met anderen te bespreken, kan de gecoachte zich er meer aan verbinden en stimuleer je de stap naar verandering in de praktijk. Dit is vooral een goede opdracht bij mensen voor wie hun probleem opgelost lijkt als ze snappen hoe het zit en verzuimen er iets mee te doen.

48 GA WEER …

Zorg dat de gecoachte zo snel mogelijk weer start met hetgeen belangrijk voor hem is, met dat wat hij deed toen het goed ging maar waarmee hij gestopt is, juist naarmate het drukker is geworden. Denk bijvoorbeeld aan sporten, creatieve activiteiten of ontspannende of energiegevende bezigheden. Vaak zijn de activiteiten die iemand helemaal voor zichzelf doet – en niet voor anderen of omdat het hoort – de activiteiten waarmee hij als eerste stopt als het drukker wordt. Door dit toch weer te gaan doen, kun je de energiebalans weer in positieve richting beïnvloeden.

49 BUITEN

Veel mensen die last hebben van werkdruk, hebben veel baat bij een onderbreking in de dag. Buiten de deur lunchen of een korte wandeling maken kan voor deze onderbreking zorgen. Ook al weten zij dat dat goed zou zijn, door de werkdruk die zij ervaren, kiezen velen er dan toch vaak voor om hiervoor geen tijd te maken. Als coach kun je helpen dit patroon te doorbreken door de opdracht te geven om bijvoorbeeld minimaal twee keer per week buiten de deur te lunchen.

50 LACHEN

Nodig de gecoachte uit vooral situaties en mensen op te zoeken waarvan hij vrolijk wordt en die ervoor zorgen dat hij de luchtigheid van zaken ervaart. Dit kan helpen om niet in een cirkel van overmacht en stress te blijven hangen.

PRIORITEITEN

STRUCTUREREN

ORDE

CLEAN DESK

VERWACHTINGEN

TAKEN

DAGRITME

ORGANISEREN

OPRUIMEN

AGENDABEHEER

WERKDRUK

Omdat sommige mensen niet houden en niet leren van ‘psychologisch geanalyseer’ (zoals zij dat zelf noemen) en zij er veel meer aan hebben als je samen met hen naar hun werk kijkt.

Omdat je verandering soms kunt vergemakkelijken als je ook de omgeving vraagt om hulp of een bijdrage, bijvoorbeeld door helder te maken wat je wilt en nodig hebt.

Omdat de mailbox en agenda van mensen heel veel laten zien over hun gedrag en over patronen in het werk.

Omdat je als coach ook van waarde kunt zijn als je mensen kunt helpen om meer structuur aan te brengen in hun werk.

Omdat een opgeruimde werkplek en functionele structuur het makkelijker maakt om je werk te organiseren. Je hoeft dus niet altijd vaardigheden te trainen om iemand te helpen om meer grip op zijn werk te krijgen.

Omdat sommige mensen alles belangrijk vinden en heldere prioriteiten kunnen helpen bij het bepalen van wat zij wel en niet nastreven.

 

 

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel

Log in om een recensie te schrijven

Er zijn nog geen recensies geplaatst

Gerelateerde onderwerpen