VEELVOORKOMENDE THEMA’S BIJ OPSTELLINGEN

Het opstellingenwerk gaat over het opnieuw contact maken met de oerkracht van de natuur in onszelf. Dit doen we onder andere door het ‘werken met’ de voorouders. Dus vader, moeder, opa, oma, overgrootmoeder enzovoort. Het is een reis terug naar jezelf, in je lijf, in je levenskracht op aarde. Het is een reis naar (weer) geaard zijn, met je voeten op de grond. Daarmee is het niet een idee of abstract concept, of iets anders wat we met ons hoofd bedenken of waar we over lezen, maar een vorm van tastbare en beleefde spiritualiteit. In de opstellingen kunnen we letterlijk het spirituele aanraken in de representanten die voor bepaalde personen en elementen staan.

Ik zal twee mannen uit de vastgoedwereld nooit vergeten; bij een organisatieopstelling namen zij me eerst niet serieus. Maar, toen ze in twintig minuten al zagen waarom een grote lead al een jaar lang niet tot een opdracht had geleid, waren ze zo dankbaar. Ze konden zelf nuchter zien, voelen en ervaren hoe de opstelling hun prospects, hun gebouwen en zelfs de ziel van de gebouwen tastbaar representeerde. Ze vertelden me dat ze voor het eerst in hun leven het spirituele tastbaar waargenomen hadden, in deze opstelling. Zakelijkheid en bezieling waren samengekomen.

In het nieuwe opstellen gaat het om het echt gevóélde. Het is een oefening in voelen, waarbij het lichaam centraal staat. Je beleefde lichaam is de essentie van dit werk. Het gaat erom dat je echt gaat leren voelen met je lijf en niet blijft hangen in je hoofd en in het denken. Door daadwerkelijk te (leren) vóélen tijdens een opstelling kun je snel stappen maken, lees: blokkades aankijken en beweging op gang brengen. Daarom spreken we ook wel van de opstelling als medicijn. Het is een manier van werken die past in het oeroude wereldbeeld van natuurvolkeren, waarin het gaat over lichaamsbewustzijn, over energie en over het lichaam.

LOSLATEN

In de huidige tijdsgeest vinden mensen het verkrijgen van inzichten (over een bepaalde situatie in je leven, over jezelf, enzovoort) vaak belangrijk. Het helpt ze bijvoorbeeld rust te krijgen of stappen te nemen. Ook in het opstellingenwerk kunnen inzichten in verhalen uit het verleden, inzichten over jouw blokkades zeker helpen, maar het gaat uiteindelijk niet om de inzichten die je wellicht verkrijgt tijdens een opstelling. Het gaat erom dat de blokkades in het familiesysteem slechts zichtbaar worden. Alleen daardoor al gaan ze uit jouw hier-en-nu-leven, en kun je als het ware meer als jezelf leven. Dat gebeurt omdat je in een opstelling een blokkade, een (verborgen) verhaal aankijkt en er verder vaak geen duiding is (waar komt dit verhaal vandaan, is het waar of niet, hoe zit het precies, enzovoort). Je mag het dus aankijken en meteen weer loslaten.

En door los te laten creëer je beweging. Als je je hecht, verstijven dingen vaak (wat je aandacht geeft, groeit; dat geldt ook of misschien wel juist voor de negatieve verhalen). De opstelling beweegt mee met je innerlijke werk. De opstelling gaat kloppen op de deuren van jouw binnenkant. Doordat die diepe emotionele blokkades uit je leven verdwijnen, kun je meer in het hier-en-nu zijn. Opstellingen zijn een energetisch, lichaamsgeoriënteerd medicijn. Het precies weten hoe het zit, is niet belangrijk, al kan het soms wel helpen. Uiteindelijk kom je verder in je ontwikkeling door kleine stapjes bewust te ervaren. Dan heb je meer tijd om te doorvoelen dan als je grote stappen neemt.

VOELEN IS PIJNLIJK

Maar voelen doet vaak pijn. We hebben daarom allemaal de neiging om van nare gevoelens weg te rennen. Vaak doen we dat op een schijnbaar onschuldige manier: we kijken onophoudelijk films of series, we eten of drinken te veel of sporten ons helemaal gek. Om maar niet te voelen wat er binnen in ons aan de hand is. Door dat te doen, rennen we ook weg van waar het in ons leven echt om gaat. En ontnemen we onszelf ook de kans op voluit leven. We moeten de confrontatie met onszelf aan, in de spiegel kijken.

Ik heb zelf ervaren dat er zoveel verandert als je niet wegrent van je gevoel, maar blíjft. Als je durft te onderzoeken wat er werkelijk in je leven speelt, door de reis naar binnen te lopen. Het levert zoveel moois op. In jezelf, in je leven met anderen. Een opstelling is een geweldige methode om die onderzoekende reis te beginnen. Je hebt moed nodig om anderen je de weg te laten wijzen. Een opstelling laat je zien, voelen, ervaren waarvan je wegrent. Door een reis naar binnen te maken, gaat er een wereld voor je open. Ik zie dat elke dag gebeuren in mijn werk. Ik heb intussen al duizenden mensen die reis zien maken. De reis die hen helpt hun blokkades onder ogen te zien, te ervaren wat hen nu tegenhoudt. En dat ook te doorbreken als het hen lukt om hun blokkades te transformeren in krachtbronnen.

Je hebt vast weleens ervaren, bijvoorbeeld tijdens een kampeertocht, dat je in het volstrekte duister zat. En wat een verschil het maakte toen er iemand één kaars aanstak. Eén kleine vlam kan het verschil betekenen tussen donker en licht. Zo kun je je het effect van een opstelling voorstellen. Je ontsteekt bij jouzelf als het ware vanbinnen zo’n vlammetje.

Behalve het systeem is ook ontspanning een kernwoord in opstellingen. Je intuïtie volgen, voelen wat er gebeurt, kan alleen als je jezelf ontspant. Velen van ons raken zichzelf zo kwijt door elke dag maar te moeten presteren, je best te moeten doen. Misschien, nee waarschijnlijk, doe je het met en vanuit liefde, maar uiteindelijk leidt deze (gespannen) manier van leven je ver af van jezelf. Ik heb dat zelf ook moeten leren, maar als het lukt is het zo bijzonder. Juist als je ten diepste ontspant en diep naar binnen gaat in jezelf, dan opent zich de weg. Dan kan ik mijn missie voelen en weet ik wat me te doen staat. Omdat ik niet meer ren, maar bén.

VOOR DE SYSTEMISCH COACH/OPSTELLER

Waar gaan opstellingen dan concreet over? Omdat het van oorsprong ‘familieopstellingen’ heet, denken mensen vaak dat dit vak uitsluitend over het familiesysteem gaat. Je kunt tijdens een opstelling ervaren hoe je in je familie staat – wat is jouw positie, jouw plek ten opzichte van broers, zussen, vader, moeder? En wat betekent dat voor jou in je leven nu? Hoe helpt dat je of hoe houdt het je juist tegen om voluit te leven?

Het familiesysteem is het bekendste systeem, maar er zijn er meer. Dit artikel beschrijft de drie thema’s die in ieders leven een belangrijke rol spelen. Het gaat diep in op deze thema’s: waar gaat het nu eigenlijk over, hoe kan het een rol spelen in het leven van je cliënt, en wat kan de achterliggende vraag en het verborgen verhaal uit de familielijn zijn onder deze vraag? In de praktijk van iedere systemisch coach/opsteller komen cliënten met vragen over een of meer van deze thema’s:

  1. Liefde, relaties en intimiteit
  2. Lichaam, gezondheid en ziekte
  3. Werk, carrière en geld

In 'Organisatie, leiderschap en cultuur' beschrijven we daarnaast ook het onderwerp organisatie, leiderschap en cultuur. Dit is natuurlijk sterk verbonden met het thema werk, carrière en geld. Toch noemen we het apart, omdat de vraag van een (directeur of medewerker van een) organisatie een andere vorm van opstellen vergt.

In dit artikel gaan we niet diep in op het doen van (de verschillende soorten) organisatieopstellingen en politiek-maatschappelijke opstellingen. Dat vergt andere kwaliteiten als coach of opsteller. Wel vind je een korte omschrijving in 'Hoe doe je een groepssessie?' en lees je meer over de werkvorm in 'Werkvormen'. Ik vind het vooral belangrijk om in dit artikel te laten zien wat we kunnen leren en al hebben geleerd van opstellingen over deze thema’s.

LIEFDE, RELATIES EN INTIMITEIT

Liefde is het allermooiste wat we hebben. Liefde heeft te maken met durven openen, ontvangen en uitreiken. Vol liefde en vertrouwen reik jij uit vanuit jouw hart naar de ander. Opent die ander zichzelf daarvoor, dan kan de liefde stromen. Je geeft vanuit jouw binnenste alles wat je hebt aan de wereld, aan een ander als dat kan. Je durft zonder beperkingen en bedenkingen, zonder voorbedachte waarde uit te reiken en te ontvangen. Als dat niet lukt, zit er ergens een blokkade waaronder een oud verhaal verstopt zit. Dit zien en voelen geeft lucht en ruimte. Als de liefdesenergie (weer) gaat stromen, is er een wisselwerking en komt er zuivere liefde naar jou terug. Neem alles wat er is en geef alles wat je hebt.

Zou het niet fijn zijn als je gewoon kunt blijven geven, nemen en uitreiken, ook als het moeilijk gaat? De grootste uitdagingen kom ik tegen in de liefde. Jij waarschijnlijk ook. Vaak gaat het erom hoe we in verbinding met de ander én met onszelf blijven. Wat gebeurt er als je emotioneel wordt geraakt? Trek je je terug of val je aan? Vaak denk je direct dat het aan de ander ligt. Herkenbaar? Je projecteert jouw aandeel in het daderschap op de ander en jij bent weer slachtoffer. Of jij hebt het weer gedaan (dader) en maakt de ander slachtoffer. Dit zijn onze zogenoemde dramaverhalen.

Maar onder deze drama’s ligt gekwetstheid. Dit is moeilijk te zien en te voelen, laat staan toe te laten. Je bent liever boos op de ander of juist teruggetrokken. Soms zijn we zo diep teruggetrokken, dat we zelfs vergeten zijn wie we eigenlijk echt zijn. We doen wat de ander wil en zorgen voor de ander, gaan ‘in de please-stand’. En toch voelen we diep vanbinnen dat er iets knaagt. Een ongelukkig gevoel, waar we ons hele leven al van wegrennen. En wegrennen of aanvallen is altijd veiliger gebleken – tenminste, dat denken we.

De achtergrond van deze – door nagenoeg iedereen toegepaste, maar niet werkende – strategie in relaties, ligt in onze vroege kindertijd. Vaak is er in die tijd een schrik ontstaan in de verbinding met je moeder; je bent ergens van geschrokken. Denk aan het moment dat je indaalde in de buik bij je moeder en je uit die veilige ruimte ineens in de koude, fysieke wereld terechtkwam als kleine baby. Misschien had je een gecompliceerde geboorte of had je na de geboorte een moeilijke tijd omdat je in de couveuse lag. De schrik kan ook ergens anders zitten in de relatie met je moeder. In je latere leven kwam je moeder je misschien te laat ophalen van de opvang. Of je raakte haar kwijt in de supermarkt. Ze liet je wat langer huilen in je wieg dan gebruikelijk. Of je ouders gingen scheiden. Dit moment van schrik was zo sterk dat je moest splitsen tussen een goede moeder (die je moet pleasen) en een slechte jij. Of andersom: een slechte moeder en goede jij (narcisme). Vervolgens zoek je dan je hele leven naar deze eerder gevoelde dynamiek in de liefde. Je herhaalt die (door je schrik verstoorde) verbinding in je relaties en zoekt precies die partners, want dat voelt als ‘thuiskomen’.

Kortom, in onze vroege jeugd is er een breuk in die uitreiking ontstaan en in de hechting met moeder. Wij blijven in ons leven op zoek naar die eens gevoelde liefdesband. Je dit realiseren en de pijn toelaten is een groot deel van heling en de weg naar volwassen worden. Iets in ons wil overigens graag klein blijven, blijven wachten op de eens gemiste hechting en liefde. Echt volwassen worden gaat pas lukken als we ons bewust worden van die basisteleurstelling. Vaak zeggen we ook: ‘we kunnen het een plek geven’. Met die uitdrukking bedoelen we dat het goed is om ons ervan bewust te zijn. Dat wil niet zeggen dat het geen pijn meer doet, maar het is geen pijn meer die ons tegenhoudt. Er blijft altijd een stukje klein kind verdrietig, boos en/of teleurgesteld in ons. Groei is dat – naast dat kinddeel – de volwassene er ook is, die zich niet laat beperken om zijn hart te openen en de liefde te laten stromen. Belangrijk is dat we in het nieuwe opstellen niet meer herordenen (zoals we in het klassieke opstellen wel deden); we laten vooral zien wát er is, zoáls het is. We doen ook geen overbodige rituelen zoals ‘teruggeven’. Dat beklijft vaak niet, omdat het op ons nemen van het verborgen verhaal uit het verleden al onderdeel is geworden van onze basisstructuur, van ons karakter.

KINDPIJN

Het gaat er dus om plek te maken voor de kindpijn. Zonder onszelf daarin te verliezen. Vaak kost het moeite om de pijn te voelen en erbij te blijven. Bewust ervan weggaan is minder erg dan altijd maar onbewust uit verbinding gaan. Niet ieder kind is in staat de breuk in liefde op te vangen, of heeft een omgeving waarin het zijn verdriet kan uiten en kan leren met deze diepe wond om te gaan. Het kan zijn dat je van kinds af aan het idee hebt gekregen dat je er niet toe doet of dat je niet gezien bent, of het idee hebt gekregen niet goed genoeg te zijn. Dit maakt een verlangen wakker om er wél toe te doen, wél gezien te worden, wél goed genoeg te zijn. Dit pijnlijke verlangen wil bevredigd worden en vanaf dat moment gaan we de behoeftebevrediging buiten onszelf zoeken. Bij anderen.

Als je dan geraakt wordt, wil je de ander aanvallen of vluchten. Die strategie is uiteindelijk niet vervullend en niet goed voor je cellen. Telkens wanneer het gevoel van niet goed genoeg te zijn wordt geraakt, ontstaat een nieuwe cyclus van lijden. Binnen deze cyclus zijn er vele beperkende overtuigingen die je gedrag in stand houden. Je baalt van het verleden, voelt je slachtoffer, je vindt dat iemand je moet komen redden, je keurt jezelf af, vindt niets goed genoeg, of geeft altijd anderen de schuld. Doelloos blijf je op zoek naar vervulling, maar elk extern genot helpt maar tijdelijk. De honger naar meer ontstaat steeds weer als het genot is uitgewerkt. De zoektocht naar liefde lijkt onverzadigbaar, totdat je het proces doorziet en je het gevoel van gemis in een ander licht kan brengen. Alleen jijzelf kunt aandacht en troost aan de pijn geven. Pas op dat moment ben je in staat jezelf te helen. Je doorziet het misverstand en merkt dat je geen genot van buitenaf meer nodig hebt.

Ook al lijkt deze kindpijn vaak onoplosbaar, er is een weg. Mits je bereid bent moed te tonen en erin te investeren. In dat ene moment dat je het patroon, de overtuiging doorziet en dat je dat gevoel van kwetsbaarheid en gemis kunt toelaten. Deze kwetsbaarheid toelaten brengt je dichter bij jezelf. En ook bij de ander; die kan jou dan echt voelen, voorbij je beschermmuur. In de kern van waar jij geraakt wordt, zit dus ergens nog deze onvervulde behoefte aan veilige liefde en verbinding. Als een prachtige parel verscholen ligt deze diepe, zachte, prachtige, leven-gevende waarde, die kwaliteit en dat talent in jou verborgen. Als je durft het aan te gaan ligt er een prachtige beloning op je te wachten. image

MAN-ZIJN

Als jongetje was ik een echt moederskindje. Ik heb ontzettend veel werk gedaan om echt letterlijk van de schoot van mijn moeder te bewegen naar letterlijk de steun van mijn vader, mijn opa, van mijn overgrootvader, betovergrootvader, enzovoort. Soms bevond ik me namelijk nog steeds op de schoot van mijn moeder. Je daar al te veel tegen verzetten heeft ook geen zin, maar ik moest wel bewegen, mezelf losmaken van mijn moeder. Pas daarna kon ik me echt man voelen en onderdeel zijn van het man-zijn op deze wereld. De lange weg waarin ik leerde om mijn moeder los te laten, deed (doe) ik met steun van de mannen.

Daarbij is het belangrijk dat ik die mannelijke energie (die vader, die opa, die overgrootvader) echt kan voelen. Dat ik die mannelijke kracht (dus ook een archaïsche mannelijke kracht) in mijn lichaam kan toelaten, in mijn bekken. Dat ik echt opensta om ja te zeggen tegen die richtinggevende mannelijke, in het verleden vaak dominante autoritaire kracht. Ja zeggen tegen die dominante, autoritaire kant van mezelf, zonder dat ik mezelf verlies in overmatige controle, overmatige dominantie. Maar dat ik er ook voor waak dat ik mijn ervaringen als jongetje, als man, niet durf te leven, in een soort gefeminiseerde cultuur die kracht afknijpt.

VROUW-ZIJN

Voor vrouwen werkt dit precies zo. Ze moeten leren hun vader los te laten. Heel veel papa-meisjes moeten langzaam hun vader loslaten, anders krijgen ze nooit een goede relatie met een man. Anders blijft papa altijd belangrijker en dan hebben ze een conflict met moeder. Want ze voelen dan onbewust dat ze moeder van vader afgepakt hebben. Dit creëert innerlijke spanning, want ze willen ook dicht bij moeder zijn. (Denk aan het verhaal van Oedipus die zijn vader vermoordde om met zijn moeder te zijn.) Pas als papa-dochters leren hun vader los te laten en leren zich letterlijk tot moeder en de vrouwenlijn te wenden en daar steun uit te putten doordat ze moeder, grootmoeder, overgrootmoeder en betovergrootmoeder achter zich weten, kunnen ze – door die steun en liefde – werkelijk blijven staan in de liefde tussen man en vrouw.

Durf je als vrouw echt die vrouwelijke leven-gevende kracht, die oermoeder-kracht die jij in je baarmoeder hebt toe te laten? Of je nou wel of geen kinderen hebt gehad, of je nou wel of geen baarmoeder hebt, het gaat om die energetische kwaliteit van openheid, zachtheid, verzorging, ondersteuning en liefde. Dat je werkelijk kunt voelen vanuit die zachte, ronde, verbindende, voedende kracht van het vrouwelijke. Dat je die kunt toelaten in je lichaam en in je cellen, in je borsten, in je buik, in je benen. Werkelijk het voelen kunnen toelaten. Dat blootleggen, naar boven halen is heel belangrijk in ons werk.

Dat voelen, het voelen werkelijk kunnen toelaten, kan door terug te gaan naar de natuur – en dat doe je door een innerlijke reis te maken met opstellingen. Bij natuurvolkeren is dat nog steeds gebruikelijk. Hun ceremonies brengen mannen en vrouwen dichter bij hun mannelijke en vrouwelijke energie. De jonge vrouwen doorlopen een inwijdingsceremonie als ze gaan vloeien, de jonge mannen als ze de baard in de keel krijgen. Op dat moment wordt ze uitgelegd hoe het werkt met de andere sekse, hoe het is om seksualiteit vanuit liefde te beleven. Mijn grote wens voor het Westen is dan ook dat we weer teruggaan naar initiatieceremonies, dat dat soort zaken echt doorleefd worden.

DE SEKSUELE LEVENSSTROOM

In het opstellingenwerk gaat het heel sterk over de seksuele, creatieve, liefdevolle, bezielde levensstroom. Die stroomt van mijn voorouders, van het begin van de aarde, van het begin van het universum helemaal door mij heen. En van mij naar mijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen zo de toekomst in. Deze levendige, creatieve, bezielde levensstroom stroomt in ons lichaam. Het gaat erom dat we die stroom in ons leven toelaten, in volle overgave, om die blokkades of waar we onszelf tegenhouden op te lossen. In de liefde komen we de meeste blokkades tegen.

Ik werk met zowel werk en geld als met ziekte en gezondheid, maar uiteindelijk komt het (bijna) altijd neer op die liefdevolle stroom ten diepste toelaten. En die liefdevolle stroom laten we in ons leven meestal toe in de liefde.

Seks is waar geven en nemen helemaal tegelijkertijd plaatsvinden. Een prachtig inzicht dat Bert Hellinger mij eens gaf. Je neemt je partner en tegelijkertijd open je jezelf om genomen te worden door de liefde van de ander. Je bent zowel de ‘dader’ als de ontvanger. Door deze prachtige ‘schuld’ kan het zijn dat je het leven voortbrengt. In de seks is dan ook de dood én het leven aanwezig. Het is heel spannend om jezelf zo diep te geven. Het is voor bijna iedereen onderdeel van hun diepste verlangens en ook – vooral als er in ons leven of in ons systeem veel pijn zit rondom seksualiteit – een van de spannendste zaken.

Homoseksualiteit

Hoe zit dat dan met de liefde tussen man en man of vrouw en vrouw? Het enige verschil is dat ik met een vrouw kinderen kan krijgen. De liefde kan stromen tussen iedereen. Gender is niet zwart-wit. Je hebt mannelijke vrouwen en vrouwelijke mannen en mensen die precies in het midden zijn – zowel man als vrouw. Liefde kan tussen alle zielen stromen.

Alleen: het leven geven is tussen man en vrouw. Dit zien we ook terug in opstellingen als twee mannen of twee vrouwen besluiten een kind te willen krijgen. Altijd speelt de biologische vader en/of moeder een rol. We zien ook dat homoseksualiteit een ‘lot’ is waarmee je leeft, en daaronder zie ik tijdens opstellingen wel vaak verstrikkingen. (Dit ontstaat uit een (onbewuste) diepe liefde voor en loyaliteit aan mensen in het systeem die een zwaar lot hadden of een last of schuld droegen.) Ik heb gezien bij homoseksuele mannen dat er in hun systeem een sterke dominante trekkracht vanuit moeder en/of oma is, die onbewust aan de jongen trekt, waardoor de jongen in hun sfeer blijft. Daarnaast is er vaak emotionele afwezigheid van vader. Bij lesbische vrouwen is het andersom, een sterke trekkracht van vader en/of opa en emotionele afwezigheid van moeder. Bij vrouwen zie ik soms ook dat ze teleurgesteld zijn in mannen en dat er onderdrukte woede speelt door misbruik in het systeem waardoor ze zich veiliger voelen bij vrouwen. Wat niet wil zeggen – zoals soms werd geïmpliceerd in het klassieke opstellen – dat het allemaal alleen maar verstrikkingen zijn. Liefde tussen mensen is mooi, precies zoals het is – tot welk geslacht je je ook aangetrokken voelt.

In het nieuwe opstellen is het belangrijk om je te bevrijden van maatschappelijke oordelen en vooroordelen. Daar neem ik met het nieuwe opstellen ook een standpunt over in. Fundamenteel kunnen we namelijk niet oordelen. Wel zeggen we dat je van tevoren goed moet nadenken over de consequenties, voordat je bijvoorbeeld een anonieme donor neemt als vader van je kind. Maar als het eenmaal zover is, dan is het perfect zoals het is. Ook als je ongewenst kinderloos bent en wilt adopteren. Ook dan is het belangrijk om goed na te denken en te voelen; en als het eenmaal zover is, dan is het jouw lot (karma) dat dit kind bij jou is.

KERNWONDRELATIES

Mijn grootste pijnpunt in mijn eigen leven, mijn achilleshiel, is dat ik in mijn intieme relatie ontzettend geraakt kan worden. Ik kan dan heel boos worden, verdrietig zijn of gewoon heel diep geraakt zijn door iets. Ik heb een enorme behoefte aan diepe verbinding; tegelijkertijd heb ik ontzettend veel behoefte aan autonomie en zelfstandigheid en dat is in hetzelfde moment waar. Ik heb mijn hele leven al gewerkt aan het vinden van een goede modus hierin; het is wat we noemen mijn kernwond. Daar waar ik ten diepste word geraakt. Tegelijkertijd is het juist die kernwond die mij het meest heeft geïnspireerd om dit vak te kiezen en deze reis met mijn cliënten (en de lezers van dit artikel) te willen maken. Het bewoog me ook om al mijn leraren op te zoeken om een weg te vinden om in die heel diepe liefde, mijn grote liefde, mijn autonomie en zelfstandigheid te kunnen behouden.

Mijn kernwond – de kwetsbaarheid en oude pijn in de liefde – doet zo’n pijn dat ik niets liever wil dan daarvoor een oplossing zoeken. Ik ben dan ook door de enorme pijn iedere keer weer geïnspireerd om vol, echt alles in het werk te stellen in mezelf, in de wereld te zoeken naar leraren die hier wijsheid over hebben om dit te leren. En wat ik leer wil ik graag overbrengen aan anderen. Je pijn (blokkade) kan dan dienen als je inspiratiebron (krachtbron). Je zou kunnen zeggen dat mijn ziel er bij wijze van spreken voor heeft gekozen deze pijnlijke momenten te creëren om er juist van te leren.

Het is zo belangrijk om te kijken hoe je echt in verbinding blijft met elkaar. Hoe hou je je hart open en blijf je bij jezelf? Kun je in die verbinding blijven, samen in jezelf, in jezelf en samen?

 

Seksualiteit is het meest diepe en het meest aardse wat er in dit leven is. Je kunt er leven mee geven, er het leven door verliezen – zoals bij geboorte kan gebeuren – en overgave (aan de liefde) mee ervaren. In onze systemische manier van werken zien we die ontmoeting tussen twee mensen in liefde en seksualiteit als volledige overgave aan het leven. In die ontmoeting ontmoet je elkaar werkelijk als twee polen van de liefde. Het gaat dus niet om de buitenkant, maar om de ontmoeting met elkaar als mens; uit die twee polen ontstaat een soort twee-eenheid. In die verbinding worden al onze oude thema’s geraakt uit onze eerste twee-eenheid: onze oorspronkelijke verbinding. Dat zijn al onze herinneringen van verlies in die oorspronkelijke verbinding, zoals thema’s rondom jouw plek op aarde, je incarnatie, je tijd in de baarmoeder, de verbinding met je moeder en jullie hechting. Dit komt in een intieme relatie allemaal in beeld; alle liefde en alle pijn (schaduw). Dat is de reden dat onze schaduw zichtbaar wordt door het aangaan van liefde en seksualiteit in onze intieme relatie. Een enorme uitdaging.

ZET JIJ IN DE LIEFDE DE EERSTE STAP?

‘In de liefde vind ik het vaak zo moeilijk om mijn hoofd te buigen en contact te maken met wat ik echt voel. Ik houd soms liever vast aan mijn boosheid en wil mijn gelijk halen. “Het enige wat ik nodig heb van jou, is dat je eerlijk bent met jezelf”, zegt mijn geliefde dan. De tranen van mijn liefde en haar liefde breken dan door mijn gevoelloze schild heen en de liefde kan weer stromen.’ – Hylke

 

Het is echt belangrijk dat je leert om de eerste stap te zetten. Eigenlijk zet je die iedere dag, ieder moment weer opnieuw. Die eerste stap is heel belangrijk in het realiseren van je verlangen in de liefde. En dat gaat met vallen en opstaan. Het maakt niet uit hoe vaak je de verbinding verliest. Waar het om gaat, is dat je haar steeds weer terugvindt. Hoe erg het ook geweest is en hoezeer je jezelf ook bent kwijtgeraakt, op het moment dat je een eerste stap zet naar jouw geliefde, gebeurt er een wonder. Dan is alles weer open. Op het moment dat je die stap neemt, dan verschijnt de liefde weer. Maar in de zoektocht naar oprecht verlangen zitten soms overtuigingen en andere obstakels in de weg.

Soms zit je met elkaar in een dynamiek waarin je elkaar verwijten maakt. Steeds dezelfde patronen kunnen hun gang gaan. Dan begint de relatie langzaam te sterven. De passie bloeit niet, want deze wordt niet gevoed, de vlam krijgt minder frisse lucht en wordt kleiner. De openheid naar elkaar verdwijnt achter een laag van ingesleten mechanismen. Je raakt steeds meer verstrikt in elkaars patronen.

Hoe raak je daar weer uit, voor het te laat is? Dat begint met die eerste stap. Alleen als je heel eerlijk durft te zijn met jezelf, kun je weer contact krijgen met de ander. De allerbelangrijkste stap is de eerste. Na die eerste stap volgt de volgende. Heel cliché, maar het is altijd het ene been voor het andere. In relatieopstellingen noemen we dat crossing the bridge. Je stapt uit wat je altijd doet, uit jouw automatisme, uit jouw gebruikelijke reactie. Je ziet het in, doorziet het en je geeft toe (de eerste stap). Je geeft toe dat het ook wellicht wat anders kan zijn dan zoals jij het ziet. Dan is de verbinding gelegd. Je kunt weer tot elkaar komen.

Dit klinkt heel eenvoudig, en dat is het ook als we over onze eigen hardnekkige trots heen kunnen stappen. Ik vind dat soms heel moeilijk; ik heb soms gewoon liever gelijk dan geluk. Leeftijd helpt mij gelukkig steeds zachter te worden.

Bij dit thema speelt ook ons hoofd buigen een grote rol. Dat is precies waarom we daar in het klassieke opstellen woorden aan moesten geven. Om de cliënt te helpen bij zijn gevoel te komen en als het ware onder zijn trots te laten voelen wat hij echt voelde, lieten we de cliënt dan zinnetjes uitspreken naar de ander. Een belangrijke liefdevolle autoriteit erkennen, buiten ons om, waar wij beiden respect voor hebben, helpt wel. Ik merk soms, dat ik zo trots ben, dat ik niet meer kan en wil buigen. Zelfs niet voor de liefde. Gelukkig wil ik dit ten diepste wel, gelukkig breekt de liefde mijn narcistische pantser open en wil ik echt uitreiken.

Laat mij een illusie wegnemen. Bestaande patronen zijn niet weg met zo’n eerste stap; ze zullen steeds opnieuw terugkomen. Want ergens is het ook veilig om in die verstrengeling te blijven zitten met elkaar. ‘Als ik nou maar moeilijk blijf doen, dan krijg ik extra aandacht.’ Het is een patroon van elkaar zoet houden. Wil je verder komen met elkaar, dan zul je dus steeds weer een stap naar elkaar moeten zetten. En je zult bij jezelf naar binnen moeten blijven gaan. Bij mijzelf komt dit zich herhalende patroon voort uit een heel vroege overlevingsstructuur. Ik ben er al lang mee bezig, maar ben er nog niet zo erg mee opgeschoten. Ik kan er nu wel meer om lachen en dat is een klein, maar goed begin van de onthechting. Ik ben nu kennelijk in staat om er met iets meer afstand naar te kijken.

Het is handig om niet te gehecht te zijn. Niet aan het ene of het andere patroon, niet aan deze of die identiteit. Hecht niet te veel aan wat er vandaag is, want morgen is het weer iets anders. Belangrijk te weten is dat de patronen wisselen. Als je je bewust wordt hiervan, krijgt het patroon een zekere fluïditeit en het diepe emotionele patroon kan meer gaan stromen. Een opstelling helpt om de cliënt te laten ervaren hoe dit werkt, hoe vastgeroeste stukken in hemzelf zich toch weer kunnen gaan bewegen.

LICHAAM, GEZONDHEID EN ZIEKTE

Opstellingen bieden een praktische en nuchtere weg die ons kan helpen bij de uitdagingen die het leven ons voorschotelt. De essentie in dit werk gaat over leren voelen. We leren steeds dieper te voelen onder al ons gedoe wie we werkelijk zijn. Ik ben al een tijd enorm ontroerd door dit werk met cliënten met kanker en andere ernstige ziekten.

OPSTELLINGEN ZIJN GEEN ALTERNATIEVE GENEESWIJZE

Laat ik heel duidelijk zijn: opstellingen zijn geen alternatief voor een medische behandeling. Het is geen alternatieve geneeswijze. Het is een zingevende, systemische ceremonie. Raad je cliënt daarom altijd aan om een arts te raadplegen voor zijn advies, zodat hij op basis daarvan een medische behandeling kan kiezen.

Opstellingen kunnen wel helpen bij het verkrijgen van inzicht in de ziekte van je cliënt; ze kunnen inzicht geven in onder andere de verborgen verhalen in de familielijn die mogelijk ten grondslag liggen aan de ziekte. Dit helpt bij het dragen/accepteren van de ziekte en dat kan helpen om het zelfgenezende vermogen van het lijf te stimuleren.
 

ZIEKTE IS NIET PERSOONLIJK

In ons werk hebben we kunnen waarnemen dat ziekte geen persoonlijk fenomeen is. Ziekte is misschien zelfs wel een boodschapper van de ziel van de aarde aan ons, via het lichaam van de zieke persoon. Iets dichter bij huis zien we in opstellingen dat symptomen van een ziekte balanceren tussen de relaties in de familie. Kinderen nemen een plaats of taak over van hun ouders en manifesteren symptomen. Dit is puur uit liefde.

Representanten van symptomen van ziekte lijken verbinding te hebben met afgewezen of uitgesloten personen of gebeurtenissen. De symptomen van de ziekte boeten in aan kracht voor de zieke persoon als hij de uitgesloten personen of gebeurtenissen ziet en ze er mogen zijn. De bedoeling van ziekte lijkt wel te zijn dat de verbinding tussen de uitgesloten personen en gebeurtenissen geheeld mag worden. Dit kan een persoonlijk offer vragen. En het vergt innerlijk werk voor de zieke persoon. Soms geeft een kind zijn leven op om een gat in het familiesysteem te dichten.

Er is altijd een gebeurtenis achter de gebeurtenis in het familieverleden. De zieke cliënt heeft zelf een stap te zetten. Hij heeft zichzelf te openen voor alles wat zijn ouders, grootouders of zelfs de samenleving verbergen. Welke geheimen, verborgen verhalen gaan er schuil onder de symptomen van de ziekte? Om te overleven creëren we verdedigingsmuren, filters, hekken, om onszelf te beschermen tegen negatieve gebeurtenissen met grote impact.

Het is de taak van de opsteller in het voorgesprek om de cliënt te inspireren om een gat te slaan, een kiertje te creëren, zodat deze bescherming kan gaan bewegen en oplossen. De bescherming maakt namelijk dat de cliënt uit verbinding/relatie gaat met zichzelf, en daardoor kan de ziekte zich manifesteren. Door een gebeurtenis met heftige impact lijkt de ziel zich op te splitsen – ook dit is een vorm van schrik, zoals we beschreven. De heling van de cliënt begint als hij een interne reis wil maken met zijn gevoel om zich weer te kunnen verbinden met de relaties binnen het familiesysteem, de samenleving en zijn eigen lichaam.

‘Ziekte is een vorm van uit verbinding gaan met jezelf zonder dat je je dit overigens bewust bent.’ – Stefan Hausner

Met ziekte raak je dus kwetsbare zaken in de relatie en in het lichaam van de cliënt aan. Jij en je cliënt zijn samen ook een relatie. Je resoneert mee met je cliënt. Maar de cliënt heeft zelf open te staan om zijn ziel en zijn lichaam te laten werken. Hij heeft echt dat wat zich aandient tijdens (en na) de opstelling binnen te laten om zich ermee te kunnen verhouden. Als de cliënt de opstelling niet kan integreren/verinnerlijken, dan is de opstelling voor niets geweest. Dan heeft het slechts een herhaling van een patroon getoond. In het werken met mensen met ziekte heb ik geleerd dat de inbedding van de opstelling in het gevoel en in het lichaam van de cliënt cruciaal is. Alleen inzicht is onvoldoende. Ik beveel daarom vaak lichaamswerk in combinatie met opstellingen aan.

Een cliënt met een ziektebeeld bevindt zich vaak in een stressvolle situatie. En als je je – dat geldt voor iedereen – in deze stressvolle situatie bevindt, dan herhalen onze kindpatronen zich in ons. ‘Niemand ziet me’, hoor je mensen dan zeggen. Terwijl het tegenovergestelde ook waar is; je toont jezelf dan aan niemand. Vaak houdt iets je tegen om een balans te creëren. Je doet (onbewust) niet te veel je best, zodat je niet gezien wordt, en je doet niet te weinig je best om je te laten zien. Als je het systemisch bekijkt, kun je dit ook herkennen in het patroon binnen je huidige relationele systeem.

Sommigen van ons groeien op in families waar je je van binnenuit niet thuis voelt; met je overlevingsstrategie verover je je een plek in het gezin. Maar ergens is er iets wat je tegenhoudt om je thuis te voelen. Buik- en darmklachten kunnen bijvoorbeeld te maken hebben met het nog steeds niet kunnen verteren van je jeugd. Een beetje weerstand tegen je ouders is gezond, maar het is ook de bedoeling het leven te krijgen van je ouders. Je ouders hebben jou het leven gegeven, wat er ook gebeurd is vroeger. En daar passen liefde en dankbaarheid bij. Liefde is de basis van heling. Acceptatie van de werkelijk diepe situatie, pijnen, patronen en geen schuld leggen bij anderen – dat bevrijdt je. Jezelf toestaan dit te voelen maakt vrij.

Je kunt heel goed organen en andere lijfelijke dingen opstellen. Bijvoorbeeld op blaadjes, door te tekenen, of met representanten. Je kunt de wisselwerking tussen de organen opstellen, of de wisselwerking tussen de ziekte en de organen. Zo kun je opstellingen gebruiken als een systemische diagnostiek.

Opstellingen kunnen bijdragen aan het zelfgenezend vermogen van het lijf. Maar je ziet soms ook in de opstelling dat de ziel dood wil gaan. Dat klinkt heel hard; het vergt dan moed om deze waarheid te aanvaarden. In de reguliere geneeskunde zie je dat artsen ook in zo’n geval vooral bezig blijven om het leven te rekken. Het was voor mij als opsteller zo bijzonder om echt een andere plek in te nemen ten opzichte van de dood dan artsen doen. Hierop kom ik later nog terug.

DE BOODSCHAP ACHTER DE ZIEKTE

Met veel mensen heb ik een heel bijzondere reis mogen maken in het ‘openklappen’ – zoals ik dat noem – van hun ziekte. We ontdekken dan samen de mogelijke ‘boodschap’ die hun ziekte hen wil vertellen. Vaak zitten er verborgen emotionele verhalen uit de familiegeschiedenis onder. Mensen zeggen dan soms: ‘Maar ik kom uit een heel liefdevol gezin.’ Toch zijn het vaak die verborgen boodschappen – waar je helemaal niks over weet – die diep in het familiesysteem verborgen kunnen liggen, die zichtbaar worden. Dat is niet bij iedereen het geval, maar ik zie wel dat deze verborgen verhalen bij de cliënten waar dit wel het geval is, een diepe betekenis hebben. Het is alsof de ziel via de ziekte iets aan ons wil vertellen.

Het vraagt overigens wel een zekere moed om een opstelling te doen met en over je ziekte, en om deze reis aan te gaan. Maar het is het waard; de opstellingen die ik tot nu toe deed met zieke cliënten, lieten stuk voor stuk heel bijzondere boodschappen zien. Zoals over de betekenis van liefde uit de gehele vrouwenlijn die de aangedane borsten in zich droegen en nu wilden uitzenden. Of de niet geleefde, zachte, kwetsbare vrouwelijkheid in de mannenlijn, verborgen in de prostaat van de man. Vaak zijn het verborgen verhalen die vele generaties terug te vinden zijn en ook in het hier-en-nu, in relaties die ‘nog niet’ voldoende geleefd worden.

Op een bijzondere manier spelen het lijf, het immuunsysteem, het hart en de verbinding met oermoeder aarde een belangrijke rol. Dit heb ik kunnen zien in de opstellingen waarin we dit hadden opgesteld. Over het algemeen kun je zeggen over opstellingen dat die van een probleem de diepere en bredere aspecten van onze maatschappelijke context laten zien. Bij ziekte zijn we gewend, door het medische systeem waarmee we symptomen en ziekten uitsluiten, de ziekte te lokaliseren in die delen van het lichaam waar de ziekte zit. Maar ziekte heeft vaak een meer holistische oorzaak. Vanuit dat oogpunt heeft het lijf dus een boodschap over onze gehele samenleving.

Hoe dat werkt? We zien in onze wereldthema’s bijvoorbeeld de manier waarop onze geest, onze ratio, ons denken zich splitsen van het lijf, van de aarde en van het gevoel. Ons gevoel – en de liefdeskracht van de ziel – vindt nog niet echt een plek in onze samenleving (of beter: het heeft die plek verloren en nog niet weer herwonnen). Bij chronisch zieke cliënten zien we dat zij als het ware de antennes zijn die deze thema’s via hun lijven aan de wereld laten zien. Juist deze heel gevoelige mensen worden ziek, omdat zij dat soort aspecten ‘oppikken’.

ARTSEN ‘VERSUS’ OPSTELLERS

De uitgangspunten van waaruit artsen en opstellers werken, verschillen van elkaar. Artsen proberen hoe dan ook mensen in leven te houden. Niet vreemd, want bij hun beëdiging leggen zij de eed van Hippocrates af. Hiermee verplichten artsen zichzelf bepaalde beroepsregels te zullen handhaven.

Ik heb veel opstellingen gedaan samen met arts Henk Fransen met cliënten met kanker. Fransen deed 25 jaar lang onderzoek naar de zin en onzin van alternatieve geneeswijzen. Hij zegt: ‘Als dingen verborgen zijn, betekent dat ook dat er een verbergende kracht aanwezig is. Deze kracht heeft veel te maken met aspecten van onze begrijpende mind. De mind functioneert namelijk volgens diepe moralistische codes: “Dit mag wel en dit mag niet.” De cognitieve mind werkt dus per definitie kaderend, terwijl de helende werking van het veld werkt op een energetische, emotionele, organische en fysieke manier. Niet meer op het gebied waarin ‘ik nu precies wil weten hoe het zit.”’ [Het veld is er altijd, al zijn we ons daar vaak niet van bewust. Het is jouw energetische omgeving, waarin het verleden en het hier-en-nu samenkomen. In een opstelling word je je bewust van (de elementen in) dit veld. – red.]

Als opsteller kijk ik samen met de cliënt of ik naast de medische terminologie die, hoe nuttig ook, met de diagnose de ziekte reduceert tot iets specifiek fysieks, meer ruimte aan de beleving van de cliënt kan geven; ik vraag direct wat er concreet aan de hand is. Ik ga mee met de woorden van mijn cliënt. Ik laat hem de feitelijke dingen beschrijven. Vaak gebruik ik een lichaamstekening (zie het artikel Werkvormen, paragraaf Opstellingen doen in een-op-eensessies). Ik laat hem bijvoorbeeld de huid en het bloed tekenen, vraag hem welke gevoelens – verdriet, machteloosheid, enzovoort – opkomen als hij dat tekent, en vraag hem steeds of dat klopt. Dat vragen helpt de cliënt om te gaan voelen. En het is voor de systemisch coach/opsteller een mooie ‘dubbelcheck’: zodra dingen op fysiek niveau resoneren, dan zit je samen in het veld. De cliënt op deze manier naar zijn gevoel over zijn ziekte, zijn lichaam brengen, draagt bij aan het zelfgenezend vermogen van zijn lichaam. Het werkt subtiel en energetisch en het is na een sessie niet meteen weg. Nooit zal ik de cliënt vergeten die tijdens de opstelling zijn tumor vol aankeek, met het hele tot daarvoor verborgen verhaal uit Indonesië erachter, inclusief verborgen dader- en slachtofferschap – dat als het ware ín de tumor verborgen lag. Hij besloot toen zelf dat die tumor bij hem hoorde, dat het verhaal bij hem hoorde. Hij koos ervoor geen chemo meer te doen. Dat was jaren geleden en hij leeft nog steeds. Hoewel dit voor hem goed werkte, zijn opstellingen over ziekte geen garantie dat het zelfgenezend vermogen bij anderen ook zo werkt.

DE HELENDE KRACHT VAN HET LICHAAM

Henk Fransen: ‘Elke cel in het lichaam is ergens voor gemaakt. Dat kunnen we als arts onder de microscoop zien. We kunnen aan de uitdrukking van die cel zien of het een darmcel, een levercel of wat voor cel dan ook is. Maar een kankercel onder de microscoop is anders. Daarin herken je geen functie. Je kunt ’m nog net herkennen als cel. Het is alsof deze cel zijn bezieling is verloren. De vormende kracht heeft zich teruggetrokken. En het wordt zo’n matte cel die iedereen en vanalles zou kunnen zijn. De ziel drukt zich in dit lijf uit via de organen, via de cellen en wat die doen. Als de cellen daarmee ophouden, is er een stuk van de vormende kracht afgenomen.

Dat is niet het hele verhaal. We hebben namelijk ook te maken met allerlei stressfactoren, belastingen uit de omgeving, erfelijke factoren – maar die bezielende factor is er eentje die ik bij ziekte en gezondheid altijd meeweeg.

In de alternatieve geneeskunde wordt een aantal factoren steeds meegenomen bij kanker. Denk aan voeding, aan het ontgiften van het lichaam en aan stress. En aan omgevingsinvloeden. Ik zag op een gegeven moment heel duidelijk dat relaties en bloedverwanten ook invloed hebben op de ziekte. Toen ik later over familieopstellingen leerde en bij Stephan Hausner [zie kader in dit atikel, red.] kwam, heb ik meer en meer gezien hoe het systemische stuk een rol kan spelen. Dat het zo’n gewicht kan hebben dat we dat er ook bij moeten betrekken. Heel plat gezegd kan het een energievreter zijn. Daar kan een krachtveld zijn dat de ziel in belangrijke mate gevangenhoudt.

Bij een ziekte als kanker hebben we het totale momentum nodig, op alle niveaus, om te kijken of we het tij nog kunnen keren. Het is een ingewikkelde ziekte. We hebben die persoon, zijn ziel, volledig nodig om te kijken of we dat tij kunnen keren. En ik denk dat het daarom eigenlijk een noodzaak is om ook het gebied van de verstrikkingen in het familiesysteem te bekijken.’

Bron: interview door Hylke Bonnema met Henk Fransen, arts, Oterleek, 2014

 

DE DOOD EN HET LOT

In het artikel De basishouding, paragraaf Waarom is de basishouding zo belangrijk? ga ik in op het opstellen van de dood. De dood is een belangrijk element in bijna alle ziekteopstellingen. In tegenstelling tot een arts/specialist ben ik als opsteller niet meteen bezig om de dood van mijn cliënt te proberen te voorkomen. Ik houd me dus ook niet bezig met de genezing van het zieke lichaam. Ik houd me meer bezig met de geestelijke, emotionele kant van het verhaal.

Voor mij is kanker een symptoom. Absoluut een heel heftig symptoom, dat helaas vaak leidt tot de dood. In een opstelling ‘klap ik het symptoom open’. Ik wil met de cliënt onderzoeken wat die ziekte voor hem in zijn leven betekent. Het gaat dus meer over zingeving, over het ontdekken van hemzelf in relatie tot zijn lichaam en zijn ziekte, en over een eventuele naderende dood.

Ik zie dat een opstelling kan bijdragen aan fysieke heling, maar opstellingen zijn vooral gericht op het begrijpen en doorgronden van de ziekte, zodat we zelfs daarin een bron van liefde kunnen herkennen. De essentie van een opstelling is uiteindelijk een hoogontwikkelde vorm van zelfontwikkeling, waarbij de cliënt bereid is om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Om tegen zichzelf te zeggen: ‘Ik ga het aan. Mijn dood, mijn lot, mijn ouders. Dat is wie ik ben. Ik kom het onder ogen. Ook al ben ik het die, of is het mijn kind dat doodgaat aan kanker. Daar heb ik me mee te verhouden.’

Als systemisch coach/opsteller is het de kunst om je houding te verschuiven van een soort medelijden hebbende, reddende rol naar een onafhankelijke, niet-medelijden hebbende rol: ‘Mijn lot is voor mij. Mijn dood is voor mij. Dat weet ik zeker. Gelukkig. Maar de mind wil graag overleven. De cliënt zit naast mij. Ook met zijn dood.’ Vraag jezelf tijdens de opstelling steeds af: op wiens plek sta ik nu? Als je een interventie doet, op wiens plek sta jij dan nu? 

ZIEL EN ZIEKTE

Ik ben ervan overtuigd dat de ziel van een zieke echt iets wil helen in het systeem. Dat perspectief (vanuit de ziel) is enorm versterkt door het mogen begeleiden van deze opstellingen. Ik zie ziekte dus ook niet als iets eendimensionaals. Onze organen zijn verbonden met onze gevoelens, onze trauma’s. En dat zieke orgaan kan verbonden zijn met precies die kwetsbare plek waar de cliënt zich niet mee kon verhouden. Dat wil niet zeggen dat hij zich schuldig moet voelen omdat hij iets niet goed gedaan zou hebben. De zaken lopen zoals ze moeten lopen. Maar keer op keer zie ik dat ziekte een directe spiegel van je zielsproces is. Het heeft mij geïnspireerd om dieper te kijken naar wat de betekenis is van het leven hier op aarde.

Soms denkt iemand met kanker of een andere ernstige ziekte bewust of onbewust dat hij gestraft wordt. We zijn zo lang geprogrammeerd op deze manier door het christendom, dat we dit onbewust stiekem toch een beetje denken – dat we door de duivel bezeten zijn of iets dergelijks. Dit heeft met het gevoel te maken er niet meer bij te horen, niet meer mee te tellen. Belangrijk is dat je je hiervan als systemisch coach/opsteller bewust bent, juist ook in jezelf en dat je niet ‘onbewust’ meegaat met dit maatschappelijke beeld. Ik vraag me in deze opstellingen altijd af waarom de ziel van deze cliënt nu hiervoor heeft gekozen. Waarom deze cliënt nu deze ziekte draagt.

Bij ziekte kijken we naar de functie van het immuunsysteem; huis-tuin-en-keuken-psychosomatiek. De vraag is steeds: wat wil het lijf vertellen? Wat zouden je organen je vertellen als ze konden praten?

‘Alles wat zich hernieuwt, opent om te verbinden in de relatie heeft kans van heling.’

– Henk Fransen

OVER HENK FRANSEN

Door mijn intensieve samenwerking met Henk Fransen heb ik veel geleerd over opstellingen met kanker en andere ernstige ziekten. Daarom beschrijf ik hier beknopt zijn gedachtegoed. Henk gebruikt in zijn workshops de volgende lagen: ziel, relaties, gedachten, gevoelens/emoties, lichaam.

Deze lagen helpen om de dialoog met zijn cliënt op gang te brengen, het schept een kader. De cliënt moet bereid zijn al deze lagen aan te gaan, zich ermee te verhouden. Alleen dan is heling mogelijk. In Fransens beleving is psychosomatiek niet het eindtraject van een ziekte. Het is het gehele proces dat het lichaam doormaakt. Onze geest drukt zich in de wereld uit via het lichaam. Mensen bestaan op basis van hun relatie met hun ziel, hun omgeving, hun relaties, hun gevoelens en met hun lichaam.

Fransen werkt met een soort lichaamstaal, zonder aanraking. Ook hier is – net als in de basishouding bij andere opstellingsvormen – het bepalen van de intentie van de systemisch coach/opsteller en de cliënt belangrijk. Het maakt de setting, de werkelijkheid. Het is volgens hem belangrijk wat je denkt, voelt en ervaart bij jouw cliënt. Wat de relatie is tussen jou en je cliënt. Psychosomatiek is er altijd. Het veld is er altijd. Het veld is gekoppeld aan jullie relatie in het hier-en-nu. De vraag van de cliënt leeft in zijn lichaam. Je hoort de onzekerheid vaak in de vraag. Ook kun je veel halen uit de – vaak onbewuste – non-verbale communicatie.

Fransen: ‘Bloed stroomt naar je spieren om te vechten of te vluchten. Gedachten die we geloven, werken door in ons lichaam, in onze organen, in onze spieren. Een angstgedachte triggert onze overlevingsstrategie, en die zet spanning vast in ons lichaam. Kanker is in deze optiek een storm in je lichaam waar een heel proces aan voorafgegaan is. Let wel, dit vindt allemaal onbewust plaats. Er is absoluut geen sprake van schuld.’

Als systemisch coach/opsteller begeleid je jouw cliënt van survivalmodus naar vertrouwen. Zonder vertrouwen is er geen mogelijkheid tot zelfgenezing. Angstgedachtes maken de overlevingsmodus wakker, en de cliënt zal elke zin die je uitspreekt, elk gevoel dat je uitstraalt, elke gedachte die hij voelt, op een weegschaal leggen van wantrouwen en vertrouwen. De relatie met je cliënt is essentieel voor het triggeren van zelfgenezing.

Fransen: ‘Elk orgaan is in mijn optiek een aspect van de ziel. De ziel incarneert in elke cel. Een ziek orgaan is ook iets in het dagelijks leven. Dat resoneert mee. De ziel drukt zich uit via het familiesysteem. We hadden in het pre-internettijdperk 20.000 gedachtes per dag. Nu is dit verviervoudigd. Dat vergt een enorme aanpassing van ons zenuwstelsel. Ons lichaam is als een zee die fluctueert, zoals eb en vloed. Elke gedachte creëert een golf. Tachtig procent van onze gedachten hebben hetzelfde patroon. Gedachtepatronen zetten zich vast in je lichaam. Als dit angstpatronen zijn, creëert het vloedgolven.’

De heling wordt getriggerd door lichaamstaal of, zoals Fransen het noemt: organentaal. In het voorgesprek maak je de taal helder. Dat doe je door orgaankennis te delen en de relatie tussen organen vanuit een holistisch perspectief te duiden. De lever ondersteunt bijvoorbeeld de long. De organentaal leer je het best door ze bijvoorbeeld te leren zien vanuit de Indiase chakraleer, vanuit de Chinese meridianen of vanuit de diepe wijsheid van spreekwoorden en gezegdes.

VOORBEELDEN VAN SYMPTOMEN

Ik heb veel mogen leren van Henk Fransen over de psychosomatiek van organen, daarom hieronder wat voorbeelden om te inspireren. Wil je er meer over leren dan raad ik je het boek De sleutel tot zelfbevrijding van Christiane Beerlandt aan en om eens een cursus te doen bij Henk Fransen. Zelf zie ik psychosomatiek ook altijd als nuchter kijken naar het lichaam en de functie van het orgaan en/of de plek in het systeem. Noem het ‘oudevrouwenwijsheid’.

Symptoom:

niet goed werkende schildklier

Gebied:

keelgebied

De keel staat voor communicatie. Communiceert alles naar behoren, of zijn er zaken die niet gezegd mogen worden? Een ongezonde schildklier kan bijvoorbeeld betekenen dat er heel veel ontvangen wordt, maar onvoldoende teruggegeven kan worden. Of juist dat er te weinig ontvangen wordt. De schildklier is bedoeld om informatie uit je lichaam te organiseren.

Symptoom:

te hoog cholesterol

Gebied:

hartgebied

Er wordt iets aangemaakt wat niet nodig is. Er wordt potentie (kracht, vermogen, wat dan ook) opgebouwd die onvoldoende gedeeld wordt.

Symptoom:

kapotte bronchiën

Gebied:

longen

Bronchiën spelen een belangrijke rol bij de ademhaling. In de Chinese geneeskunde staan de longen voor het innemen van ruimte en voor verdriet.

Symptoom:

slechte vertering

Gebied:

maag

Vertering heeft te maken met je maag. Het gaat dan niet alleen om het slecht verteren van voedsel, maar ook van emoties en gedachten. Slecht verteren leidt bijvoorbeeld tot stoelgangklachten.

Symptoom:

prostaatproblemen

Gebied:

prostaat

Heeft te maken met het gevoelige vrouwelijke in de man en in zijn systeem en of dat er mag zijn.

Symptoom:

urineweginfectie/blaasontsteking

Gebied:

blaas, bekken en nieren

Een urineweginfectie geeft een heftig indringend gevoel, het is allesoverheersend. De uitdrukking ‘pisnijdig zijn’ kan hiermee verbonden zijn. Dat betekent ingehouden, opgekropte boosheid. Het is een verkramping van het lichaam en van de spieren. Bij een blaasontsteking wordt het water (dat staat voor emoties) moeilijker afgevoerd. Je kunt het ook wel emotionele incontinentie noemen. Het kan gaan om elk gevoel.

Bij conflicten tussen een orgaan en een aandoening is het lijf zelf altijd de spreekbuis. Wat gebeurt er in je lijf als we ernaar kijken? Als systemisch coach/opsteller blijf je vervolgens vragen stellen in relatie tot het antwoord op de vorige vraag. Hierbij vijf keer de ‘waarom-vraag’ stellen helpt om steeds dieper te komen.

KANKER

Ik heb veel ervaring opgebouwd met opstellingen over kanker. Tijdens zo’n opstelling komen de cliënt en ik er altijd achter wat er systemisch aan de hand is, waarom iemand kanker heeft. Belangrijke noot hierbij is dat alleen cliënten die hiervoor openstaan, hier opstellingen over doen. Belangrijk bij het werk met ziekte is dat je van alles kunt uitnodigen in de opstelling. Niet alleen de organen, de dood, chemo, maar bijvoorbeeld ook familie, vrienden. Daarin verschillen de ziekteopstellingen niet van andere opstellingen. Op symptoomniveau is het dan wel een andere opstelling, maar bij het openklappen naar diepere lagen ontstaan dezelfde soort stromingen.

VOORBEELD: OPSTELLING OUDERS MET EEN KIND MET KANKER

De meest indrukwekkende opstellingen met kanker zijn die met ouders van een kind met kanker. Vanuit mijn optiek (het zielsperspectief) heeft de ziekte van het kind te maken met de familieziel van de (voor)ouders.

Schrik niet. Hiermee wil ik niet zeggen dat de ouders schuldig zijn aan de ziekte van het kind. De kanker bij het kind is een symptoom en is een afspiegeling van wat er in het systeem eromheen zit. Het kind draagt met zijn ziekte iets voor het totale systeem. De ziel van het kind kiest er met deze ziekte voor om een verborgen verhaal te dragen. En om zo in het totale systeem iets te helen. Het zielsperspectief als uitgangspunt is dus belangrijk. Het kind, de ouders of het lijf zelf zijn niet het uitgangspunt.

In een dergelijke opstelling zeggen de ouders vaak: ‘Ik zou zo graag mijn lichaam, mijn leven geven aan mijn kind.’ Als je hier even over nadenkt, is dit onderliggende idee precies het probleem. Als jij het als ouder moeilijk vindt om je eigen leven vol te nemen, te leven, hoe kan je kind dan zijn leven nemen? Je geeft het (onbewuste) voorbeeld. Dit zeg ik niet om mijn cliënten zich schuldig te laten voelen, maar puur om ze te helpen bewuster te worden. Je kunt niet zeggen: ‘Ik doe het wel, ik ga wel leven zonder echte actie.’ Het kind heeft jou als voorbeeld. De ouders dienen het kind in de bovenstroom, maar in de onderstroom dient het kind de ouders. Alleen een ouder iemand kan iets oplossen in het systeem voor nazaten.

AFRONDING VAN EEN ZIEKTEOPSTELLING

Heling moet kunnen integreren. Een cliënt wordt in zijn systeem beproefd. Als de cliënt de boodschap van zijn lijf niet goed doorvoeld heeft en het niet in zijn leven toepast, dan kan het patroon zich gewoon voortzetten, zonder de heling. Heling is het hier-en-nu. Als iemand de ruimte pakt om het in zijn leven echt anders te gaan doen, dan kan het beklijven. Bij bijvoorbeeld een leveraandoening: ‘Ik ga me vanaf nu echt uitspreken.’ Dan eigent de cliënt zich zijn ziekteproces toe. Het vergt moed om een inzicht te integreren in je leven. Dat mag je best benoemen: ‘Hoe zou het nu zijn als je thuiskomt? Wat heb je nodig om hiermee naar huis te gaan? En hoe kan je dit aan jezelf geven?’ Om de ruimte in te nemen en het verdriet toe te laten bijvoorbeeld. Afronden is bewust integreren en doorvoelen van wat in het gesprek, in de opstelling gebeurd is.

TOT SLOT

Mijn droom is dat over niet al te lange tijd alle ziekenhuizen werken met opstellers om al hun patiënten te ondersteunen met – naast een medisch en inmiddels ook psychologisch – een systemisch perspectief. Ik zie ook dat er tegenwoordig toch nog steeds snel wordt gegrepen naar medische interventies, zoals maagverkleining, ivf, operaties voor sekseverandering, enzovoort.

Ik vind het schokkend om te zien dat er bijvoorbeeld jonge mensen zijn met gendervraagstukken die in ziekenhuizen al vrij snel hormoonbehandelingen krijgen, terwijl er duidelijk sprake is van een ernstig misbruikverleden in hun systemen. Dit veroorzaakt een ernstige systemische verstoring in de verhouding van het mannelijke en vrouwelijke in het lichaam.

Het is belangrijk om goed te onderzoeken welke mogelijke verstrikkingen, welke onbewuste loyaliteiten aan verborgen verhalen van voorouders nú zorgen voor deze ‘medische’ wensen. Dit in beeld brengen kan een totale verschuiving van wensen betekenen en een acceptatie van het lot, in plaats van er met medische middelen tegen vechten.

‘Mijn lot is voor mij. Mijn dood is voor mij. De cliënt zit naast mij. Ook met zijn lot en zijn dood.’ – Hylke

Als systemisch coach/opsteller hoef ik niet tussen de cliënt en zijn lot en de dood te komen. Ik neem afstand en help hem juist door die afstand te houden en erbij te blijven. Het lot onderzoeken, zonder het meteen af te wijzen of ertegen te vechten. Het lot helpen omarmen, misschien zelfs liefhebben. Ook als het een ziekte betreft. Ik zal nooit de cliënt vergeten die zijn tumor echt leerde omarmen, liefhebben. En daarmee het hele verborgen verhaal, dat stamde uit Indonesië en verder (dieper), waarnaar de tumor verwees. Het was prachtig en ontroerend om te zien hoe hij echt ‘ja’ zei met zijn lijf en er ook voor koos om niet verder te opereren of nog meer chemo’s te doen. Dit wil niet zeggen dat soms mensen niet gewoon doodgaan aan hun lot. Vaak is dat echt de eerste stap: leren ja zeggen tegen een mogelijke dood.

WERK, CARRIÈRE EN GELD

‘Werken neemt voor de meesten van ons een groot deel van ons leven in beslag. Zelf ben ik gelukkig in mijn werk; ik kan mijn talent ten volle inzetten en ik mag veel mensen inspireren. Ik doe waartoe ik me geroepen voel en ik verdien daar voldoende geld mee.’ –Hylke, uit het voorwoord van het boek Geld verdienen met je roeping

 

Geld is, net als seks en liefde, een vorm van de stroom in het leven. Die stroom in jezelf openen, is de sleutel naar meer succes en plezier. Veel cliënten voelen deze stroom echter niet. Ze doen misschien wel waar ze blij van worden, maar er komt niet genoeg geld binnen. Of de geldstroom is er wel, maar ze voelen zich ongelukkig in wat ze doen. De stroom blokkeert volledig of hapert naar hun gevoel.

Opstellingen zijn een middel om snel naar binnen te gaan: ze openen deurtjes vanbinnen, geven op een dieper niveau inzicht. Daarom kun je ze heel goed inzetten bij een vraag van jouw cliënt over zijn werk. Ze helpen de cliënt om zijn binnenste te onderzoeken. Op ontdekkingstocht te gaan in zichzelf. Ze helpen dus om beweging bij je cliënt teweeg te brengen. Uit te reiken naar zijn intentie, zodat hij geld meer naar zich kan laten toestromen en geld kan verdienen met zijn roeping. Zich gelukkig kan voelen in wat hij doet. Werk hoort gewoon voor 80 procent leuk te zijn. Een leven dat stroomt op het gebied van geld, staat voor mij gelijk aan je liefde en je potentieel vol in je werk tot uiting kunnen brengen. En dus staat het gelijk aan genieten van het leven.

INNERLIJKE ONTDEKKINGSTOCHT

Mensen die niet gelukkig zijn in hun werk, zijn grofweg in drie groepen te verdelen:

  1. mensen die hun roeping hebben gevonden en met plezier werken, maar een continue strijd leveren om genoeg geld te verdienen;
  2. mensen die wel voldoende of (zelfs heel) goed verdienen, maar nog op zoek zijn naar hun roeping, naar wat ze nu eigenlijk willen;
  3. mensen die geen contact hebben met hun roeping en te weinig inkomen hebben.

Veel mensen kiezen voor veiligheid. Niet gek, want zonder veiligheid kunnen we niet functioneren. Het is dus geen kwestie van goed of fout, of beter of slechter. Ik ben er echter van overtuigd dat het leven mooier is als je je op je plek voelt met wat je doet. Ik gun het de wereld dat zoveel mogelijk mensen werken vanuit hun roeping en zo hun inkomen kunnen genereren. Werken vanuit je roeping betekent namelijk dat je iets met liefde doet. En als we allemaal met liefde doen wat we te doen hebben, heeft dat effect. Op zowel ons werk als onze omgeving. En dus op de wereld.

Het is het dus waard om samen met je cliënt op innerlijke ontdekkingstocht te gaan. Op zoek naar zijn roeping, zijn talenten en hoe hij die kan inzetten.

BEZIELING HEEFT OOK EEN ANDERE KANT

Iemands roeping is altijd en overal in aanwezig. Het is een continu bewegend fenomeen, niet iets vaststaands. Je roeping vinden en leven is dan ook een onophoudelijk proces, dat altijd in beweging blijft. Het is geen stip aan de horizon, maar een continue reis naar en met de flow, stroming mee; naar datgene wat je gemakkelijk afgaat. Datgene wat je energie oplevert.

Die continue beweging, die reis, betekent onherroepelijk dat je je comfortzone moet verlaten. Je roeping heeft namelijk te maken met beide kanten van de medaille. Je bijzondere talenten en je roeping zijn tegelijkertijd verbonden met je grootste angsten en valkuilen. In het leven komt alles in tweetallen, je krijgt iets en tegelijkertijd neemt het leven ook iets. Je krijgt een bijzonder talent, en ook de bijbehorende uitdaging (valkuil). We zien dat het sterkst terug bij beroemde mensen. Zij zijn bijvoorbeeld naast heel muzikaal, ook verslaafd en worstelen met zichzelf. Als je niet bereid bent het ene te zien, dan kan het andere zich ook niet openbaren. Ze horen bij elkaar, als licht en donker. Je bent creator en vernietiger tegelijk. Creator van vernieuwing en vernietiger van oude denkbeelden, van overervende overtuigingen. Yin-yang; het zit altijd overal in. Beide – zowel ons licht, ons bijzondere talent, als onze donkere kant, onze schaduw – zien we slecht van onszelf. Anderen zien het vaak wel van ons. Jij ziet het toch ook van anderen?

BEN JE TEVREDEN MET WIE JIJ BENT OF GEDRAAG JE JE NAAR DE MENING VAN ANDEREN?

Je talenten zijn dus verbonden met je diepste valkuil. En die kunnen je weerhouden van wat wél bij je past. Of het nu om betaald werk gaat of om fulltime ouder zijn: ‘Ik wil heel goed voor mijn kinderen zorgen.’ Onbetaald, 24/7. En moet je kijken hoe dat gewaardeerd wordt door de maatschappij. Hoe voelt dat bij mij vanbinnen? En wat denkt de maatschappij? Wat vinden mijn ouders? Hoe verhoudt dit zich tot elkaar?

Al deze opinies kunnen je van je stuk brengen. Hierdoor ga je je bezieling niet leven, maar leef je een projectie van wat anderen wensen voor jou. Het allerbelangrijkste om dit niet te laten gebeuren, is te houden van jezelf. Van wie je bent. Als jij tevreden bent met wie jij bent, kan je bezieling meer naar buiten komen. Als je je houdt aan de opinie van anderen, kan dit je bezieling in de weg zitten. Als je moeder je vertelt dat je financieel onafhankelijk moet worden van mannen, dan klinkt dit mooi. Maar is dit haar werkelijke, pure overtuiging? Of gebruikt zij dit argument om, als ze hier zelf voor gezorgd had, te voorkomen dat jij in dezelfde situatie als zij belandt? Je moeder probeert je met deze overtuiging te redden, maar jij hoeft niet gered te worden, we hoeven niemand te redden.

In arme delen van de Verenigde Staten iedereen laten geloven in de Amerikaanse droom, zorgt voor meer depressie en alcoholisme. Niet iedereen kan Oprah worden. Ook wij leven in een land waar we geloven in mogelijkheden, talenten ontplooien en dromen waarmaken. Maar, als jij en je omgeving jezelf de hele tijd op het schild heffen, en je redt het steeds maar niet, hoe je ook probeert, dan zak je steeds verder in de put. Vele jonge, veelbelovende kunstenaars worden geen groot artiest. De juiste verwachtingen en beperkingen hebben is ook heel fijn. Je mag alles uit je halen wat in je zit; echter, van een appelboom maken we geen perenboom. En de appel valt nooit ver van de boom – maar soms wel, gelukkig. image

DE REIS NAAR DE TAKE-OFF

We hebben allemaal scheurtjes in ons. We zijn gebakken bij onze ouders als een potje, mét scheuren. Die scheuren zijn de oerschrik, de geboorteschrik, alle trauma’s en gebeurtenissen die je niet hebt kunnen loslaten. Scheiding, ongelukken – alles wat een schrik, en misschien een overtuiging in je achtergelaten hebben. Het mooie is: door al die scheurtjes schijnt het licht van wie je werkelijk bent. Jouw bezieling. Dit licht, jouw bezieling laten schijnen, dat is wat het leven spannend maakt. We zijn niet op aarde om het licht te laten oplossen. Het licht mag juist stralen.

image

Geld verdienen met je roeping is een volwaardige mogelijkheid als je je roeping leeft. Je roeping leven is als het laten starten van een raket. Het lastigste is de take-off. Bijna alle energie gaat naar dat ene moment dat de raket een millimeter van de grond komt. Maar als het lukt, als de raket dat heel kleine stukje loskomt, gaat het daarna bijna vanzelf. Als coach, als opsteller, mag je je cliënt begeleiden naar die take-off.

 

Er zijn geen bijlagen beschikbaar bij dit artikel

Log in om een recensie te schrijven

Er zijn nog geen recensies geplaatst